Femke Halsema had zondagochtend een rood jasje aangetrokken. Buitenhof-presentator Twan Huys zei er niets over, maar die kleur was vast geen toeval. Want op hetzelfde moment verzamelden tienduizenden demonstranten zich in het rood op het Malieveld in Den Haag voor de ‘rode lijn’-manifestatie.
Op de socials verschenen beelden van volgepakte treinen, allemaal mensen op weg om in samen symbolisch een rode lijn te trekken, te demonstreren voor Gaza en tegen het kabinetsbeleid rond Israël, ‘honderdduizend in Den Haag, stop genocide vandaag’. De actie was georganiseerd door mensenrechtenorganisaties, waaronder Oxfam Novib en Amnesty International, die vinden dat alle Nederlandse hulp aan Israël moet stoppen.
Ook de Amsterdamse burgemeester deed vorige week een oproep. In een toespraak in de gemeenteraad zei Halsema dat de Nederlandse regering Israël tot de orde moet roepen, en meer moet doen om vrede in Gaza af te dwingen. ‘De verwoesting van Gaza moet stoppen. De uithongering moet stoppen. De moord op Palestijnen moet stoppen’, aldus Halsema.
Kennelijk had Halsema niet genoeg stelling genomen. Buitenhof-interviewer Huys wilde weten of Halsema, zelf criminoloog, de dagelijkse doden in Gaza – weer honderden mensen sinds afgelopen donderdag – in haar ‘persoonlijke visie’ genocide vond. Ze had immers verwezen naar de NIOD-directeur Martijn Eickhoff en hoogleraar Amos Goldberg, die respectievelijk spreken van genocidaal geweld en genocide.
‘Volstrekt irrelevant’, reageerde Halsema. Ja maar, zei Huys, vond ze het etnische zuivering, een misdaad, genocide? ‘Misdadig is het sowieso’, zei ze, ‘want het is in strijd met internationaal recht.’ Ze wees nog eens op de uithongering, het tegenhouden van humanitaire hulp. ‘Het is onaanvaardbaar wat daar gebeurt.’
‘Is het moord?’, bleef Huys proberen. ‘Ja, natuurlijk worden er mensen vermoord. Je kan niet zeggen dat mensen als door een natuurramp gedood worden.’
Huys, aanhoudend als een zeurend kind: ‘Is het strafbaar?’ Maar de ervaren politica had allang door waar de interviewer heen wilde. Ze weigerde zich ‘juridische termen’ te laten ontlokken.
De temperatuur tegen u wordt opgevoerd, sloeg Huys een ander pad in. Hij had al kritiek van het Centraal Joods Overleg voorgelegd. Wilders’ voorspelbare Halsema-haat hield hij nog achter de hand. De Israëlische ambassadeur in Nederland, Modi Ephraim, had Halsema’s speech ‘een burgemeester onwaardig’ genoemd en beschuldigde haar van het verdraaien van de waarheid.
Halsema bleek prima tegen wat hitte te kunnen. ‘Schandalig’ en ‘onwaar’, zei ze over Ephraim’s X-bericht. Sterker nog: ze gaat ervan uit dat de Nederlandse regering de Israëlische ambassadeur ter verantwoording zal roepen.
En Wilders dan, die vindt dat ze haar ontslag moet indienen? Ze lachte besmuikt. ‘Dat is zo langzamerhand een grammofoonplaat die is blijven hangen.’ Dan, ernstiger: ‘Terecht wordt aandacht gevraagd voor de vrijlating van gijzelaars, wordt Hamas veroordeeld. Maar het negeren van het gruwelijk lijden van de Palestijnen wordt op een gegeven moment verwijtbaar. Ik denk dat de heer Wilders daar eens over moet nadenken.’
Over de auteur
Yasmina Aboutaleb is tv-recensent voor de Volkskrant.