Home

In één klap snapte ik waarom de pogingen tot een inclusievere wetenschap gedoemd zijn om te mislukken

Afgelopen maart gaf ik een lezing over mijn onderzoek naar feminisme en de IT-cultuur. Na afloop vroeg een senior wetenschapper mij om raad: ‘Ik organiseer twee keer per jaar een wetenschappelijke workshop en er komen nooit vrouwen, terwijl ik ze wel uitnodig. Wat moet ik doen?’

Mijn eerste vraag was of hij op de conferentielocatie ook in kinderopvang voorzien had. Als je kinderen opvoedt, is ieder tripje naar het buitenland niet alleen leuk, maar ook een puzzel hoe je thuis dingen regelt. Daar had hij nog nooit over nagedacht, wat best opvallend is omdat de bekendste informatica-conferentielocatie in Duitsland al jarenlang kinderopvang aanbiedt en mensen daar ook vaak gebruik van maken.

Hij ging meteen in de regelmodus: wat zou dat allemaal kosten, en hoe doe je dat praktisch? De locatie in Duitsland heeft bijvoorbeeld alleen Duitssprekende opvang, wat voor baby’s en peuters prima is en voor tieners grappig, maar voor de groep daartussenin vaak frustrerend.

Over de auteur

Felienne Hermans is hoogleraar informatica. In de maand mei is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Al driftig aantekeningen makend, zag ik de man ontspannen: zo, er is een oplossing. Het gesprek was bijna ten einde, maar toch kon ik het niet laten, dus ik zette door. ‘Is twee weken per jaar op een locatie zitten eigenlijk wel de beste manier om wetenschap te bedrijven’, vroeg ik. Kinderopvang is mooi, maar niet genoeg. Er zijn nog veel meer groepen mensen die dan nog buitengesloten worden. Ouders zijn niet de enigen die zorgtaken hebben, mantelzorgers ook.

En dan zijn er nog mensen met gezondheidsproblemen of met mentale problemen die zo’n trip te veel geregel of onzekerheid vinden, vervolgde ik. ‘En de hele grote groep mensen die niet zomaar een visum kan krijgen voor een conferentieoord. Moet je dus eigenlijk voor je onderzoek wel zo afhankelijk zijn van dit soort reizen? Je kan toch ook online meeten? Of een ‘republic of letters’ starten, waar mensen elkaar schriftelijk bevragen?’

Terwijl ik de lange lijst met wetenschappers opnoemde voor wie zo’n weekje weg helemaal zo makkelijk nog niet is, zag ik de man verkrampen. Waar hij eerder blijmoedig in de oplossingsmodus zat, voelde ik nu zijn ongemak. Want mijn voorstel was niet additief. Nee, er moest wat af. Iets dat hij leuk vond. Hij moest niet toelaten, maar opgeven.

In één oogopslag zag ik de problemen met inclusiviteit op de universiteit in een ander licht, en snapte ik waarom het project om meer vrouwen en andere ondervertegenwoordigde groepen in de wetenschap te krijgen en houden, gedoemd is om te mislukken.

Waar vroege feministen zich veel richtten op ‘de eerste’ (de eerste vrouwelijke student, arts of hoogleraar), zien de feministen van vandaag, als product van hun tijd, alles als kwantificeerbaar. Dit jaar zijn er zo- en zoveel vrouwelijke hoogleraren bijgekomen, ieder jaar weer wat meer.

Maar deze focus op data laat het systeem van de wetenschap onbesproken: tussen je 28ste en 35ste in het buitenland wonen voor een postdoc. Dan een paar weken per jaar naar conferenties, en in eigen land naar symposia, lezingen en etentjes. Wie kan daaraan deelnemen, en wie niet?

Willen we een andere wetenschap, dan moet dat systeem op de schop. En dat vergt dat mensen die nu in het systeem zitten, veranderen. Een inclusievere wetenschap is een wetenschap die meer online is, langzamer is, collaboratiever is en meer tijdens kantooruren plaatsvindt. En het is ook een wetenschap die minder status verbindt aan internationale reizen.

‘Ga je nog even mee wat eten’, vroeg de organisator diezelfde senior wetenschapper, die zes uur in de trein had gezeten om bij mijn lezing aanwezig te zijn. ‘Nee’, zei hij. Hij moest naar huis; hij vloog morgen weer naar China, er was nog wetenschap te doen.

Begrip voor zorgtaken, online samenwerking, aanpassingen voor mensen met gezondheidsproblemen – ten tijde van corona hebben we gezien dat de wetenschap het kan. Wat we nu zien, is dat de wetenschap het niet wil.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next