Met zijn kale schedel, witte overhemd en zachte stem was hij de verpersoonlijking van de anonieme werknemer die ineens wereldgeschiedenis werd. Ed Smylie redde de bemanning van de maanmissie Apollo 13 met plakband en karton. Op 21 april overleed hij, heeft zijn familie nu pas bekendgemaakt.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Werkelijk alles aan Ed Smylie was onopvallend en alledaags. De zoon van een kleine ijsfabrikant op het platteland, die na zijn diensttijd werktuigbouwkunde studeerde, trouwde, en in 1962 bij Nasa ging werken. Niet in de schijnwerpers, als astronaut, maar als een van de vele anonieme techneuten op de achtergrond. In 1970 was hij hoofd van het team dat verantwoordelijk was voor de luchtverversingssystemen aan boord van de maanmissie Apollo 13.
En toen – op 13 april, je zou er bijgelovig van worden – gebeurde dat legendarische ongeluk. ‘Uh, Houston, we’ve had a problem’, hoorde men in Cape Kennedy over de radio, nadat er aan boord een zuurstoffles was ontploft. De driekoppige bemanning, nog op weg naar de maan, moest zich terugtrekken van de commandomodule naar de maanlander.
Smylie, die thuis op de bank tv zat te kijken toen het gebeurde, besefte dat dat niet kon. De bemanning zou teveel CO₂ uitademen en zichzelf vergiftigen. En het vierkante CO₂-filter van de commandomodule paste niet op de ronde aansluiting in de maanlander. Smylies team moest bedenken hoe je een ‘square peg in a round hole’ (vierkante pin in een rond gat) krijgt, zoals dat in de Engelse taal spreekwoordelijk zou worden. In Nederland hield de NOS er die nacht de radio-uitzending voor in de lucht, hoogst bijzonder in die dagen.
In de Hollywoodverfilming met Tom Hanks, uit 1995, kiepert een werktuigbouwkundige een doos met losse spullen op tafel die in de Apollo aanwezig waren, en waarmee men de klus maar moest zien te klaren. In werkelijkheid ging het saaier: Smylie liet een lijst uitprinten van alle aanwezige spullen.
Wat vervolgens gebeurde, is pure ruimteheroïek, een allegorie van de nietige mens die met zijn boerenverstand zelfs de grootste gevaren bedwingt. Met plastic kledingzakjes, de kartonnen kaft van het vluchtschema, een slang van een ruimtepak en een rol ducttape knutselde Smylie de vierkante CO₂-filters om tot een werkend apparaat. Een nuchtere oplossing, die hij vervolgens ook nog eens heel alledaags ‘brievenbus’ doopte.
Na de behouden terugkeer op aarde van astronauten Jim Lovell, Jack Swigert en Fred Haise werd Smylie uitgebreid geprezen. President Nixon, afgereisd naar Cape Kennedy, noemde hem bij naam, en hij werd omhangen met diverse medailles, met namen als de ‘Great Moments in Engineering Award’, van de industrie.
Smylie zelf reageerde zoals heel gewone mensen dat vaker doen: met zelfrelativering. Zo wees hij erop dat er tientallen mensen hadden meegedacht, en dat zijn oplossing nu ook weer niet zó ingenieus was.
‘Een eerstejaarsstudent werktuigbouwkunde had dit kunnen bedenken’, zei hij in documentaires. En: ‘Als boerenzoon weet je dat wanneer iets beweegt dat niet hoort te bewegen, je ducttape gebruikt.’
Zelf doorzag hij ook wel de diepere aantrekkingskracht van het relaas: de heroïek van de mens die zich een weg naar de sterren knutselt met plakband en plastic. ‘Hoewel we hier veel publiciteit voor kregen, heb ik altijd gezegd dat dit vooral kwam doordat dit een probleem was dat je kunt begrijpen’, zei hij in een interview met een Nasa-historicus. ‘Niemand snapte echt wat voor ingewikkelde dingen we deden. Maar iedereen snapt een filter.’
Smylie laat drie kinderen, twee stiefkinderen, twaalf kleinkinderen en vijftien achterkleinkinderen na. Hij werd 95 jaar.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant