is podcastpresentator en columnist voor de Volkskrant.
Pieter Omtzigt, die deze week de politiek met tranen en een staande ovatie verliet, deed het bij zijn vertrek voorkomen alsof het omgekeerd is. De politiek heeft hem verlaten, hem laten hangen terwijl hij bloedde uit zijn wonden. Kijk maar, wees hij aangedaan om zich heen. In plaats van te doen wat hij doet – het redden van mensen uit ‘monsterlijke bureaucratische systemen’ die levens hebben vernietigd (zie: toeslagenaffaire) – ‘ontploft deze Kamer met moties van wantrouwen als vijf lintjes onterecht niet door de ene minister afgetekend worden maar door een plaatsvervanger. De energie die daarin gaat zitten, gaat nog steeds niet in het oplossen van problemen zitten of het fixen van zelfgecreëerde monsterlijke bureaucratische systemen. Dat heeft mij vervreemd van het politieke proces en het dagelijkse mediaspektakel.’
Je zou ook kunnen zeggen: deze passage is precies de reden waarom Omtzigt zo tragisch is mislukt als leider van een politieke beweging. Uitstekend Kamerlid op de vierkante millimeter. Kundig archeoloog die vrij precies in alle lagen van monsterlijke bureaucratische systemen kan aanwijzen waar en wanneer het verkeerde amendement om artikel 3 sub 2 te wijzigen is aangenomen, wanneer en door wie de doenvermogentoets is veronachtzaamd, op welk punt de desastreuze gevolgen zich voordeden en door wie die onder de pet zijn gehouden.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het nadelige gevolg van al dat millimeterwerk is bijziendheid. Een onvermogen tot uitzoomen, waardoor de leider tegen wil en dank telkens werd verrast door de gevolgen van zijn eigen keuzes. Eerst een regering met naargeestig-rechts en radicaal-rechts tot stand helpen brengen door ijverig twintig zetels aan te dragen, doen alsof een partij die enthousiast discriminatie, racisme en uitsluiting uitdraagt een normale gesprekpartner kan zijn. En je vervolgens omstandig erover verwonderen dat ze allemaal zo onaardig doen.
Eerst afpellen dat het toeslagenschandaal heeft kunnen gebeuren mede doordat etnisch profileren en rassen- en klassendiscriminatie zich in overheidsinstituties heeft genesteld. En vervolgens niet begrijpen dat voornoemde lintjeskwestie in de kern over hetzelfde gaat, over ontmenselijking en uitsluiting van de ander. Dat je het ene niet kan ‘fixen’ als je het andere niet adresseert.
Eerst analyseren dat goed bestuur wortelt in de rechtsstaat. En vervolgens ontsteld zijn dat de partijleider met wie je in bed bent gekropen en die al sinds zijn oprichting lak heeft aan de rechtsstaat, consequent is in zijn opvattingen en nog steeds lak heeft aan de rechtsstaat.
Als Omtzigt niet al twee decennia meeliep als parlementariër, zou je hem politieke naïviteit kunnen verwijten. Hij zou de mogelijkheid kunnen overwegen dat hij zijn vervreemding van het politieke proces misschien ook een heel klein beetje aan zichzelf te danken heeft.
NSC wilde politieke partijen democratiseren, ze verplichten tot het hebben van leden met inspraak. NSC-minister Uitermark van Binnenlandse Zaken zet dit ondertussen niet door.
NSC wilde enkel nog beleidsvoorstellen die doordacht en getest en uitvoerbaar zijn. NSC-Kamerlid Joseph probeert ondertussen een pensioenvoorstel erdoorheen te duwen waarvan wetgeleerden, de mensen die het moeten uitvoeren en iedereen die erover heeft nagedacht, zeggen: ondoordacht, ongetest en onuitvoerbaar.
NSC wilde een coalitie waarin de Kamerleden van de coalitie het eigen kabinet serieus controleren, bevragen en bekritiseren. De partij werkt ondertussen mee aan een kabinet waarvan de ministers bij meneer Wilders langs moeten om toestemming te vragen voordat ze eigen initiatieven ontplooien of zich ergens een mening over aanmatigen. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken, moest na zijn ‘streep in het zand’ tegen Israël vervolgens zelf door het zand, omdat zelfs de geringste, mildste kritiek op Israël eerst met Wilders moet worden besproken.
Wat blijft, is de vraag. Omtzigts opvolger, Van Vroonhoven, wees een terugkeer van NSC in de moederschoot van het CDA niet eens categorisch af toen dat onlangs werd geopperd. Al is het de vraag of het CDA zit te wachten op een groepje gebutste apostelen die hun voorganger kwijt zijn.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant