Home

Alweer een kurkdroge maand: hoe de omgang met water radicaal anders moet

Droogte is mede door klimaatopwarming een groeiend probleem in Nederland. Er is een enorme infrastructuur om droogte (en wateroverlast) te bestrijden, maar dat lukt steeds minder. Hoe het waterbeheer radicaal moet veranderen, in vijf missies.

Is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Zuid-Azië, klimaat en natuur.

De zomer moet nog beginnen, maar toch maakt Nederland zich alweer druk over droogte. In februari en maart viel er bijna geen neerslag, april was ondanks enkele natte dagen niet veel beter en ook mei lijkt een kurkdroge maand te worden. Het neerslagtekort (verdamping minus neerslag) is nu al even groot als in het recordjaar 1976. Het grondwater staat op veel plekken een stuk lager dan normaal. En ook de aanvoer van Rijn en Maas ligt beneden normale waarden. Voorjaar 2025 kan zomaar een van de droogste voorjaren ooit gemeten worden.

De watersector maakt zich nog geen grote zorgen, maar is wel ‘alert’, meldt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW). Er zijn vroeg in het jaar extra waterbuffers opgebouwd, door de stuwen in de Nederrijn en Maas te sluiten en het waterpeil in het IJsselmeer te verhogen naar -12,5 cm NAP (winterpeil is -40, zomerpeil is -10 cm NAP). Bij Eefde is al IJsselwater het achterland ingepompt. In Brabant zijn beregeningsverboden ingesteld. Maar of het ook echt een recorddroge zomer wordt, zoals in 2018, wordt pas komende maanden duidelijk.

Vrij zeker is wel dat Nederland mede door de klimaatopwarming steeds vaker te maken zal krijgen met langere perioden van droogte en waterschaarste. Dat zie je in de staatjes de laatste jaren al gebeuren. Toenemende neerslagtekorten (steeds vaker in de lente en zomer, als de natuur en de gewassen groeien). Afnemende aanvoer van Rijn en Maas door droogte in het achterland en minder sneeuw en ijs in de Alpen. Dalende grondwaterstanden in grote delen van Nederland. ‘We moeten ons als land voorbereiden op extreme droogte’, waarschuwde Mark Bruinsma van de LCW onlangs in een briefing bij Rijkswaterstaat.

Het lijkt vreemd dat een moerasdelta als Nederland last heeft van droogte. Maar de regionale verschillen zijn groot. Laag-Nederland is ‘peil-gestuurd’ polderland dat bediend wordt vanuit de grote rivieren en het IJsselmeer, Hoog-Nederland bestaat uit ‘vrij-afwaterende’ zandgronden in het oosten en het zuiden die afhankelijk zijn van neerslag, grondwater en eigen opslag. ‘Twee heel verschillende takken van sport’, zegt Jos Kruit, droogtecoördinator van Waterschap Aa en Maas. Hoog-Nederland kampt bij droogte met wegzakkend grondwater en droogvallende beken, Laag-Nederland vooral met uitdrogende veendijken en verzilting.

Cruciaal lijkt in elk geval dat Nederland zich nog beter voorbereidt op extreme droogte (en wateroverlast). Beide leiden tot problemen, maar droogte treedt langzaam in en werkt langer door, mede door de intensieve ontwatering van Nederland. Aanhoudende droogte is een ‘sluipmoordenaar’ (Bruinsma), vanwege alle negatieve effecten op landbouw, scheepvaart en natuur. Zo bedroeg de schade van de droogte van 2018 meer dan 1 miljard euro. Alle reden dus om de Nederlandse delta snel droogte- en klimaatbestendiger te maken – in vijf opgaven.

Missie 1: maak het watersysteem robuuster

Nederland beschikt natuurlijk al over een watermanagementsysteem om droogte en wateroverlast te beheersen – het hele netwerk van stuwen, dijken, sluizen, gemalen en waterkeringen waarmee water wordt aangevoerd, afgevoerd, opgeslagen en verdeeld. De grote troef is het IJsselmeer / Markermeer, dat fungeert als ‘nationale regenton’. Je kunt er door het afsluiten van de spuisluizen in de Afsluitdijk extra water in bergen (‘een extra schijf op het IJsselmeer zetten’, heet dat in jargon) om dit bij droogte te verdelen over de ommelanden.

Bij aanhoudende droogte en watertekorten komen de zes zogenoemde Regionale Droogte Overleggen van overheden en watergebruikers (met als belangrijkste actoren Rijkswaterstaat en de 21 waterschappen) in actie. Ze nemen maatregelen voor het beheer en de verdeling van water, en eventuele gebruiksbeperkingen, zoals beregeningsverboden. Via een ‘verdringingsreeks’ worden de belangen van drinkwaterbedrijven, landbouw, industrie, binnenvaart en natuur secuur afgewogen. De waterveiligheid en het veiligstellen van drinkwater- en energievoorziening staan voorop.

Timing is alles, want extreme droogte bouwt zich geleidelijk op. ‘Als je pas gaat handelen als het droog is, ben je te laat’, zegt Ruud Bartholomeus, hoofdonderzoeker bij het wateronderzoeksinstituut KWR en buitengewoon hoogleraar Plant Water Stress en Regional Water Management aan de Wageningen Universiteit. Maar (te) vroeg ingrijpen heeft ook een keerzijde: zo heeft waterpeilen hoog houden in het voorjaar invloed op het moment dat de boeren hun land kunnen bewerken.

Het probleem bij droogtebeleid is: als het misgaat, is er paniek en roept iedereen om maatregelen. Maar zo gauw de crisis voorbij is (en zeker als het weer even te nat is), gaan mensen vaak weer over tot de orde van de dag. Hierdoor slagen we er onvoldoende in echt structurele maatregelen te nemen, aldus Bartholomeus. En die zijn nodig, al is het maar omdat droogte mede wordt veroorzaakt door menselijk handelen, met kunstmatig lage grondwaterstanden en toenemende onttrekkingen voor drinkwater, de industrie en de landbouw.

We moeten toe naar een robuuster watersysteem dat beter bestand is tegen droogte en wateroverlast, en dus klimaatresistenter is, zegt Bartholomeus. ‘We moeten de balans in het systeem herstellen.’ En dat is een proces van lange adem. ‘We weten al heel lang dat het anders moet, maar zo’n verandering is ingewikkeld en kost decennia. Het gaat niet om optimalisatie van het huidige systeem, maar om een echte omslag in ons hele waterbeheer, watergebruik en landgebruik.’

Missie 2: werk samen met de natuur

We moeten leren in de strijd tegen droogte en wateroverlast niet tegen maar meer mét de natuur te werken, zegt Bartholomeus. In het geval van droogte: cruciaal is hoe je in natte tijden meer regenwater en grondwater kunt vasthouden voor drogere tijden. ‘Het gaat er daarbij om de afvoer van het water te vertragen. Dat zal resulteren in hogere waterpeilen en nattere beekdalen.’ En uiteraard moeten sectoren minder water gaan verbruiken, om het beschikbare water zuinig te beheren.

Afgelopen decennia gebeurde vaak het tegenovergestelde. Nederland is intensief ontwaterd, voor de landbouw en om wateroverlast in bebouwd gebied te voorkomen. De waterpeilen in polders worden verlaagd om inklinkende veenbodems bebouwbaar te houden. En de afwatering op hoge zandgronden is ingesteld op het voorkomen van wateroverlast. Om ook bestand te zijn tegen perioden van droogte moet je daar de natuurlijke sponswerking van gebieden benutten, door beekherstel, waterberging en het inrichten van overgangszones tussen natuur en landbouw.

Missie 3: stel water en bodem centraal

Ruimtelijke ordening en landgebruik waren in Nederland vanouds ‘water- en bodemgestuurd’ (de natuurlijke water- en bodemsystemen waren leidend), maar dat zakte in het maakbaarheidsdenken van de vorige eeuw weg. Het laatste kabinet-Rutte wilde het principe in het kader van de klimaatadaptatie in ere herstellen, maar het huidige kabinet geeft het, net als de stikstofaanpak, minder prioriteit. ‘Het is cruciaal dat we water en bodem alsnog weer sturend maken’, zegt Bartholomeus.

De klimaatcrisis vraagt om een weloverwogen langetermijnperspectief, en de grootste, meest complexe opgave daarbij is de ruimtelijke inrichting van Nederland. Helaas is de ruimtelijke ordening afgelopen decennia te veel losgelaten. Zo speelt klimaatbestendigheid amper een rol bij de locatiekeuze voor de ruim 900 duizend huizen die tot 2030 moeten worden bijgebouwd. Hiervan staan er 300 duizend gepland in qua water en bodem kwetsbare buitendijkse of laaggelegen gebieden, zoals de Zuidplaspolder in Zuid-Holland, wat kostbare voorzorgen vereist.

Ook voor droogte en wateroverlast zou er een structurele langetermijnbenadering van klimaatadaptatie moeten komen, zegt Bartholomeus. Net als voor de toenemende verzilting van de Hollandse kustgebieden door de stijgende zeespiegel en langdurige droogte. ‘Een langjarig programma met heldere doelen is nodig, met duidelijke kaders vanuit de rijksoverheid voor de lagere overheden en waterschappen.’

Dat zijn grote opgaven die raken aan maatschappelijke belangen en welzijn, waarvoor beleidsmakers over de krappe politieke horizon van vier jaar moet heenkijken. Vergelijkbaar met het succesvolle programma Ruimte voor de Rivier uit de jaren negentig en nul, dat overstromingsrisico’s en droogteproblemen in het rivierenland beoogde tegen te gaan met aanleg van overloopgebieden en een meer gespreide waterafvoer.

Aanzet tot zo’n langetermijnbenadering is het project Ruimte voor de Rivier 2.0, dat het rivierengebied voorbereidt op de perioden met extreem hoog- en laagwater en watertekorten die de opwarming met zich zal meebrengen. Een ander voorbeeld is de verdubbeling van de zogenoemde Klimaatbestendige Wateraanvoer, waarmee tijdens extreme droogte vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek extra water naar West-Nederland stroomt om verzilting van de Hollandse IJssel tegen te gaan.

Missie 4: maak keuzen in landgebruik

We moeten bovenal keuzen maken in landgebruik, zegt Bartholomeus. Conform de titel van het rapport-Remkes over het stikstofprobleem: niet alles kan overal. In de landbouw dus geen waterintensieve bollenteelt of boomkwekerijen op droge zandgronden of bij droogtegevoelige natuur, zoals hoogveengebied. En omgekeerd geen aardappelen of maïs telen in beekdalen die eigenlijk alleen geschikt zijn voor grasland. Dat zal grondgebruikers pijn doen, want dat betekent ingrijpen in hun bedrijfsvoering.

Keuzen maken geldt ook voor de woningbouw (een gevoelige kwestie nu zoveel moet worden gebouwd, ook in het buitengebied): niet meer bouwen dus in gebieden die risico lopen op overstromingen en wateroverlast, zoals de uiterwaarden van de grote rivieren en de natte beekdalen. Keuzen maken geldt zelfs voor natuurbeheer, zoals behoud van bebossing in infiltratiegebieden, waar het regenwater het grondwater zo veel mogelijk moet aanvullen.

Missie 5: zorg voor balans

De oplossingsrichtingen voor de problemen van droogte en watertekort – voor de grote rivieren, het grondwaterbeheer, het verdelingsvraagstuk – zijn dus duidelijk, en deels ook al jaren terug in beleidsstukken vastgelegd. Maar om die vervolgens te realiseren vergt nogal wat, zegt Bartholomeus. ‘Politieke en bestuurlijke daadkracht, om te beginnen. Zo’n omslag gaat natuurlijk hier en daar ook pijn doen, want het zal maar jouw land zijn dat wordt getroffen. Dat is een moeilijke dialoog.’

Bartholomeus pleit voor een gebalanceerde benadering die alle partijen in het proces meeneemt. ‘Ik merk dat in dit dossier soms wel heel eenzijdig de landbouw als boosdoener wordt aangemerkt’, zegt de hoogleraar aan de voormalige landbouwuniversiteit. ‘Maar droogte is een problematiek die ons allemaal raakt. Iedereen is aan zet. Naar elkaar wijzen is te makkelijk. Niet alles is de schuld van de boeren.’

De ontwikkeling van een succesvolle klimaatadaptatie wil intussen niet zeggen dat je daarmee alle risico’s kunt uitsluiten. ‘We moeten ons geen illusies maken’, aldus Bartholomeus. ‘Er zal altijd droogte zijn en blijven (net als wateroverlast). Je kunt droogte nooit helemaal voorkomen, alleen de schadelijke effecten ervan zoveel mogelijk beperken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next