De Indiase autoriteiten hebben een veertigtal Rohingya-vluchtelingen gedeporteerd door ze met reddingsvesten bij de zeegrens met Myanmar in zee te dumpen. De Verenigde Naties veroordelen de actie als ‘onmenselijk en levensbedreigend’ en stellen een onderzoek in.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.
Vluchtelingenorganisatie UNHCR zegt te beschikken over ‘geloofwaardige informatie’ dat de groep Rohingya, onder wie een groot aantal mensen dat staat geregistreerd als vluchteling, op 6 mei in de Indiase hoofdstad New Delhi werd gedetineerd. Daar kregen de Rohingya te horen dat de detentie nodig was voor het verzamelen van hun biometrische gegevens.
Twee dagen later werd de groep volgens achtergebleven familielieden echter geblinddoekt en geboeid naar de Andaman- en Nicobar-eilanden gevlogen, waar ze op een marineschip werden gezet. In de buurt van een eilandje dat tot Myanmarees grondgebied behoort werden de handboeien en blinddoeken vervangen door reddingsvesten. De vluchtelingen, onder wie vrouwen, kinderen en ouderen, werden overboord gezet met de mededeling dat ze naar het het eilandje moesten zwemmen.
Familieleden van de gedeporteerde Rohingya zeggen berichten te hebben ontvangen die de vluchtelingen verstuurden met een van een visser geleende mobiele telefoon. Daaruit blijkt dat alle vluchtelingen nog in leven zijn, maar waar ze nu zijn, is onbekend.
‘Mijn ouders zijn me afgenomen en in het water gegooid. Het zou al genoeg zijn als ik met mijn ouders word herenigd. Ik wil alleen mijn ouders terug, niets meer’, aldus een van de vijf Rohingya die vrijdag aan persbureau Associated Press bevestigden dat hun familieleden bij de gedeporteerde groep zaten. Het relaas van deze in India achtergebleven familieleden kan niet onafhankelijk worden geverifieerd.
De advocaat van de groep Rohingya probeerde vrijdag met een petitie bij de hoogste Indiase rechtbank de regering zover te krijgen de vluchtelingen te laten terugkeren naar New Delhi. Volgens de Indiase krant Hindustan Times noemde het Hooggerechtshof de petitie ‘vaag’ en zei de rechter dat er geen sluitend bewijsmateriaal is voor ‘dit prachtig verzonnen verhaal’.
Het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken en de marine geven geen commentaar. UNHCR neemt de beweringen echter wel serieus. De speciale rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Myanmar, Tom Andrews, heeft in maart al zijn zorgen geuit bij de Indiase regering over de willekeurige, grootschalige detentie van Rohingya.
Toen sloeg de VN ook alarm over deportatie van Rohingya, waarmee volgens UNHCR India zich schuldig maakt aan refoulement, het deporteren van vluchtelingen naar landen waar ze risico lopen op vervolging. Niet alleen behandelt Myanmar de Rohingya als tweederangsburgers behandeld, ze lopen er bovendien het gevaar terecht te komen in het geweld van de burgeroorlog die al enkele jaren woedt.
India zou onlangs ook een groep van enkele honderden Rohingya uit detentiecentra in New Delhi en de deelstaat Assam naar de grens met Bangladesh hebben overgebracht. Daar zouden ze naar een mangrovebos over de grens zijn gejaagd. Nadat de kustwacht van Bangladesh de Rohingya uit het water had gered, is er niets meer van deze groep vernomen.
Volgens de ngo Refugees International verblijven er naar schatting veertigduizend Rohingya in India, waarvan meer dan de helft bij UNHCR als vluchteling staat geregistreerd. De meeste Rohingya leven verspreid over India in armetierige kampen. India heeft geen vluchtelingenbeleid en doet niet mee aan internationale verdragen die de rechten van vluchtelingen waarborgen.
Bovendien grijpen diverse Indiase deelstaten volgens The New York Times het militaire conflict tussen India en Pakistan over de regio Kashmir aan om moslims uit binnen- en buitenland het leven zuur te maken. Duizenden moslims, met name Rohingya en illegaal in India verblijvende mensen uit Bangladesh, zouden worden gearresteerd en uitgezet.
De Rohingya zijn een zwaar vervolgde, overwegend islamitische minderheid uit het westen van Myanmar. Honderdduizenden Rohingya zijn naar buurlanden gevlucht tijdens verschillende uitbarstingen van geweld in de Myanmarese deelstaat Rakhine, die zo ernstig zijn dat ze als etnische zuiveringen worden beschouwd. Het Afrikaanse land Gambia heeft in 2019 Myanmar bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag beschuldigd van ‘genocidale daden’ tegen de Rohingya.
Vond de laatste grote geweldsuitbarsting tegen Rohingya in 2017 plaats, hun situatie in Myanmar is zo nog steeds zo benard dat buurlanden als Indonesië en Maleisië bij hun grenzen regelmatig groepen Rohingya op de vlucht aantreffen.
Ook proberen Rohingya te ontkomen aan de barre omstandigheden in vluchtelingenkampen in Bangladesh, waar meer dan een miljoen Rohingya al jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden in een enorm vluchtelingenkamp bij de grensstad Cox’s Bazar zit opgesloten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant