Broers Roel Maalderink en Jos Maalderink, elkaars tegenpolen in het satirische tv-programma Plakshot, buigen zich over de vraag hoe je satire maakt in deze tijd. Maar ook: hoe maak je satire als je net wees bent geworden?
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
Het begon, zoals zoveel dingen, met een grap, zegt Roel Maalderink (34). ‘Welk type zou je het minst snel op televisie verwachten? Ik denk Jos.’
Hij kijkt naar zijn oudere broer die tegenover hem aan tafel zit. Jos Maalderink (38) heeft inderdaad niet het geijkte voorkomen van iemand die gretig is om de blits te maken in een humoristisch tv-programma, eerder het zachtaardige, tikje stoffige uiterlijk van een zolderkamergeleerde.
Tegen Jos, die hem instemmend aanhoort: ‘Jij had nul televisie-ambities, je bent de minst ijdele persoon die ik ken en je bent, zeg maar, niet de vlotste spreker.’
Deze maand begon het zevende seizoen van de satirische zondagavondshow die Roel Maalderink maakt en presenteert, en waarin Jos sinds de start in 2021 een steeds grotere rol heeft gekregen als de slimme broer die het niet altijd even handig brengt, maar wel vaak gelijk heeft.
Ze zitten in Plakshot niet langer naast elkaar in een woonkamer, maar nemen het programma voortaan semi-live op, in een tv-studio met publiek. De sketches en straatinterviews zijn gebleven. Dat laatste genre leverde Roel Maalderink online bekendheid op, en uiteindelijk zijn programma bij de VPRO.
‘Roel Maalderink geeft het wezenloze straatinterview een absurdistische touch’, kopte de Volkskrant in 2020, coronatijd, over zijn YouTube-serie Voxpop. In een filmpje dat veel mensen zich misschien nog herinneren, vraagt hij een vrouw van middelbare leeftijd wat voor jaar 2020 was. ‘Een heel raar jaar’, antwoordt zij.
‘Raar’, reageert Maalderink, op een licht verbaasde toon. ‘Heel raar, ja’, aldus de vrouw. Vervolgens laat de video ruim twee minuten lang tientallen mensen aan het woord die zeggen dat ze 2020 een raar jaar vonden. Een heel raar jaar.
Vergelijkbare dingen maakt hij voor Plakshot. Hij gaat bijvoorbeeld in de Nationale Klimaatweek de straat op als medewerker van het duurzaamheidsteam van Shell, om voorbijgangers energiebesparingstips te geven.
Of hij kruipt in de huid van hijgerige roddelverslaggever Smaaldermans, die tijdens een demonstratie van Extinction Rebellion op de A12 Bekende Nederlanders interviewt over uiterlijkheden en hun relaties. Vraag aan acteur Waldemar Torenstra: ‘Het gaat natuurlijk vandaag om het klimaat. Hoe gaat het in de liefde, Waldemar?’
Jos Maalderink werkte na zijn studies Geschiedenis en Latijns-Amerikastudies lange tijd als uitzendkracht bij de Belastingdienst, op de afdeling Toeslagen. Hij was het binnensmonds pratende, zonderlinge zorgenkind van de familie, tot hij tien jaar geleden de journalistiek in rolde en opleefde. Tegenwoordig schrijft hij satire voor De Speld en bedenkt hij quizvragen voor tv-programma’s als Ik weet er alles van!
Thuis bij Roel in Amsterdam vertelt hij hoe druk ze vroeger in Soest in de weer waren met Kopspijkers-videobanden. ‘We namen iedere aflevering op en die keken we tot in den treure terug. Aan de eettafel speelden we hele stukken na waarin Owen Schumacher minister Frank de Grave imiteerde. Als we er voor gaan zitten, kunnen we waarschijnlijk nog steeds hele afleveringen nadoen.’
In Plakshot is Jos de gewetensvolle, rechtlijnige tegenhanger van Roel. Die hangt in hun gesprekken over actuele gebeurtenissen de getapte, provocatieve presentator uit; iemand die het publiek kan bespelen, maar zichzelf daarin ook een beetje overschat.
Jos: ‘Ik zeg altijd: ik speel in Plakshot mezelf van tien jaar terug. Ik ben inmiddels wat minder wereldvreemd en onhandig dan toen. Maar ik kan het aanzetten. Roel noemt mij altijd het morele kompas van het programma. Tegelijkertijd kan ik ook niet echt reclame voor een moreel kompas zijn, of voor links zijn, omdat ik uitga van een ideale werkelijkheid die niet bestaat. Met het typetje dat Roel speelt, help je de wereld niet vooruit, maar met mij uiteindelijk ook niet.’
Niemand, vooral hijzelf niet, had gedacht dat hij op een dag te zien zou zijn in het theater. Na de zomer gaan Roel en Jos Maalderink op tournee met Verbroedering.
Vorig jaar speelden ze al een aantal try-outs. De dynamiek uit Plakshot, het armpje drukken tussen twee totaal verschillende broers, vergroten ze in hun voorstelling verder uit. ‘De broers bespreken de grote maatschappelijke uitdagingen van dit moment en proberen intussen hun eeuwige onderlinge kinnesinne op te lossen’, is de belofte.
Waar hadden jullie vroeger kinnesinne over?
Jos: ‘Ik ben vijf jaar ouder, maar we hebben op dezelfde middelbare school gezeten, het Stedelijk Gymnasium in Amersfoort. Roel zat de laatste jaren op de basisschool wat minder in zijn vel of had wat minder aansluiting met de klas. Hij keek op tegen mijn vriendengroepje. Wij waren geobsedeerd door Monty Python, hij wilde ook meedoen.
‘Ik vond dat niet leuk, want op die leeftijd wil je niet te vaak met je kleine broertje worden gezien. Roel dacht dat mijn vrienden de coole jongens waren, maar wij waren natuurlijk de nerds.’
Roel: ‘Ik mocht na een tijdje van mijn moeder niet meer naar de Monty Python’s Life of Brian-liedjes luisteren, want dat was van jou en je vrienden. Ze zei: Hou dat nou gewoon bij Jos, ga lekker je eigen ding doen.’
Jos: ‘Roel spreekt nog niet eens Engels, dacht ik, hij kan helemaal niet snappen waarom dit grappig is. Het was niet authentiek.’
Roel: ‘Jij schaamde je een beetje voor mij. En toen ik ging studeren en nieuwe vrienden maakte, begon ik me juist voor Jos te schamen.’
Waar schaamde je je voor?
Roel: ‘Als je 18, 19, 20 bent en je wilt een beetje de coole jongen zijn, sta je er niet om te springen als je vreemde, moeilijk verstaanbare broer langskomt terwijl je met je vrienden bent. Ik dacht: dan komt Jos weer met gemopper over de Belastingdienst en allemaal verhalen over de geschiedenis van Mexico die ze niet goed kunnen volgen.’
Jos: ‘Dat stroeve en moeite hebben met het lezen van mensen was precies in die tijd ook op z’n ergst, trouwens.’
Had jij in de gaten dat Roel zich voor je schaamde?
Jos: ‘Ergens wel, denk ik. Maar het boeide me niet echt. Of misschien wist ik ook niet hoe het anders moest, in die tijd.’
Roel: ‘Ik vind het ook stom om dat nu zo te zeggen, dat ik me schaamde voor jou. Dat is akelig, toch?’
Jos: ‘Als ik terugkijk op mezelf in die tijd ben ik niet verbaasd. Jij was het andere uiterste: sociaal actief, statusgevoeliger. Dat ik niet goed te volgen was en moeilijk te verstaan was, oké, maar ik denk niet dat jouw vrienden mij echt vervelend hebben gevonden.’
We eten taart, want Roel Maalderink is de dag voor de afspraak 34 geworden. Het was geen lichte verjaardag; precies vijf maanden geleden overleed hun moeder aan de gevolgen van uitgezaaide darmkanker.
‘Er zaten tien weken tussen de eerste scan en haar laatste zucht’, schreef hij begin december op Instagram. ‘Na iedere uitzending van Plakshot belde ik haar voor feedback. Toen Jos en ik deze zomer try-outs speelden in het theater kwam ze drie van de vijf keer kijken. De speelsheid, de humor en het eigenzinnige: mijn broers en ik hebben het van haar.’
In 2023 had Trees Koeneman een rol in een Plakshot-sketch met de titel Good Bye, Rutte! – in de periode dat Mark Rutte maar aanbleef als premier. Het was een parodie op de trailer van Good Bye, Lenin!, de film over een zoon die de val van de Muur verborgen houdt voor zijn socialistische moeder wanneer zij ontwaakt uit een langdurige coma.
In Good Bye, Rutte! tuigen Roel en Jos een Rutte-loze wereld op om hun moeder te beschermen, want: ‘Als mama erachter komt dat Rutte nog steeds premier is… dat overleeft ze niet.’ Ze overlijdt alsnog als ze te horen krijgt dat zijn opvolger Sigrid Kaag is.
Roel, nu: ‘Ik moest eraan denken toen we in november aan haar sterfbed zaten. Als je ooit een satirische sketch opneemt met je moeder die doodgaat, dan wordt dat moment dus vroeg of laat waarheid.’
Wat heb je gedaan op je verjaardag?
Roel: ‘Sufjan Stevens heeft een album gemaakt over zijn moeder, Carrie and Lowell. Daar had ik ’s ochtends een liedje van in mijn hoofd. Toen mijn vriendin dat nummer opzette, moest ik heel erg huilen.
‘Daarna ging het wel weer. Om één uur ’s middags had ik een vriend aan de telefoon. Ik vertelde hem dat ik toch de hele tijd dacht: misschien belt ze nog. ‘De dag is nog jong’, grapte ik nog.
‘Gek hè, hoe je hersenen werken? Je wéét dat het helemaal niet kan, maar alsnog schiet de gedachte door je hoofd. Om half elf lagen we in bed en zei ik tegen mijn vriendin: en tóch vind ik het verdrietig dat ze niet heeft gebeld.’
Jos: ‘In de eerste weken na haar overlijden dacht ik om de haverklap dat ik mijn moeder zag, steeds als iemand op straat ook maar een beetje haar postuur of kledingstijl had. Terwijl: toen ze nog leefde, bestond de kans om haar tegen te komen wél echt, maar dacht ik dat nooit.’
Roel, jij schreef op Instagram: ‘Ik heb nauwelijks nieuws gevolgd – wat boeit de winst van Trump nou als je moeder op sterven ligt?’ Hoe is dat nu?
Roel: ‘Ik vind het inmiddels juist fijn om met het nieuws bezig te zijn. Het is ook wel weer prettig om me druk te kunnen maken om iets anders, en om te bedenken wat we ermee gaan doen.’
In het persbericht van Plakshot staat dat de onderliggende vraag dit seizoen is hoe je satire maakt in een tijd waarin de werkelijkheid de satire inhaalt. Is het moeilijker geworden?
Jos: ‘We hebben Plakshot nooit gemaakt terwijl radicaal-rechts niet aan het groeien was.’
Roel: ‘Het is ook fijn om een satirisch programma te maken als er wat op het spel staat. Satire maken in de jaren negentig moet pas moeilijk zijn geweest.’ Jos: ‘Met de kennis van nu had je dát belachelijk moeten maken met satire: het idee van niets meer aan de hand, de wereld is af, er zijn nog een paar marginale verbeteringen te doen.’
Roel: ‘In alle items die we maken, moeten twee lagen zitten: je wilt er wat mee zeggen, dat heb ik weleens de Bas Heijne-laag genoemd, en het moet grappig zijn, de André van Duin-laag. Als het alleen maar grappig is, maak je komedie, en in het andere uiterste schrijf je een essay. Wat we ermee willen zeggen, moet het startpunt zijn. Daarna komt pas de lol, hoe je het grappig maakt. De vraag is altijd: waar zit het pijnpunt voor degene over wie je satire maakt?’
Jos: ‘Interessanter dan waar Marjolein Faber nu weer mee bezig is, vind ik de vraag waarom de rest van het kabinet het normaal vindt dat zij nog hun collega is.’
Roel: ‘In dit specifieke geval ga je als satiricus op de coalitiepartijen zitten, op NSC, want daar doet het meer pijn.’
Cabaretier Tim Fransen vraagt zich in zijn voorstelling Onbekommerd af wat geëngageerde kunst voor zin heeft als degene die ernaar kijkt toch altijd denkt dat de maatschappijkritiek niet over hem gaat. Hoe zien jullie dat?
Roel: ‘Ik denk dat satire in de basis betekenis heeft. Je vraagt je ook niet af of muziek in deze tijd nog zin heeft.’
Jos: ‘Ik sta er wat sceptischer in. Ik zou geen dictatuur weten die is tegengehouden door satire. Nergens waren satirische schrijvers zo booming als in de Weimarrepubliek. Nou, we weten hoe dat is afgelopen. Dus als het nu de tweede gouden tijd van de satire is, dan is dat misschien geen goed voorteken.
‘Van de andere kant: als er in een samenleving geen satire meer wordt gemaakt, weet je zéker dat het foute boel is.’
Roel: ’Met satire creëer je in het beste geval een zekere lenigheid bij de kijker om vanuit een ander perspectief naar de actualiteit te kijken. Dat hoop ik in ieder geval met Plakshot te bereiken. Ik hou ervan als de bedoeling een beetje raadselachtig blijft, zodat mensen het op verschillende manieren kunnen interpreteren.’
Wanneer lukte dat bijvoorbeeld goed?
Roel: ‘Van roddelverslaggever Smaaldermans op de A12 herinner ik me dat Tim Hofman het geestig vond, maar Martin Bosma deelde die video ook op Twitter.
‘Tim Hofman ziet waarschijnlijk een soort parodie op RTL Boulevard-journalistiek, waarin je voelt dat wat ik daar sta te doen niet ver van de realiteit ligt. Martin Bosma denkt: wat zijn die hypocriete BN’ers toch ijdel, het klimaat interesseert ze niets, ze willen gewoon andere mensen de les lezen of denken dat het hip is om daar te staan.
‘Ik vind die uitkomst leuker dan op een directe manier zeggen: die en die zijn hypocriet. In de basis maken wij bij de VPRO eerder een progressief programma dan een conservatief programma. Ik denk dat veel conservatieve mensen het daardoor bij voorbaat al niks vinden. Maar het gaat er niet om wat onze mening is. Het gaat erom dat we iets maken waar mensen lekker zelf mee aan de slag moeten.’
Afgelopen week filmde de redactie een sketch waarin Roel transformeert in een ambtenaar van het departement Asiel en Migratie, ‘een soort Eric van der Burg-achtige man’ op de afdeling Draagvlak.
In het item belt hij in talloze gemeenten aan bij mensen om te inventariseren of er draagvlak is voor een asielzoekerscentrum. ‘Iedereen zegt iets als: ik vind het belangrijk dat we mensen opvangen, maar goed, liever niet hier. Ik speel een ambtenaar die telkens zegt: nee, dat snap ik ook, geen enkel probleem, we kijken verder.’
Het wordt een tocht door het hele land, langs 341 gemeenten. Aan het einde is er nog één gemeente over – we zullen de clou nog niet verklappen.
Roel: ‘De montage is nog niet af, maar als het uitpakt zoals we in gedachten hebben, wordt het een dramatisch, tragikomisch item over de worsteling waar we met z’n allen in zitten. Er zit mededogen in voor de man die deze taak heeft, maar ook voor de mensen die zeggen: ‘Not in my backyard’.’
Jos: ‘En het laat zien welke steek de politiek hier laat vallen. Iedereen snapt dat asielzoekers ergens opgevangen moeten worden én dat bijna niemand een azc in z’n buurt wil hebben. Het is aan de politiek om een besluit te nemen en te zeggen: sorry, maar het gaat hier gewoon gebeuren. Hoe meer politici hiermee gaan marchanderen, hoe groter de kans dat het voor iedereen de slechtste oplossing wordt.’
Wat heb jij nodig om in zo’n typetje te transformeren, Roel?
Roel: ‘Het idee moet goed zijn. Als duidelijk is waarom we het maken, vind ik dingen niet snel ongemakkelijk. Een goed idee is vervreemdend, maar er zit bijna altijd ook iets van mededogen in, iets liefs. Plakshot gaat in de kern over contact maken.
‘Het contact dat ik heb met mensen op straat is eigenlijk altijd leuk contact, los van hoe het filmpje wordt dat we aan het opnemen zijn.’
Het is volgens hem een van de redenen waarom de redactie van Plakshot blij is met de nieuwe studiosetting, met publiek. ‘Het algoritme van Instagram vind ik een steeds minder fijne plek om iets voor te maken. Je kunt op Instagram scoren met een video die kritisch is over de opstelling van de Nederlandse regering ten aanzien van Israël, maar dat blijft in mijn ogen een Pyrrusoverwinning; dan heb je 1 miljoen kijkers, maar wel op het platform van fucking Mark Zuckerberg.
‘Ik heb meer behoefte aan lekker met zijn allen lachen in de studio, en straks in de theaterzalen. In deze tijd, ik bedoel zo kort na de dood van mijn moeder, haal ik uit dat contact ook op het persoonlijke vlak meer warmte dan uit viral gaan met een filmpje op het liefdeloze Instagram. We maken een zo goed mogelijke uitzending en stukken daaruit delen we op sociale media, maar er is tenminste óók dat moment van samenzijn in de studio geweest.’
Jos: ‘Dat neemt niemand je meer af.’
Roel plukt een boekje uit de kast naast de eettafel. ‘In 2021 hebben we voor mijn moeders verjaardag een familiewoordenboek gemaakt, met woorden die we in het gezin vaak gebruiken.’ Hij leest wat dingen voor. ‘Ik noemde voetgangers loopvoeters toen ik peuter was.’ Hun vader had het over hoge vla of lage vla, afhankelijk van de uitschenkhoogte boven de kom. ‘Mama zei altijd ‘kadoën’ als meervoud van cadeaus.’
Er is nog een broer in het gezin Maalderink: de oudste, Thijs, was als radiopresentator onder meer sidekick in het middagprogramma van Ruud de Wild op NPO Radio 2. Tegenwoordig is hij docent op de Hogeschool Utrecht.
‘Een verbale kakofonie’, zo schetst hij aan de telefoon de sfeer aan de keukentafel. ‘Allemaal op de hoogte van het laatste nieuws, iedereen bezig met wie het meest ad rem was.’
Zijn eerste redactievergadering vond in feite plaats bij de familie Maalderink, aan die tafel, grapt Peter Buurman, goede vriend en een van de schrijvers van Plakshot. Hij leerde Roel in zijn middelbare schooltijd kennen via het Mastermovies-forum. ‘Ze waren elkaar altijd aan het overtoepen met grappen en kennis. Ik denk dat veel mensen het intimiderend hadden gevonden, zo gevat als iedereen daar thuis was.’
Bij ons was het altijd kermis, zegt Roel Maalderink. Hij en Jos hebben er allebei een handje van veel woorden te gebruiken en zinnen halverwege af te breken. ‘Mama noemde ons vroeger de familie Praterink.’
Peter Buurman had een gedichtenbundel meegebracht van P. Kouwes, het pseudoniem van Nico Dijkshoorn. Roel en Peter zaten boven hermontages te maken van De Lama’s terwijl Jos vanaf een verdieping lager gedichten naar boven riep. ‘Of we speelden met zijn drieën vieze woorden-scrabble.’
Jos: ‘Vunzle.’
Roel: ‘Bij een vies woord kreeg je drie keer woordwaarde.’
In 2012 overleed hun vader. Hij had in het verleden depressieve periodes gehad, hij gebruikte medicatie. Maar het ging inmiddels zo goed dat hij die wilde afbouwen. ‘Dat is niet goed gegaan’, vertelt broer Thijs aan de telefoon. ‘Hij had daar beter niet mee kunnen stoppen.’
In het jaar van zijn dood zocht hun vader Roel op in Californië – hij studeerde een half jaar in San Diego. Dat Henk Maalderink uit het leven stapte, kwam voor iedereen onverwachts. ‘Het voelt heel onafgerond’, zegt Thijs. ‘Zijn dood was totaal onnodig.’
Jos woonde in deze periode door gedoe in zijn relatie thuis. ‘Dat kwam goed uit’, zegt hij nu. ‘Ik denk voor zowel mijzelf als mijn moeder. Elke ochtend voordat ik naar de Belastingdienst vertrok, zette ik een kop koffie op haar nachtkastje.’
Hun vader was volgens Thijs enorm maatschappelijk betrokken, iemand die genoot van het leven en zichzelf een bourgondiër noemde. ‘Dat vindt Roel lastig aan hoe hij aan zijn einde is gekomen: dat er toch het idee omheen hangt van ‘het zal wel een heel depressieve man zijn geweest’.’
Roel kijkt verbeten zodra het onderwerp ter sprake komt. ‘Om heel eerlijk te zijn… ik vind het ingewikkeld om in dit interview over de suïcide van Henk te praten. In het radioprogramma Nooit meer slapen kreeg ik een paar jaar geleden de ‘wat doen je ouders?’-vraag. Als je dat interview terug luistert, hoor je mij in de tegenwoordige tijd zeggen: mijn vader is fysiotherapeut en mijn moeder is casemanager dementie. Ik heb het vaderonderwerp altijd vermeden, uit een soort angst dat ik hem geen recht kan doen.’
Wat bedoel je daarmee?
Roel: ‘Als levenden zijn wij de toegang tot de verhalen van de mensen die niet meer leven. Er zijn zo veel dingen over mijn vader te vertellen, maar bij suïcide wordt iemand al snel alleen zijn doodsoorzaak.
‘Zoals nu ook: de ingang van dit gesprek over mijn vader, in een gesprek waarin we het over allemaal andere dingen hebben, is zijn doodsoorzaak. Dus je moet eerst al door het woord suïcide heen, waar mensen allerlei associaties bij hebben. Dan moet je nog 150 woorden inruimen voor een soort verkorte versie van het verhaal van hoe hij aan zijn einde is gekomen. Voor mijn gevoel kan ik daar nooit genoeg tegenover zetten.’
Jos: ‘Kanker is een doodsoorzaak waar niemand schuld aan heeft, waar iedereen begrip voor heeft en waarover je verder niet veel hoeft uit te leggen. Als ik vertel wat er met onze vader is gebeurd, valt het gesprek vaak stil. Of ik krijg door de reactie haast het gevoel dat ik de ander moet gaan troosten. Als dat een paar keer is gebeurd, denk je: laat voortaan maar zitten.’
Roel: ‘Toen ik nog vrijgezel was, vermeed ik het op dates ook om het over ouders te hebben. Ik werd daar op een gegeven moment heel behendig in.’ Valt even stil. ‘Dus. Wat wil je erover weten?’
We hoeven het er niet over te hebben als je dat niet fijn vindt. Ik wilde hem niet verzwijgen, terwijl we het uitgebreid over jullie moeder hebben.
Roel: ‘Hij had er gewoon nog moeten zijn. Onze vader hielp kankerpatiënten weer te bewegen in een ziekenhuis aan de rand van de Biblebelt en hij kon met veel soorten patiënten goed overweg. Als ik met die mensen op straat bezig ben, denk ik weleens: dat contact maken heb ik misschien van hem.’
Jos: ‘Hoe meer tijd er overheen gaat, hoe meer factoren er in het leven sluipen waardoor je echt niet meer kan zeggen hoe het geweest zou zijn als hij nog had geleefd.’
Roel: ‘Daar zit ook een verdriet in. Afgelopen zomer was onze moeder bij de try-outs van onze voorstelling, maar wat onze vader betreft is er al een soort gewenning. Hij maakt dit niet meer mee, dat idee is niet meer nieuw voor ons. Hij zou ook apetrots zijn geweest.’
Jos: ‘Hoe stom het ook klinkt, door zijn dood hebben we al eens met dit bijltje gehakt. We hebben het toen ook overleefd. Het is akelig, maar wij drieën kunnen dit, dat weten we al.’
Roel: ‘Daar ben ik trots op. In zo’n periode vol verdriet en regeldingen, zoals het huis uitruimen, kun je volgens mij makkelijk ruzie krijgen en elkaar verliezen.
‘Ik vind het ook mooi dat mijn moeder zichzelf na de dood van Henk opnieuw uitvond, dat er een nieuwe toekomst ontstond. Ze kreeg een nieuwe partner, Albert, die ook erg betrokken raakte bij ons. Hij heeft ervoor gezorgd dat ze thuis kon blijven in de laatste fase van haar leven.’
Hoe kijken jullie terug op die laatste weken met haar?
Roel: ‘Ik ben bijna elke dag bij haar geweest vanaf het moment dat we wisten dat het foute boel was, begin september. Zij zorgde de laatste jaren voor onze dementerende oma. Ik dacht altijd: die geschiedenis gaat zich herhalen. De ironie was dan geweest dat onze moeder, casemanager dementie, zelf zou gaan dementeren.’
Jos: ‘Er waren mensen op haar uitvaart wiens vorige uitvaart die van onze vader was.’
Roel: ‘Toen hij overleed, studeerde ik en wilde ik zo snel mogelijk doorgaan met mijn leven. Nu maak ik meer ruimte voor mijn verdriet.’
Jos: ‘Nadat mijn vader overleed, had ik veel langer spontane huilbuien dan nu. Ik merk wel dat alledaagse dingen soms niet lukken, autorijden bijvoorbeeld. Of dat ik een afspraak vergeet. Misschien is het verdriet ook anders omdat ik inmiddels meer te verliezen heb.’
In welk opzicht verschilt de Jos van nu van de Jos van vroeger?
‘De korte samenvatting is: ik ben ouder en gelukkiger. Tien jaar geleden had ik een ongezonde relatie die nergens op sloeg, mijn vader was dood, ik had iets gestudeerd waar je niets mee kon, ik woonde thuis en ik deed werk waar ik doodongelukkig van werd.’
Roel: ‘Mama voelde zich soms moeder en zoon Van Putten van Van Kooten en De Bie – over een moeder en een volwassen man die samen in een huis wonen. Ik heb me echt zorgen gemaakt om jou. Maakte jij je ook zorgen om jezelf?’
Jos: ‘De laatste twee, drie jaar van die periode wel. Het was duidelijk dat ik op alle mogelijke niveaus in het leven was vastgelopen.’
Wat was het keerpunt?
Jos: ‘Mijn ex aan de dijk zetten. Wacht even, dacht ik, als je het leven wat meer zelf in de hand neemt, betaalt zich dat nog uit ook.
‘Ik had jaren daarvoor gesolliciteerd bij de Post-Academische Dagbladopleiding Journalistiek in Rotterdam, waarvoor ik in principe was toegelaten, maar ze hadden te veel kandidaten en ik belandde op de wachtlijst. Dat was ik alweer vergeten, maar een paar weken nadat ik die relatie had verbroken werd ik gebeld met de vraag of ik nog interesse had. Er had op het laatste moment iemand afgezegd.
‘Het contrast in de journalistiek was groot met de Belastingdienst. Hé, dacht ik, dit zijn allemaal leuke mensen. Ik heb aangevoeld dat het een kans was en die kans met beide handen aangegrepen. Het was een soort tweede studententijd, waar ik sociaal gezien veel meer uit heb gehaald dan uit mijn eerste.’
Thijs vertelde dat hij bewondert hoe ontspannen jij, Jos, in het leven staat. Volgens Thijs zei jullie moeder vroeger geregeld tegen hem: ‘Denk aan Jos, die zou zich hier ook niet druk over maken.’
‘Wat grappig, dat wist ik helemaal niet.’
Roel: ‘Als ik vroeger een proefwerk had, zette ik de wekker om zes uur ’s ochtends om alles nog één keer door te nemen. Jos haalde zessen of zevens en vond dat prima. Bij het maken van het programma ben ik ook de controlfreak. Voor jou werkt het het best als je de dag voor de opnames het script krijgt.’
Jos: ‘Soms voelt het wel een beetje als meeliften op jouw goede voorbereiding.’
Roel: ‘Ik zie dat niet zo. Ik denk dat jij op je best bent als je je zo min mogelijk aantrekt van wat er om je heen gebeurt.’
Schamen jullie je nu nog weleens voor elkaar?
Roel: ‘Nog steeds heb ik soms het gevoel dat ik voor Jos moet ‘tolken’, bij het maken van het programma en in het theater. Bijvoorbeeld als we in gesprek gaan met een technicus en ik zie dat die Jos niet goed kan verstaan.
‘Jij doet dit natuurlijk een beetje onder mijn vleugels. Vroeger vond ik dat tolken vermoeiend, ik had er geen zin in. Nu vind ik het hartstikke leuk om die brug te zijn, om samen aan de buitenwereld te laten zien waar we mee bezig zijn, en om mensen ook mee te nemen in jouw wereld, die wat moeilijker te volgen is dan mijn wereld.
‘Ik vind het waanzinnig leuk hoe goed je over de wereld nadenkt en hoe smakelijk je daarover kunt vertellen. Je moet jou een beetje leren kennen en aan je spreektempo wennen, dan kom je erachter hoe lief en grappig je bent.’
Jos: ‘We zijn inmiddels dertigers in plaats van twintigers, met meer begrip voor verschillend of anders zijn, in plaats van in een mal moeten passen die bij je leeftijd of sociale omgeving hoort.’
Roel: ‘Laatst kwam er een beetje een Jos-achtige jongen naar me toe. Hij vroeg: ‘Is Jos een type...’
Jos, grinnikend: ‘...of heeft hij een diagnose.’
Roel: ‘Ik zeg dan altijd: ‘Nee, dit is echt Jos.’ Ik vind het ook nog steeds een bak dat er jongeren zijn die een selfie willen met jou.’
Jos: ‘Vind je het soms niet jammer of stom dat het publiek, zeker in het theater, toch sneller voor mij kiest? Omdat ik de underdog ben, schuine streep speel, wek ik makkelijk sympathie op.’
Roel: ‘Ik vind dat juist fijn, want ik vind het veel leuker om de kleinzerige of ijdele kant groter te maken en om een beetje akelige, onbeholpen types te spelen.’
Jos: ‘Een paar weken terug vroeg je mij of ik het niet erg vind dat ik soms een beetje als de nerd of als een autist wordt getypeerd.’
En?
‘Nee, ook omdat alles in Plakshot en in het theater extra is aangezet.’
Roel: ‘Je zou er ook voor kunnen kiezen om van jou een soort sukkel te maken, die jij helemaal niet bent. Mama vond dat in eerste instantie wel spannend toen ze hoorde dat we het theater ingingen: gaan we Jos belachelijk maken? Het tegenovergestelde is aan de hand. Ik heb juist het idee dat jij nu meer dan ooit in je kracht staat, met de zaal achter je. Volgens mij is Jos echt aan het shinen.’
Zou je meer willen doen op tv?
Jos: ‘Nee. Ik hoop dat we nog lang met Plakshot kunnen doorgaan. Maar als het een keer voorbij is, en dat zal toch ooit gebeuren, ben ik daar niet per se rouwig om.’
Roel schiet in de lach: ‘Nou, lekkere kop wordt dat!’
Jos: ‘Hoe zie jij het dan? Blijf jij dit tot je pensioen doen?’
Roel: ‘Ik denk niet dat er iets mooiers is.’
Jos: ‘Maar als je 65 bent en het gedoe rondom die azc’s is nog steeds niet opgelost, denk je dan niet net zo hard ‘waar doe ik het allemaal voor?’ als wanneer je veertig jaar lang naar een kantoor was gefietst?’
Roel: ‘Dan is satire maken voor mij persoonlijk nog steeds de beste uitlaatklep geweest.’
Zou jij teruggaan naar kantoor, Jos?
Jos: ‘Niet per se. Ik kan me voorstellen dat ik in het onderwijs ga werken. Dat had ik vroeger nooit gedurfd, want het is ook voor een groep mensen staan. Een klas zal waarschijnlijk niet zo enthousiast reageren als een zaal die een kaartje heeft gekocht om een leuke avond te hebben, maar dat leer ik dan wel weer.’
23 april 1991 Geboren in Utrecht
2003-2009 Stedelijk Gymnasium Johan van Oldenbarnevelt, Amersfoort.
2006 Begint met schoolvrienden YouTube-kanaal Tegen de Regels.
2010-2014 Bachelor University College en Rechten, Universiteit Utrecht.
2014-2015 Master Informatierecht, Universiteit van Amsterdam.
2014-2018 Verslaggever bij onder andere KRO-NCRV, Peter R. De Vries en Opgelicht?!
2016 Satirische serie Voxpop, eerst op YouTube, later in samenwerking met AD.nl.
2020 Ontwikkelt en presenteert de De Speld Podcast.
2021-heden Maakt en presenteert Plakshot voor de VPRO, iedere zondag rond 22.00 uur op NPO 3 en YouTube.
Roel Maalderink heeft een relatie en woont in Amsterdam.
23 mei 1986 Geboren in Utrecht.
1998-2004 Stedelijk Gymnasium Johan van Oldenbarnevelt, Amersfoort.
2004-2008 Bachelor Geschiedenis, Rijksuniversiteit Groningen.
2007 Studeert een half jaar in Mexico-Stad.
2008-2010 Master Latijns-Amerikastudies, Universiteit van Amsterdam.
2010 Stage bij de Nederlandse ambassade in Nicaragua.
2011-2013 Uitzendkracht bij Belastingdienst/Toeslagen.
2014 Post-Academische Dagbladopleiding Journalistiek, Erasmus Universiteit Rotterdam.
2014-2015 Stages bij de Volkskrant.
2015-heden Redacteur bij De Speld.
2019-heden Quizredacteur voor onder andere de programma’s Ik weet er alles van!, De zwakste schakel, 50/50.
2021-heden Plakshot.
Jos Maalderink heeft een relatie en woont in Utrecht.
Fotografie: Imke Panhuijzen, styling: Emilie van Kinschot, visagie: Hannah Bennett, styling-assistent: Lieve Rijssemus.
Kleding: blouse en broek: Martan, de Voddenman, American Vintage, hoedjes: Jacquemus, sokken: Uniqlo, schoenen: Tretorn x Kassl Editions, das: kringloopwinkel, jas: Kassl Editions
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant