Maarten Asscher sublimeerde zijn levenslange liefde voor Oscar Wilde in een literaire biografie van de wereldberoemde dandy. Waarom betekent de Ierse schrijver zo veel voor hem?
schrijft voor de Volkskrant over Nederlandstalige literatuur.
Toen Maarten Asscher een puber van een jaar of 12 was, ontbrandde bij hem een levenslange liefde voor Oscar Wilde. ‘Ik trof hem voor het eerst aan in de boekenkast van mijn ouders. Daar stond De profundis, de hartverscheurende, lange brief die Oscar Wilde in 1897 uit de gevangenis van Reading schreef aan zijn vriend Lord Alfred Douglas. Het boek – een combinatie van aanklacht, geloofsbelijdenis, autobiografie, schuldbekentenis en liefdesverklaring – maakte diepe indruk op mij.’
Oscar Wilde (1854-1900) was een fenomeen, dichter, romancier en toneelschrijver van een flonkerend decadent oeuvre, die aan het eind van zijn leven werd verguisd, maar sinds zijn dood tot de dag van vandaag wordt vereerd. Hij groeide op in een welgesteld protestants milieu in Dublin, was een briljant student in Oxford en werd wereldberoemd als dandy met lange haren, uitzinnige kostuums en geniale uitspraken.
In 1891 ontmoette Oscar Wilde, gehuwd en vader van twee kinderen, ‘Bosie’, Lord Alfred Douglas, op wie hij hopeloos verliefd werd. De vader van Douglas, de markies van Queensberry, beschuldigde de minnaar van zijn zoon van sodomie. In een spraakmakend proces in de lente van 1895 werd Wilde veroordeeld tot 2 jaar eenzame opsluiting, die hij grotendeels doorbracht in Reading Gaol. Na zijn gevangenschap leefde Wilde als balling in Parijs, waar hij in 1900 – gescheiden, berooid, zijn reputatie een ruïne – stierf aan een hersenvliesontsteking.
‘Ik kan nooit genoeg krijgen van het verhaal van zijn leven met al zijn hoogte- en dieptepunten’, zegt schrijver en voormalig uitgever Maarten Asscher (1957) in zijn huis in Amsterdam. ‘Ik wil elke snipper van en over hem verzamelen. Wilde heeft zijn eigen leven in De profundis vergeleken met het evangelie. Zo’n vergelijking tekent zijn Messiaanse zelfovertuiging en theatraliteit, maar hij heeft gelijk: er zit een lijdensverhaal in van diepe overgave en martelaarschap, van herrijzenis, ondergang en eeuwige roem. Er hebben maar weinig schrijvers zo groots en tragisch geleefd.’
De boekenkast in uw ouderlijk huis was ooit een spiegel, schrijft u in uw nieuwe boek, Oscar Wilde’s crucifix.
‘Op de plaats waar het spiegelglas had gezeten, waren boekenplanken gemonteerd. Het spiegeleffect werkte op twee manieren: de inhoud van de kast reflecteerde de smaak van mijn ouders en ik ontleende aan het kijken in die kast de nodige karaktertrekken voor mijn nog onvolgroeide persoonlijkheid.’
De profundis legde al de kiem voor het proefschrift dat u een halve eeuw later schreef over gevangenschap als literaire ervaring, Het uur der waarheid, waarin Oscar Wilde een belangrijke rol speelt.
‘Mijn vader was advocaat en had ook strafrechtcliënten. Na zijn dood vond ik het pasje waarop stond dat hij altijd de gevangenis mocht bezoeken. Als kind vond ik dat afschrikwekkend en spannend tegelijk.’
Wat las u na De profundis?
‘The Picture of Dorian Gray. Dat betoverde me. Al die even elegant als verhuld aangeduide genietingen en ondeugden waar Dorian Gray zich aan bezondigt... Opiumgebruik, nachtelijke omzwervingen door achterbuurten, onzegbare misstappen. Wat al die zonden ook precies inhouden, ze laten geen spoor na op het eeuwig jeugdige gezicht van de hoofdpersoon. Het is enkel op een door diens bewonderaar Basil Hallward geschilderd portret – door Dorian ver weg op zolder weggeborgen – dat zijn abjecte levenswandel zichtbare gevolgen achterlaat.’
Wat betekent het leven van Oscar Wilde voor het uwe?
‘Oscar Wilde representeert mijn liefde voor de Britse cultuur, voor Engeland, waar mijn grootouders woonden. Ik spiegel me aan zijn manier van denken: in paradoxen en aforismen. Hij denkt binnenstebuiten – en dat is er bij mij ook helemaal ingegroeid. Je moet altijd ook het tegendeel van wat je beweert even overwegen, je nooit in clichés uitdrukken, maar origineel en gewaagd proberen te zijn. Messcherp en geestig. Hij is echt in mijn taalsysteem gaan zitten. In mij.’
U bent onlangs als niet-native speaker bekroond met de eerste prijs van de Wilde Wit Competition van de Oscar Wilde Society in Engeland.
‘Het verbaast me niet dat dit ook in Nederland is opgemerkt, want ik heb nogal met die prijs gegeurd. Ik kreeg al eens een eervolle vermelding in de Wilde Wit Competition, maar dat was me natuurlijk niet genoeg. Dit jaar werd uit vijfhonderd inzendingen mijn aforisme verkozen: ‘In art, originality is too quickly applauded, in life it is usually punished.’
U heeft de Engelse editie van uw nieuwe boek – die tegelijk verschijnt met de Nederlandse, bij Four Winds Press – rechtstreeks in het Engels geschreven. Het is geen vertaling.
‘Dat voelde eigenlijk vanzelfsprekend. In het Nederlands over Oscar Wilde schrijven was in zekere zin nog lastiger, omdat zijn hele werk natuurlijk in dat schitterende Engels is geschreven.’
De ondertitel van Oscar Wilde’s crucifix luidt: een biografisch experiment.
‘Nóg eens een klassieke biografie over Oscar Wilde schrijven, heeft geen enkele zin. Alles is bekend, bij wijze van spreken. Je moet iets nieuws verzinnen, en dat heb ik om te beginnen gezocht in de vorm. Ik wilde een non-figuratieve biografie schrijven, die rechtdeed aan zijn versplinterde persoonlijkheid. Zo bevat mijn boek een brief naar huis vanaf de SS Massilia in Griekse wateren van een reisgenoot, het journalistieke verslag van een juwelendiefstal, ontmoetingen met Walt Whitman, Bram Stoker en Arthur Conan Doyle, een letterkundige verhandeling vermomd als kruisgang in twaalf statiën en de speurtocht van een detective. Als ik met het ene genre bezig ben, kijk ik alweer over de schutting van het volgende.’ Hij lacht. ‘Ik lijd aan een tamelijk ernstige vorm van genredysforie.’
Uw boek bevat fictie én non-fictie. De verhalende hoofdstukken zijn cursief gedrukt en de documentaire hoofdstukken romein.
‘Alleen wanneer je een blik werpt om de hoek van de verbeelding, kun je soms de historische waarheid in het oog krijgen. De uitdaging was één vertelstem te vinden, de lezers heen en weer te laten schieten door tijd, plaats en genre, maar ze tegelijk stevig in de leesstoel te houden.’
Bestaat non-fictie eigenlijk wel?
‘Ware feiten bestaan. Maar zodra je gaat schrijven, ben je aan het fictionaliseren. Je kunt de vraag ook omdraaien: bestaat fictie? Je kunt de gekste dingen verzinnen, maar als je dan niet refereert aan feiten, wordt het gebrabbel en onnavolgbare onzin. Zodra je iets zinnigs probeert te zeggen in fictie, is dat aan historische werkelijkheid gebonden. Pure fictie en non-fictie bestaan niet, het gaat erom hoe je ze mengt.’
‘Every portrait that is painted with feeling is a portrait of the artist, not of the sitter’, schreef Oscar Wilde in The Picture of Dorian Gray.
‘Het is waar: je kunt geen portret schrijven waarin je niet herkenbaar zelf aanwezig bent. Als je een mens beschrijft, beschrijf je ook jezelf. Een biografie gaat niet alleen over de gebiografeerde, maar ook over de biograaf.’
Is er een periode uit het leven van Wilde die u het meest fascineert?
‘Eerlijk gezegd heb ik altijd een zwak gehad voor zijn wonderjaren als adolescent: de jaren van zijn studie in Oxford vanaf oktober 1874 tot aan zijn verhuizing naar Londen in december 1878, wanneer hij begint aan zijn literair-journalistieke carrière en zijn eerste toneelstuk schrijft. Dit zijn de jaren, van zijn 20ste tot zijn 24ste, dat al zijn intellectuele, creatieve en sociale talenten tegelijkertijd tot bloei beginnen te komen.’
De tijd vóór hij beroemd werd.
‘In 1882 maakte Wilde een tournee door de Verenigde Staten. Schijnbaar uit het niets groeide hij daar uit tot een wereldster, om te beginnen in zijn eigen ogen. Hij gaf wel honderd interviews, trad op in zalen met meer dan duizend toehoorders. Als vreemde Ierse snuiter met een merkwaardige levenswandel nam hij brutaalweg een prominente plek in binnen de Britse en Amerikaanse society. Terwijl zijn oeuvre nog geschreven moest worden.’
Asscher lacht. ‘Hij was natuurlijk een ijdele, van zichzelf overtuigde showlijer. Je kunt Oscar Wilde beschouwen als de uitvinder van de moderne literaire marketing. Hij wist op geniale wijze publiciteit te genereren. Als hij bespot werd, juichte hij dat toe. Je kent zijn veelgeciteerde uitspraak: ‘There’s only one thing in life worse than being talked about, and that’s not being talked about.’
Als student zette u uw eerste voetstappen in de zijne.
‘Precies honderd jaar na Oscar Wilde zette ik voor het eerst voet in Griekenland. Ik maakte via oude Baedekers en historische bronnen de reis die hij in 1877 als student had gemaakt door Griekenland. Hij was een briljant graecus, sleepte als student de Berkeley Gold Medal in de wacht. Ik had ook dolgraag klassieke talen willen studeren, maar het lot besliste anders.’
Heette dat lot soms mr. B.J. Asscher?
Hij knikt. ‘Mijn vader had me vanaf de conceptie voorbestemd om rechten te gaan studeren. Dus dat gebeurde. In mijn conventionele achtergrond zat ook sterk het idee dat je je eigen geld moet verdienen. Mijn allereerste stukje verscheen in NRC Handelsblad op 21 april 1980. Toen was ik 22. Daar kreeg ik 350 gulden voor. Toen dacht ik: dat is wat ik wil! Maar ik durfde mijn toekomst niet op een paar stukjes te bouwen. Zo’n karig en onzeker bestaan, dat was me misschien ook te zwaar geweest.’
U maakte een glanzende carrière als uitgever, topambtenaar en boekhandelaar, en schreef in uw vrije tijd.
‘Na mijn afstuderen ontmoette ik de uitgevers Johan Polak, Theo Sontrop en Laurens van Krevelen. En twee van de drie hadden een baan voor me. Ik ging eerst bij De Arbeiderspers werken, later bij Meulenhoff, waar ik in 1989 tot de directie toetrad. Ik had het gevoel dat ik dicht bij mijn ideaal verkeerde: ik had een geweldige baan en leefde in de literatuur. Pas na mijn 60ste werd ik fulltimeschrijver.’ Hij lacht. ‘Bij een enquête antwoordde Oscar Wilde op de vraag wat hij ‘anders’ in het leven had willen zijn: ‘Een kardinaal van de katholieke kerk.’’
U heeft voor uw eigen leven veel aan dat van Oscar Wilde ontleend, maar katholiek of homoseksueel bent u, voor zover bekend, nooit geworden.
‘Ik ben zelf geen gay, maar ik ben wel zeer vatbaar voor de homo-erotische en decadente verbeeldingswereld. Dat was een ontdekking voor mij als jongeman. Johan Polak heeft daar ook een rol in gespeeld, door me op bepaalde boeken te wijzen, door zijn verfijnde verzamelwoede en hang naar schoonheid – kwaliteiten die ik van huis uit niet meekreeg, maar waar ik mij gedurende de rest van mijn leven wel aan heb gewijd. Niet voor niets heb ik het boek aan de nagedachtenis van Johan Polak opgedragen.
‘Niet op het seksuele, maar op het intellectuele, artistieke en esthetische vlak heeft Oscar Wilde een grote invloed op mij gehad. Smaak, gevoel voor kleur, stijl en vorm – daarvoor had hij een enorme sensitiviteit en dat is voor mij persoonlijk een nastrevenswaardig ideaal geworden. Wilde heeft de reputatie van humorist en ironicus, van feestelijkheid en champagne. Dat is terecht, maar zijn werk heeft ook een zeer ernstige, geëngageerde onderstroom. Voor de positie van de homoseksuelen – niet alleen in Engeland, maar in de wereld – is zijn betekenis nauwelijks te overschatten. Zijn veroordeling was een schande, zijn martelaarschap een pijnlijke pleister op de wonde.’
Als student werd Oscar Wilde niet alleen verliefd op de klassieke oudheid, Griekenland, de rituelen van de rooms-katholieke kerk. Maar hij werd ook, schrijft u, verliefd op een mooi meisje uit Dublin: Florence Balcombe.
‘Dat is niet zo bekend. Mijn boek is ook een beetje een ode aan haar. Wilde maakte Florence het hof, tekende haar portret, ze wisselden verliefde brieven uit. Ter bezegeling van hun liefde gaf Oscar aan haar een klein gouden kruisje, waar hij voor de eeuwigheid hun namen of initialen in had laten graveren. Vader Balcombe, een protestant, zag niets in die katholieke, dichterlijke dweper. Misschien heeft hij Oscar bij zijn dochter weggehouden. Hoe het ook zij, Florence trouwde op 4 december 1878 halsoverkop met een jonge gerechtsambtenaar uit Dublin. Die plotselinge echtgenoot was ook een ambitieuze, beginnende schrijver: Bram Stoker was zijn naam. Hij zou grote literaire erkenning verwerven met zijn roman Dracula.’
En hoe ging het verder met Oscar Wilde op het pad van de liefde?
‘Na zijn tournee in de Verenigde Staten trouwde Oscar Wilde in 1884 met Constance Lloyd en kreeg twee zonen met haar. In Londen kwam hij niet ver van het gezin van Bram Stoker en Florence te wonen. Zouden zij elkaar nog hebben getroffen en gezien? Dachten ze nog aan elkaar?
U begint uw boek met de sterfscène van Oscar Wilde, op 30 november 1900 in kamer 13 van Hôtel d’Alsace in de Rue des Beaux Arts.
‘Bij het schrijven van deze scène heb ik me niet alleen op de bekende feiten gebaseerd, maar óók op het sterfbed van een dierbare, wiens hand ik vasthield tijdens zijn laatste uren. Ik keek toe hoe er een strijd werd geleverd, en daarna rust neerdaalde. Hoe hij overeind probeerde te komen, maar werd teruggelegd in de kussens en zijn bezwete voorhoofd werd gewist. Hoe banaal de kamer wordt door de wonderbaarlijke gebeurtenis die de dood is.
‘Die ervaring gaf mij de mogelijkheid om het sterfbed van Oscar Wilde, dat ik al zo vaak beschreven heb gezien en dat mij telkens weer ontroert, van binnenuit te laten beleven door de goede vriend die werkelijk aan zijn sterfbed zat, Reginald Turner, terwijl die andere goede vriend, Robert Ross, de stad in is om een priester te gaan zoeken voor de laatste sacramenten.’
Nu heb ik begrepen dat u de afgelopen tijd de dood zelf in de ogen heeft gekeken...
‘Laten we er geen ziektegeschiedenis van maken, maar ik ben de afgelopen tijd stevig in de weer geweest met chemo- en immunotherapie. Ik heb een middel toegediend gekregen, avelumab, dat mijn kankercellen moest aanvallen. Een op de duizend patiënten heeft last van een bijwerking, namelijk dat het medicijn het spiersysteem aanvalt. Ik was die ene. Die aanval was nogal succesvol. Ik ben twee keer bijna het hoekje omgegaan. Gelukkig ben ik op tijd uit het ziekenhuis ontslagen en kan ik de presentatie van mijn boek in Amsterdam en die van de Engelse editie in Londen meemaken.’
Hoe kreeg Oscar Wilde’s crucifix zijn beslissende richting?
‘Ik herinner mij het moment glashelder. Ik was net onder de douche vandaan gestapt en terwijl ik me de jonge Florence Balcombe voor de geest trachtte te halen en mij afvroeg hoe haar change of heart van Oscar Wilde naar Bram Stoker precies was verlopen, dacht ik: waar zou die kleine gouden crucifix gebleven zijn, die Oscar op 25 december 1876 aan zijn meisje had gegeven? Toen ik dat kruisje eenmaal had, had ik ook de gouden draad door mijn verhaal heen. De zoektocht die al die verschillende episoden en genres bij elkaar kon houden.’
Wist u toen ook al hoe het zou aflopen?
‘Allerminst. Ik ben ook echt op zoek gegaan naar die crucifix. Ik had geen idee dat de ultieme detective, Sherlock Holmes, in het een-na-laatste hoofdstuk van mijn boek op het toneel zou verschijnen om het raadsel op te lossen. Dat is de magie van het schrijven: je komt op ideeën waarvan je het bestaan niet vermoedde. Elke biografie is, net als elk leven zelf, een experiment.’
Cv Maarten Asscher
29 juni 1957 Geboren in Alkmaar als Martinus William Benjamin Asscher. Oudste zoon van advocaat en rechtbankpresident mr. B.J. Asscher.
1974-1981 Studeert rechten en assyriologie aan de Universiteit Leiden.
1980-1998 Uitgever bij J.M. Meulenhoff.
1987 Debuteert als vertaler met twee gedichten van Paul Valéry, Het kerkhof bij de zee en Palm. Vertaalt zijn hele leven poëzie uit het Frans, Duits, Italiaans en Engels, waaronder Oscar Wilde’s De ballade van Reading Gaol.
1992 Debuteert als literair auteur met de verhalenbundel Dodeneiland.
1998-2003 Directeur Kunsten bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
2004-2018 Directeur en mede-eigenaar van Athenaeum Boekhandel in Amsterdam.
2005 Debuutroman Het uur en de dag wordt vijf keer herdrukt.
2013 Essaybundel Appels en peren.
2015 Promoveert aan de Universiteit Leiden op het proefschrift Het uur der waarheid – Over de gevangenschap als literaire ervaring.
2019 Ontvangt de J.H. Donnerprijs vanwege zijn bijzondere verdiensten voor het Nederlandse boekenvak.
2020 Autobiografische roman Een huis in Engeland.
2021 De meteoriet en het middagdutje – Vijftig fotosyntheses.
2025 Oscar Wilde’s crucifix – Een biografisch experiment verschijnt gelijktijdig in Nederlandse en Engelse edities bij De Bezige Bij en Four Winds Press.
Maarten Asscher is getrouwd met Nanda van den Berg, directeur van Huis Marseille Museum voor Fotografie, en woont in Amsterdam. Hij heeft drie volwassen dochters.
Maarten Asscher: Oscar Wilde’s crucifix – Een biografisch experiment. De Bezige Bij; 176 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant