Waar de coureurs in de kwalificatie normaliter unaniem voor softs kiezen, was er zaterdag in Imola sprake van een mix: Fernando Alonso en Lance Stroll overleefden met mediums onder de auto Q2 en kwalificeerden zich in Q3 op hetzelfde rubber als respectievelijk vijfde en achtste. George Russell ging met de geelgemarkeerde compound zelfs naar P3 en hield daarmee Lando Norris achter zich.
Voor de duidelijkheid: de mediums zijn dit weekend de C5 en de softs de nieuwe C6. Voorheen was de C5 de zachtste compound in het spectrum van vijf van Pirelli, maar de Italiaanse fabrikant introduceerde voor dit seizoen een nog zachtere compound in de vorm van de C6. Deze band werd aanvankelijk bedacht voor meer actie op het stratencircuit van Monaco. Als de C6 naar behoren zou werken in het prinsdom, dan werd ook overwogen om deze mee te nemen naar Montreal, Singapore en Las Vegas.
Maar om te voorkomen dat de race uitmondt in een saaie eenstopper, heeft Pirelli de C6 dit weekeinde in Imola al bij zich. Normaal gesproken had Pirelli voor het treffen in Emilia-Romagna waarschijnlijk gekozen voor C5 (softs), C4 (mediums) en C3 (hards), maar met de komst van de C6 zijn de C5 en C4 ineens respectievelijk de mediums en hards en ontbreekt de C3. Hoe hoger het nummer achter de ‘C’, hoe zachter de compound. Een zachtere compound gaat minder lang mee dan een hardere, wat de coureurs in de race wellicht naar een tweestopper duwt.
“De C6 was moeilijk te begrijpen”, reageerde Alexander Albon, nadat hij zich met de C6 als zevende had gekwalificeerd voor de Grand Prix van Emilia-Romagna. Zoals gezegd: de C6 is zachter dan de C5 en in theorie dus sneller. Toch leek de C5 in de kwalificatie in Imola niet onder te doen voor de C6. Dat heeft wellicht te maken met dat de C6 juist weer té zacht is voor één vliegende ronde over het Italiaanse circuit en daardoor te snel slijt.
“We hebben het dit jaar en vorig jaar al vaker gezien. Zachtere banden zijn over het algemeen beter in langzame bochten. Neem Suzuka dit jaar: daar voelde de harde band het best aan in sector 1”, aldus Albon, refererend aan de snelle eerste sector in Japan. “Er is dus altijd een afweging. Op dit circuit lijkt de C6 net het kantelpunt te zijn. Er zijn hier gewoon te veel hogesnelheidsbochten. Daardoor begeeft die band het een beetje. Hij is gewoon te gevoelig voor dit type circuit. Dat is op zich niet raar, want als F1 proberen we juist ook wat slijtage in de race te creëren. Dus gaan we naar zachtere banden, maar nu soms zó zacht dat ze zelfs voor de kwalificatie al te zacht zijn.”
Een factor waardoor we zondag in de race wellicht toch vooral eenstoppers gaan zien, is de lengte van de pitstraat. Deze is in Imola vrij lang met een pitstoptijd van ongeveer 28 seconden. Om die reden wil je de hardste compounds, dit weekend de C4 en C5, zoveel mogelijk bewaren voor de race. “We wisten dat er in Q3 auto’s op de C5 zouden staan, want die band is dit weekend sneller”, reageert Carlos Sainz, die zich voor zijn Williams-teamgenoot Albon als zesde kwalificeerde.
Met Russell en Alonso op respectievelijk P3 en P5 ziet Sainz voldoende bewijs voor zijn stelling. “Zij kwalificeerden zich eigenlijk beter dan je zou verwachten. Dat bewijst maar weer dat de C5 sneller is, omdat hij minder slijt in één snelle ronde”, legt de Spanjaard uit. “Ze deden wat iedereen dacht, maar ze offeren daarmee mogelijk wel de race op. Voor ons is de race te belangrijk om een C5 op te offeren”, verklaart Sainz waarom Albon en hij ‘gewoon’ met de C6 kwalificeerden.
De beslissing om voor de C6 te kiezen in plaats van de C5 werd genomen door Williams, benadrukt Sainz. “Ik had het zelf wel willen doen, maar het team was heel gedisciplineerd en heeft dat niet gedaan. P5 was het maximaal haalbare in de kwalificatie. Een goede ronde op de C5 had ons drie of vier tienden sneller gemaakt, maar dat had misschien maar één plekje gescheeld, dus het is wat het is”, besluit Sainz.
Source: Motorsport