Home

Wie gaat de Libris Literatuurprijs winnen? (Spoiler: waarschijnlijk niet het beste boek)

Een wervelend debuut, een gewiekst psychologisch verhaal of toch die gewaagde zedenschets: zes romans maken nog kans op de Libris Literatuurprijs 2025. Welk boek gaat winnen?

is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.

Wie ben ik? Het is de vraag die de zes romans die dit jaar op de shortlist van de Libris Literatuurprijs staan met elkaar verbindt. De titels zijn elk op hun eigen manier een afspiegeling van onze individualistische wereld, waarin we steeds meer belang hechten aan specifieke identiteiten.

We zijn niet gewoon ‘mens’ maar nadrukkelijk man of vrouw of queer, boer, migrant, boomer, millennial, moeder, vader, kunstenaar, conservatief, zwart, wit, moslim, christen, links, rechts, wetenschapper, klimaatscepticus, enzovoorts.

Nu de maatschappij steeds meer uiteen lijkt te vallen in losse groepjes – een soort kleine zuiltjes – worden verschillen benadrukt, anders zijn is verdacht, ‘normaal zijn’ wordt bevraagd. Iemand zijn betekent steeds meer bij een specifieke groep horen. Identiteit wordt daardoor niet alleen gevormd door het individu zelf, maar ook door de regels binnen de eigen community én door de kritische blik van de buitenstaander.

Dat zien we terug op de shortlist: identiteit en de blik van de ander worden gethematiseerd. Wat zijn dit voor romans, wat zeggen ze over onze tijd en, stiekem natuurlijk de allerbelangrijkste vraag: welk boek moet winnen?

De buitenwereld bepaalt

Laat ik beginnen bij Hogere machten van Joost de Vries (1983) die volgens de jury ‘zijn schrijversarmen tot het uiterste’ spreidde om het liefdesverhaal te schrijven van Elizabeth en James. Zij leven in de 20ste eeuw, in een geformaliseerde maatschappij waarin klasse allesbepalend is. Met andere woorden: de buitenwereld bepaalt wie ze moeten zijn – iets waar deze personages niet zomaar mee instemmen. ‘Wat ze nodig had was een breekijzer, iets wat haar leven wegbrak van deze kliek keurigheid’, denkt de rebelse Elizabeth. Kan James dat breekijzer zijn?

Hier laat ik het maar even bij: Hogere machten is té leuk om te winnen en de schrijver té veel mijn baas om er een kritischer analyse op los te laten.

Twee debuten

Door dus naar de twee debuten op de stapel, Oroppa van Safae el Khannoussi (1994) en Rouwdouwers van Falun Ellie Koos (1992). Twee boeken die op het eerste gezicht niet meer van elkaar kunnen verschillen: Oroppa is een uitbundig uitwaaierend geval – een ‘festijn van woorden en metaforen’, aldus de jury – waarin talloze verhalen van talloze figuren cirkelen om Salomé Abergel, het belangrijkste personage over wie we evenwel maar weinig te weten komen. Rouwdouwers is het rechtlijnige, ietwat hoekige verhaal (‘aangrijpend en rauw’) van de nuchtere Ada, die zonder fratsen beschrijft hoe ze met haar onbuigzame vader en fragiele broertje opgroeit aan de letterlijke rand van de samenleving: in een caravan op een verpauperd park.

Toch komen de boeken thematisch gezien behoorlijk overeen. Beide gaan, in essentie, over hoe een ander je leven bepaalt door je geweld aan te doen. Zowel Ada als Salomé is een getraumatiseerd personage. Ada is met harde hand opgevoed door haar vader, Salomé is onterecht gevangengenomen en gemarteld door een beul. Het moge duidelijk zijn dat dit hun karakters nogal gevormd, om niet te zeggen vervormd heeft.

Beiden spreken via de kunst; Ada maakt houtsnijwerk, Salomé schilderijen. Hun talent, door iedereen onmiddellijk erkend, is een toegangskaart tot een ander leven, een andere identiteit in feite. Maar het is maar de vraag of Ada en Salomé in staat zijn dat ticket te verzilveren.

Goede boeken? Zeker. Maar geen winnaars. Daarvoor zijn ze iets te ongebalanceerd. El Khannoussi vergaloppeert zich hier en daar met haar wijdlopige verteltrant, die soms wel erg ongericht is. Koos is iets te veel gebrand op het erge – vrijwel elke scène met vader is heftig – waardoor er wat subtiliteit verloren gaat.

De beste papieren

Hoe zie je jezelf en hoe zien anderen jou? Die vraag zet Marijke Schermer (1975) centraal in In het oog. In dit gewiekste psychologische verhaal hanteert Nicola een verontrustende methode om haar nieuwe geliefde te leren kennen. De lezer ziet een vreemde vrouw bizarre dingen doen, terwijl Nicola zichzelf ziet als een nuchtere wetenschapper die simpelweg een onderzoek uitvoert.

Nicola moet niks hebben van het roeren in zoiets troebels als de ziel, hoewel de mensen om haar heen – haar ex, haar vriendin, haar dochter – dolgraag willen dat ze meer over haar gevoel praat.

Zodra ze dat probeert, heeft ze geen flauw benul meer van wat er in haar omgaat: ‘Ik wilde kijken en niet bekeken worden, ik wilde kennen en misschien ook gekend zijn, maar dan zonder dat ik daarvoor door die rare hoepeltjes van ze moet springen: wat denk jij nu, wat wil jij nou, wie ben jij echt?’

Marijke Schermer heeft de beste papieren voor het winnen van de prijs. Ze heeft een aanzienlijk en bijzonder oeuvre opgebouwd en ze stond al eens eerder op de shortlist – dan ‘wordt het weleens tijd’, zoiets neemt een jury mee. Toch vind ik Nicola een net iets te zonderling personage en haar daden net iets te vergezocht, waardoor ze niet optimaal fungeert als symbool voor iets groters; een maatschappelijke stroming, tendens of archetype (alsof dat zou moeten, maar goed, ik probeer hier een schifting te maken).

Een sjabloon voor de oude witte man

Werner Vrysoone uit De kroon met twee pieken van Guido van Heulendonk (1951) doet dat wel. De flegmatische Vlaamse ambtenaar is een sjabloon voor de oude witte man. Prima carrière achter de rug, licht verbijsterd over het feit dat zijn beste jaren achter hem liggen, sentimenteel over wat vroeger was (toen Fleetwood Mac nog goeie nummers maakte), tevreden met wat nu is (een comfortabel leventje met zijn tweede, veel jongere vrouw).

Toch gebeuren er ook in zijn doorsneeleventje dramatische dingen: Werners eerste vrouw verongelukt, zijn stiefdochter wordt een religieuze fanaat en met zijn andere dochter raakt hij in conflict. Hoe dat allemaal gegaan is – en hoe dat hem gevormd heeft – wordt duidelijk via een allegaartje van bijzondere fragmenten. We lezen de tekst van een spreekbeurt, krantenartikelen, interviews, een theatertekst, brieven, rapporten – alsof je de knipselmap van iemands leven doorneemt.

Een boeiende knipselmap; het vormt een levendig geheel waarbij alle kanten van Werners karakter belicht worden. Van Heulendonk laat zien dat hij meester is over de taal en dat hij deze heel precies, en in elke richting, kan sturen.

De knipsels worden bijeengehouden door tussenstukken waarin een alwetende verteller aan het woord is. Daarin is de stijl uitgestreken, feitelijk, maar met een emotionele ondertoon, wanhopig soms, dan weer teder – Houellebecq light, zou ik zeggen. Literair gezien spant De kroon met twee pieken de – eh – kroon. Het zou meer dan terecht zijn als Van Heulendonk de prijs zou winnen.

Een zedenschets van deze tijd

Of zal de sociaal geëngageerde jury (met Sheila Sitalsing als voorzitter) kiezen voor een gewaagder boek? Iets confronterends, zoals Man maakt stuk van Maurits de Bruijn (1984). Dat gaat over David – queer, kunstenaar –, die last heeft van een groepje hangjongeren onder zijn raam. De grote vraag: wat gaat hij hier (niet) aan doen?

Een ideeënroman over identiteitspolitiek: wie mag wat zijn en onder welke voorwaarden? Een zedenschets van deze tijd dus, vol scherpe beschrijvingen van mensen, hun voorkomen, spullen, huizen, kleding, carrières. Een woonkamer staat vol met ‘klassiek aandoende ornamenten’. De straten in een babyrijke buurt ruiken naar Zwitsal. Een vriendin heeft zich ‘binnen korte tijd weten op te werken tot de hoogste regionen van de Berlijnse en West-Europese kunstscene’.

Typeringen die goed werken omdat ze niet alleen een levendig beeld oproepen, maar ook gaan over de ruimte die iemand inneemt. Zo laat De Bruijn zien dat sommige mensen achteloos veel ruimte innemen (tot de geur van hun baby aan toe), terwijl andere altijd een stapje terugzetten (toch maar niet die hangjongeren aanspreken). Tot welke maatschappelijke groep je behoort, is hierin allesbepalend.

Man maakt stuk is een boek dat niet kwispelend de verbinding zoekt maar de verschillen tussen groepen onverholen benadrukt. Wij versus zij. Verfrissend, want hoewel we toch in een vrij verdeelde maatschappij leven, wordt dat in de hedendaagse literatuur niet vaak zo stellig benoemd – vaker klinkt het zijige diep-van-binnen-zijn-we-allemaal-hetzelfde-geluid, waarschijnlijk voortkomend uit het idee dat literatuur moet verbinden.

Dat is onzin natuurlijk, literatuur moet niks. Ze hoeft al helemaal niets te betekenen voor de maatschappij. Literatuur komt voort úít de maatschappij en in goede literatuur wordt die maatschappij treffend beschreven, op zo’n manier dat de lezer daarover wel degelijk nieuwe inzichten kan opdoen.

Hoewel alle boeken op de shortlist dit op hun eigen manier voor elkaar krijgen, doet Man maakt stuk dit het beste. De passage waarin De Bruijn bepleit dat de wereld ervan zou opknappen als meer mannen zich in hun kont zouden laten neuken is de prijs eigenlijk al waard. ‘Het is snoeihard en pijnlijk, en tegelijkertijd het zachtste wat een man kan doen, het is totale overgave, het ombuigen van de regels, van de heersende orde en daarmee van de dogma’s, het is het uitlachen van het patriarchaat, het onschadelijk maken van alles wat verwoest en uitbuit.’

Een brug te ver?

Dus: Man maakt stuk is het interessantste boek maar misschien is die anale seks net een brug te ver voor de jury, die het koeltjes bestempelt als ‘knappe, contemporaine ideeënroman’ en verder de hand op de superlatievenknip houdt. De kroon met twee pieken is het best geschreven, het meest literair. De jury noemt het maar liefst twee keer ‘een meesterwerk’. Maar ja, oude witte man over een oude witte man; dat doen ze een jaar na Rob van Essen met Ik kom hier nog op terug niet nog een keer.

Dus het wordt Marijke Schermer; óók best interessant, óók best goed geschreven. In het juryrapport wordt alvast voorgesorteerd: de woorden ‘magistraal’, ‘ademloos’ en ‘subliem’ vallen. ‘Een roman als een klein, kostbaar juweel.’ Oei-oei!

Maandagavond 19 mei weten we meer.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next