Deelnemers aan de halve marathon in Utrecht moeten zondag binnen 2,5 uur over de finish zijn. Die strakke tijdslimiet levert spanning op onder langzamere lopers, zeker als het warm weer wordt. ‘Het helpt niet als er een eindtijd in je nek hijgt.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.
Esmee Koetsier (25) heeft zich tot in de puntjes voorbereid op de halve marathon van Utrecht. Elke week vinkte ze plichtsgetrouw haar trainingen af en bouwde haar conditie op. Toch is ze bloednerveus voor zondag. Niet de afstand van 21 kilometer baart haar zorgen – het is de tijdslimiet van 2,5 uur.
‘Ik loop de halve marathon in ongeveer 2 uur en 50 minuten’, zegt ze. ‘Maar dan ben ik officieel te laat.’ Een medaille zit er dan niet in, en mogelijk wordt ze zelfs van het parcours gehaald, zoals organisator Golazo Events haar per mail liet weten. ‘Dat is zó demotiverend.’
De afgelopen jaren is het aantal deelnemers aan hardloopevenementen sterk toegenomen, mede dankzij een nieuwe generatie lopers die de sport ontdekte tijdens de coronapandemie. Tegelijkertijd handhaven veel evenementen een ‘traditionele’ tijdslimiet. Meestal is dit drie uur op de halve marathon. Utrecht (20 duizend deelnemers in totaal, waarvan 13 duizend op de halve marathon) zit dus aan de strenge kant.
De tijdslimieten leiden tot frustratie van een groeiende groep langzamere lopers, voor wie de beleving belangrijker is dan een snelle eindtijd. Zeker bij warm weer vinden zij het onverantwoord om zich te haasten.
Jaarlijks raken er tijdens hardloopevenementen tientallen mensen onwel, zoals ook afgelopen weekend in Leeuwarden en Leiden. In Leeuwarden overleed zelfs een 29-jarige loper tijdens de halve marathon, waarop het evenement werd stilgelegd. Ook aankomende zondag wordt het aardig warm (18 graden, licht bewolkt), wat opnieuw de vraag opwerpt: is een strakke tijdslimiet wel verantwoord, en bovenal wenselijk?
Wilbert Lek, directeur van Golazo Events, zegt dat de tijdslimiet in Utrecht onder andere van praktische aard is. Na de halve marathon start namelijk de hele marathon (tijdslimiet: 5,5 uur) en Lek noemt het ‘onwenselijk’ als die twee groepen elkaar kruisen. Niet alleen vanwege de grote tempoverschillen en de veiligheid, maar ook vanwege het esthetische aspect. ‘Je wilt dat de winnaar per afstand alleen over de finish komt.’
Hardloopevenementen kunnen bovendien niet eindeloos doorgaan. Wegen worden tijdelijk afgesloten en daarover zijn strikte afspraken gemaakt met de gemeente en politie, die vastliggen in de vergunning.
Een tijdslimiet van 2,5 uur voor een halve marathon is realistisch, aldus Lek. ‘Een redelijk getraind persoon moet dat kunnen halen.’ Lopers die er langer over doen, hoeven niet bang te zijn dat ze per direct van het parcours worden geveegd. Golazo stelt zich ‘flexibel’ op, zolang de praktische omstandigheden dit toelaten.
De organisatie heeft zich volgens Lek goed voorbereid op het warme weer; de medische posten zijn op alle scenario’s voorbereid. ‘We zijn er klaar voor.’
Deelnemer Koetsier is er niet gerust op. De combinatie van een strakke tijdslimiet en de verwachte zon maken haar onrustig. ‘Je hartslag is bij warm weer hoger. Dan helpt het niet als er ook nog een eindtijd in je nek hijgt. Als ik dit eerder had geweten, had ik me niet ingeschreven.’
Op TikTok deelde Koetsier haar verhaal, dat tientallen reacties opleverde van langzamere lopers die hun ervaringen deelden met het ‘overschrijden’ van tijdslimieten. Sommigen mochten doorlopen. Anderen kregen van de organisatie te horen dat ze het ‘niet hadden gehaald’. Ze zagen hoe hekken en waterposten werden opgeruimd en moesten het de laatste kilometers zonder aanmoediging van het publiek stellen.
Volgens sportfilosoof Sandra Meeuwsen draait de discussie over tijdslimieten niet alleen om logistiek of veiligheid, maar ook om de betekenis van hardloopevenementen. ‘Van oudsher waren dit wedstrijden met een competitief karakter: wie is het snelst?’ Dat motief is de afgelopen tien jaar verschoven naar gewoon deelnemen. Uitlopen. ‘Het gaat tegenwoordig veel meer om het community-gevoel.’
Dit geldt met name voor Gen Z’ers, de generatie die sinds de coronatijd oververtegenwoordigd is bij hardloopevenementen. Tegelijkertijd zit er ook nog een generatie daarboven – Meeuwsen noemt hen de ‘masters’ – die wél voor een snelle tijd gaat. ‘Die hebben niets met recreatielopers. Voor organisaties is het best lastig om al die verschillende wensen van deelnemers te integreren.’
Sporttherapeut en ultra-atleet Mik Borsten, die al meer dan dertig jaar hardloopevenementen organiseert, waaronder de aankomende Marathon Amersfoort (25 mei), pleit ervoor om mee te bewegen met de veranderde populatie. ‘Vroeger hanteerden we voor de halve marathon een tijdslimiet van 2 uur’, zegt hij. ‘Tegenwoordig zijn deelnemers veel minder goed getraind. Het zijn sportieve mensen, maar geen doorgewinterde hardlopers.’
Voor de halve marathon in Amersfoort geldt daarom een tijdslimiet van 3,5 uur. ‘We willen mensen niet opjagen’, zegt Borsten. ‘Ik zie ze liever langzaam en fit over de finish komen.’
Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van de organisatie en de deelnemers dat hardloopevenementen veilig verlopen, stelt René Wit, adjunct-directeur van Le Champion, die onder meer de Amsterdam Marathon (tijdslimiet: 6 uur) en de Egmond Halve Marathon (3 uur) organiseert. ‘Wij moeten informatie geven, het parcours goed inrichten en medische zorg bieden, maar uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid van de loper om hier verstandig naar te handelen.’
In uiterste gevallen kunnen organisatoren op de dag zelf besluiten tot versoepeling van regels, zoals het verlengen van de eindtijd of het afschaffen van tijdregistratie, zoals Le Champion twee jaar geleden deed bij een uiterst warme editie van de Dam tot Damloop.
Gaat Koetsier zondag sneller rennen nu ze weet dat ze binnen 2,5 uur moet finishen? ‘Nee’, antwoordt ze resoluut. ‘Het zit wel in m’n achterhoofd, maar op het tempo dat daarvoor nodig is, ga ik het simpelweg niet redden.’ Ze hoopt dat de organisatie zich coulant opstelt zodat ze toch met een medaille naar huis gaat. ‘Dat zou voelen als een beloning.'
Wat gebeurt er als een hardloper onwel raakt?
‘Een hitteberoerte door inspanning kan iedereen overkomen, ongeacht het trainingsniveau’, zegt Cees van Romburgh van het Rode Kruis, dat eerste hulp biedt tijdens hardloopevenementen. ‘Vooral bij plotseling warm weer na een koelere periode waarin de trainingen hebben plaatsgevonden, raakt het lichaam soms ontregeld.’
De combinatie van inspanning, temperatuur, luchtvochtigheid en kleding kan de natuurlijke warmteregulatie verstoren. Als het lichaam niet meer goed kan zweten, stijgt de interne temperatuur gevaarlijk snel: bij warmte-uitputting tot 40 graden, bij een hitteberoerte zelfs tot 42 graden. Dit kan leiden tot orgaanschade of bewustzijnsverlies.
Om dit risico te beperken, zet het Rode Kruis bij risicovolle wedstrijden koelbaden bij de finish. Daarin kan de lichaamstemperatuur binnen vijftien minuten tot een veilig niveau dalen. Hulpverleners zijn getraind om tijdens de wedstrijd signalen van oververhitting te herkennen, zoals verward gedrag, een klamme huid en koude rillingen.
De medische zorg rond evenementen is de laatste jaren sterk verbeterd, zegt Van Romburgh. ‘Er is nu meer kennis over hoe het lichaam reageert op hitte en er zijn betere protocollen voor snelle interventie.’ Omdat niet overal aan de kant hulpverleners staan, wordt ook het publiek gevraagd alert te zijn. ‘Met een emmer water kun je al beginnen met koelen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant