Jan Terlouw was natuurkundige, naar beroep én aard, en werd een gevierd auteur. Begin jaren zeventig gaf hij zijn leven een slinger van jewelste; bijna tien jaar was hij de politiek leider van D66. Terlouw overleed op 93-jarige leeftijd in zijn huis in Twello.
In zekere zin is Jan Terlouw nooit een hardcore representant van zijn partij geweest, ofschoon hij bijna tien jaar de politiek leider was van D66. Zijn aard was daarvoor te eenzelvig en zijn opstelling in de politiek ook vaak te terughoudend. Het D66 van aartsvader Hans van Mierlo was Amsterdams in zijn onstuimigheid; de partij was een voortbrengsel van de sociaal-culturele woelingen van de jaren zestig, toen leven en politiek in de kroeg bij elkaar kwamen.
Jan Terlouw, op 93-jarige leeftijd gestorven, was een zoon van een gereformeerde predikant uit Kamperveen, een verzameling buurtschappen op het platteland van Overijssel. Terlouw was natuurkundige, naar beroep én aard. Hij was een man die voor- en nadelen in kaart bracht, van enerzijds-anderzijds hield en graag vooraf wilde weten waar hij aan toe was. Een andere man, een andere partij.
Tot zijn 40ste had Jan Terlouw nooit het verlangen gevoeld naar een actieve rol in de politiek. Hij was gepromoveerd en deed in internationaal gezelschap van wetenschappers onderzoek naar kernfusie. Er zijn loopbanen met minder glans. Toch gaf hij begin jaren zeventig zijn leven een slinger van jewelste. Hij stelde voor zichzelf vast dat hij goed kon meekomen in zijn vak, maar niet als de beste. Hij was geen Einstein.
Over de auteur
Jan Tromp is journalist en schrijver. Voor de Volkskrant recenseert hij boeken over politiek en openbaar bestuur.
Waarom zou hij geen schrijver worden van kinderboeken? Alle dagen vertelde hij zijn kinderen voor het slapen gaan een zelfverzonnen verhaal. Een en al oor waren ze, en dat bleek ook te gelden voor een brede schare van lezers toen hij eenmaal publiceerde. Hij werd een gevierd auteur, schreef bestsellers als Oorlogswinter, over het dunne onderscheid tussen goed en fout, en Koning van Katoren, een sprookjesboek over maatschappelijke thema’s als luchtvervuiling en bewapeningswedloop. Met beide boeken won hij een Gouden Griffel.
Waarom zou hij niet in de politiek gaan? Van Mierlo had met Amsterdamse geestverwanten een nieuwe partij opgericht, D66 (toen nog gespeld als D’66). Het opende een radicaal perspectief op nieuwe, meer democratische verhoudingen in het openbaar bestuur, weg van de macht van de traditionele zuilen. Terlouw meldde zich aan bij de lokale afdeling in zijn toenmalige woonplaats Utrecht. Het bleek de opmaat naar het lidmaatschap van de Utrechtse gemeenteraad in 1970 en het Kamerlidmaatschap vanaf 1971. In een column uit 2010 schreef hij: ‘Er zijn twee dingen die ieder mens kan proberen zonder daar een opleiding voor gevolgd te hebben: schrijven en politiek.’
Jan Terlouw was tussen 1973 en 1982 fractievoorzitter, minister en vicepremier. Machtige posities, snel verworven en toch maakte hij zelden een gelukkige indruk in de politiek. ‘Ik had inderdaad het gevoel dat iedereen in Nederland een hekel aan me had,’ erkende hij in 1989 in NRC Handelsblad in een terugblik op zijn loopbaan.
Terlouw was vooruitstrevend-liberaal, maar kende niet de radicale bravoure van de pioniers van D’66. Hij was geen stroeve man, maar achter houding en blik lag vaak argwaan verscholen. Joviaal kon je hem niet noemen. En radicaal, in de zin van vrij en ongeremd, toonde hij zich pas lang nadat hij de politiek had verlaten, in de nadagen van zijn leven.
Jan Terlouw in drie gedaantes:
Het dagblad Trouw schreef eens over Jan Terlouw als een man van ‘smetteloze keurigheid’. De krant noteerde: ‘Alles wat hij zegt is zo afgewogen, zo gepast en bovenal zo tergend juist.’ Zijn voorganger als partijleider, Hans van Mierlo, was een man van grote gebaren en diepe emoties. Een links-liberale hemelbestormer die droomde van het opblazen van het vermolmde politieke bestel. ‘We moeten een revolutie maken voordat die uitbreekt’, luidde een van de strijdvaardige motto’s van Van Mierlo.
Toen Terlouw in het najaar van 1973 partijleider werd, stelde hij er zakelijkheid voor in de plaats. Feiten en cijfers gingen boven verlangens en gevoelens. Ook hij wilde een beter functionerende democratie, maar het is de vraag of hij ervan droomde. Terlouw afficheerde zich als het ‘Redelijk Alternatief’. Zo stond het op de verkiezingsborden. De hemel hoefde niet bestormd te worden. Met beschaafd hervormen kwam je ook een heel eind.
Onder Van Mierlo had D66 een hecht verbond gesloten met de Partij van de Arbeid en diens leider Joop den Uyl. Van Mierlo streed begin jaren zeventig voor een Progressieve Volkspartij waarin partijen aan de linkerkant van het spectrum zich zouden verenigen. Hij stuurde aan op schaduwkabinetten van progressieven, zodat kiezers zich een concreet beeld konden vormen van een linkse coalitieregering. Terlouw voelde er weinig voor. Werd de partij niet een bijwagen van die machtsbeluste PvdA, als de lijn-Van Mierlo zou worden gevolgd? Vervuld van scepsis noteerde hij in 1981 in een dagboek: ‘Dit is niet fuseren, maar fusilleren.’
Terlouw was een politicus van het gematigde midden. ‘Ik praat anders dan politici van het ouderwetse soort’, zei hij in 1979. Hij doelde op collega’s ter rechter-, maar vooral ter linkerzijde die maatschappelijke problemen politiseerden. Strijd op het scherp van de snede – het was de tijdgeest. Terlouw wilde die mentale gesteldheid van het conflict als politiek wapen doorbreken. Hij zei bijvoorbeeld: ‘Ik noem altijd de voor- en de nadelen van iets. Politici van de oude stempel noemen alleen de voordelen.’
In 1982 knalde een centrum-linkse coalitie tussen CDA, PvdA en D66 al na negen maanden uit elkaar. Het CDA van Van Agt en de PvdA van Den Uyl hadden gedurende die periode in het kabinet weinig anders gedaan dan elkaar bestrijden. Terlouw, die minister van Economische Zaken was, voelde louter opluchting. Hij wist zich verlost van de drammers in dat gedoemde kabinet.
Aan de vooravond van nieuwe verkiezingen verklaarde hij dat zijn partij niet opnieuw, als vanzelfsprekend met de Partij van de Arbeid in zee zou gaan. Een samengaan met CDA en VVD wilde hij niet uitsluiten. Natuurlijk, een progressieve regering stond D66 beter, maar centrum-rechts was ook een redelijk alternatief. En voor zover de achterban mocht besluiten dat het toch anders moest, progressiever, diende men te weten dat hij, Jan Terlouw, dan niet beschikbaar was voor het lijsttrekkerschap.
Terlouw maakte van het romantisch-idealistische D’66 een partij die met beide benen op de grond stond. Het was een opstelling waarmee hij zowel een schitterende overwinning boekte als grandioos verloor. Van Agt en Wiegel, CDA en VVD, hadden in 1981 na vier jaar regeren torenhoge tekorten achtergelaten. Het was tijd voor het redelijk alternatief. D66 steeg van acht naar zeventien zetels, niet eerder vertoond en voor die tijd nagenoeg een aardverschuiving.
De campagne van 1982, een jaar later, was een rauwe strijd tussen rechts en links, tussen Van Agt en Den Uyl, met een onbetekenende rol voor de ‘smetteloze keurigheid’ van Terlouw: terug naar zes zetels. Ook zo’n neergang had de partij niet eerder meegemaakt. Terlouw verliet de Haagse politiek, in wrokkigheid.
Jan Terlouw heeft zich vaak miskend gevoeld in zijn op zichzelf fraaie carrière in de vaderlandse politiek. Hij leek naar meer waardering te haken dan doorgaans voorhanden is in de Haagse politieke jungle. In een interview met NRC Handelsblad uit 1989 beaamde hij dat gekrenktheid een opvallend kenmerk was geweest van zijn politieke optreden. ‘Ik zag heel Nederland als een vijandige omgeving. Ik voelde me verguisd door mijn partij die me na zoveel jaren wel erg weinig krediet had gegeven, en door de pers.’
Topambtenaren van Economische Zaken, waar Terlouw tussen 1981 en 1982 minister was, noemden hem ‘te eerlijk en te ethisch’. De andere kant van deze medaille luidt: te lichtgeraakt en te stijfkoppig. ‘Hij was zeer intelligent’, concludeerde een van de ambtenaren, ‘maar door zijn karakter redde hij het niet in het systeem.’
Terlouw verschool zich niet, maar in zijn contacten met de parlementaire pers was hij eigenlijk altijd op zijn hoede. Hij hanteerde een vorm van afstandelijkheid in een wrevelige, achterdochtige variant. Wat willen ze van me? Waarom hebben ze kritiek op me? Waarom word ik voor al dat sjouwen en sjorren niet wat meer gewaardeerd? Het liep als een rode draad door zijn Haagse jaren.
Drie maanden na zijn vertrek uit de landspolitiek begin 1983 publiceerde Terlouw een soort dagboek, losse aantekeningen over twee verkiezingscampagnes, twee kabinetscrises en twee formaties. Het werd een bitter boek. Terlouw beschrijft bijvoorbeeld zijn pleidooi binnen D66 voor deelname aan een kabinet met rechts, met CDA en VVD. In het belang van het land, betoogt hij. Dan schrijft hij: ‘Helaas, daar gaat het D’66 allang niet meer om. Het gaat er om progressief te zijn, om te horen bij de goeien, om niet te hoeven lezen dat we verrechtst zijn.’
Verrechtst, dat was wat de pers schreef over het D66 van Terlouw. Uit zijn dagboek: ‘Onafhankelijke journalistiek bestaat niet meer in Nederland. (...) Er is een hetze tegen mij aan de gang in de media waar ik echt van sta te kijken.’ Trouw kwalificeerde het dagboek als ‘notities gedrenkt in liters azijn’. Hans Wiegel, voormalig VVD-leider: ‘Hij kon het politieke en het persoonlijke moeilijk scheiden.’ En zijn voorganger Van Mierlo, met wie de verhouding altijd wrevelig was: ‘Het geeft precies zijn niveau aan. De kleinburgerlijke jacht op het gelijk.’ Fractiemedewerker Marlies Strous formuleerde het verschijnsel huiselijker: ‘Jan was de gezelligste’, zei ze. ‘Maar had je kritiek, dan kon hij als een kind gaan mokken.’
Terlouw was in de jaren negentig nog commissaris van de koningin in Gelderland en lid van de Eerste Kamer, maar naar voren treden was er niet meer bij. Totdat hij als 85-jarige in 2016 in het tv-programma De Wereld Draait Door een indrukwekkend optreden verzorgde dat brede aandacht kreeg. ‘Ik zeg tegen alle politici in binnen- en buitenland: mensen, wees integer, wees onkreukbaar en vooral: draag uit dat je er bent om het publieke belang te dienen.’ Ogenschijnlijk uit het hoofd stak hij een bevlogen betoog af tegen de verwoesting van de aarde en voor het herstel van vertrouwen tussen mensen. Het werd een hype op de sociale media.
Terlouw over politici: ‘Laat zien: je bent er voor het publieke belang, je bent er om de jeugd op een aarde te laten leven die zich kan herstellen, en waar we elkaar weer vertrouwen. Waar de touwtjes weer uit de brievenbus hangen.’ Vooral die metafoor van het touwtje uit de brievenbus maakte school: in de jaren vijftig konden de mensen zo bij elkaar naar binnenlopen. Er was vertrouwen toen.
Het was nostalgie, maar wel van de betere soort. In een interview met de Volkskrant had de 85-jarige ex-politicus zich al eerder van een nog veel hardere kant laten zien, als een geharnaste maatschappijcriticus die zich frank en vrij uitspreekt. ‘We gaan kapot aan het neoliberalisme’, verklaarde hij zonder omwegen, ‘we gaan er helemaal aan kapot. We worden geregeerd door het kapitaal – ik praat niet alleen over Nederland, ik praat over de hele wereld. De politiek is niet meer de baas. Dat zou men nog wel kunnen zijn, maar uiteindelijk laat men zich de wet voorschrijven door het kapitaal.
‘We zijn minder nauw in onze ingewanden dan vroeger. Vroeger vonden we dingen eerder verkeerd en leugenachtig en hypocriet dan tegenwoordig. De publieke moraal, onder politici en ook in de samenleving, is echt minder geworden.’
Je ziet het vaker: als oud-politici kunnen zeggen wat ze echt denken, zijn ze radicaler dan ooit kon worden vermoed. Voormalig CDA-premier Van Agt en zijn verbeten strijd voor de Palestijnse zaak is in dit opzicht de bekendste illustratie van het verschijnsel. Terlouw ontpopte zich op hoge leeftijd tot een regelrechte antikapitalist. Toch? In februari 2016: ‘Ik hoor nog weleens om me heen: wat ben je links geworden. Dat is een verkeerde aanname. Ik zei dit soort dingen al in de jaren zeventig. Toen was daar niets radicaal aan. Het is de samenleving die zo rechts is geworden, zo verschrikkelijk rechts.’
Geraadpleegde literatuur
De onweerstaanbare opkomst van Jan Terlouw, Paul van Engen, 1982, Alphen aan den Rijn
Naar zeventien zetels en terug, Jan Terlouw, 1983, Utrecht
Kroonprinsenleed, Ed van Thijn, 2008, Amsterdam
Jan Terlouw – Jeugdboekenheld op het Binnenhof, Joep Boerboom, 2016, Amsterdam
Hans van Mierlo 1931-2010 – Een wonderbaarlijk politicus, Hubert Smeets, 2021, Amsterdam
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant