Wat zijn dit voor vragen? Gilad Perez schreef het boek Hummus en Hamas, over zijn ervaringen als Marokkaans-Joodse vredesjournalist in oorlogstijd. Zélf keert Perez zich tegen eenzijdige berichtgeving, maar nu de Volkskrant hem vijf dilemma’s voorlegt zal hij toch stelling moeten nemen.
is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.
Marokkaans of Israëlisch?
‘Ik vind het lastig, maar ik denk dat ik op dit moment in mijn leven kies voor Israëlisch. Ik ben nooit in Marokko geweest, en mijn familie, Marokkaanse joden uit Casablanca, zijn heel lang geleden uit het land vertrokken om naar Israël te emigreren. Ik zeg niet dat ik nooit naar Marokko zal gaan, maar op dit moment voel ik nog niet die connectie die ik met Israël heb.
‘Vijf jaar geleden overleed mijn vader plotseling. Ik ben toen mijn familie in Israël gaan opzoeken en heb een band met ze weten op te bouwen. Daarvoor was ik niet echt bezig met Israël en mijn familie daar.
‘Mijn vader zat in Israël in een kibboets. Hij was een vrije geest. Daar leerde hij een Nederlandse vrouw kennen, niet mijn moeder, met wie hij naar Nederland verhuisde. Na de scheiding met die vrouw leerde hij mijn moeder kennen en zijn ze in Den Haag gaan wonen.
‘Mijn vader was seculier. Hij vond het wel belangrijk om de joodse feestdagen te vieren, maar dat was niet uit religieuze overtuiging. Hij was een chef-kok en vond het leuk om met de hele familie aan de eettafel te zitten en te koken voor ons. Natuurlijk voelde hij nog wel een zekere verbondenheid met Israël, hij volgde het Israëlische nieuws, maar in een synagoge zou je hem niet vaak vinden.
‘Hij heeft ons een keer meegenomen naar Israël. Ik was toen 12. Hij was toen heel beschermend. Je stapt niet in een bus, je gaat niet naar een winkelcentrum, hield hij mij voor, want hij was bang voor aanslagen. Daarna had hij nooit meer de behoefte om met ons naar Israël te gaan. Hij had ook liever niet dat we in Nederland zeiden dat we een Israëlische achtergrond hebben. Zeg maar dat je Spaans bent, hield hij ons voor. Dat kon ook makkelijk met de achternaam Perez.’
Hummus of Hamas?
‘Hummus natuurlijk! Stel je eens voor dat ik Hamas had gezegd, ik weet niet wat dat voor mijn boekverkoop had betekend. Hummus en Hamas is de titel van mijn boek. Eigenlijk wilde ik helemaal geen boek schrijven. Op 10 oktober, drie dagen na de Hamas-aanval, werd ik gemaild door de hoofdredacteur van uitgeverij Prometheus met de vraag of ik iets voor ze wilde schrijven. Eerst had ik bedankt. Maar een paar maanden later, toen ik weer terug was in Nederland, lag ik op bed in mijn zolderkamer in Rotterdam en ik dacht: heb ik nou écht nee gezegd tegen een van de grootste uitgevers van Nederland?
‘Toen ik weigerde, dacht ik nog: ik ben een jonge, beginnende journalist, wat heb ik nou te vertellen? Maar later realiseerde ik me dat dat ook een interessant uitgangspunt kan zijn. Ik heb een frisse blik op de zaak en ik ben tegen dingen aangelopen die interessant kunnen zijn voor een boek. Een boek over mijn persoonlijke ervaringen en mijn groeiende kritiek op de journalistiek in Israël en de Arabische wereld, dat leek mij wel wat.
‘Israëlische journalisten duiden vooral de gevoelens van hun eigen volk. Dezelfde eenzijdigheid zag ik ook bij Arabische media, vooral in het gebrek aan berichtgeving over de gruwelijkheden van 7 oktober 2023. Een omroep als Al Jazeera heeft daar een enorme kans laten liggen.
‘Een goede journalist weet wat mij betreft het verhaal van beide partijen voor het voetlicht te krijgen. Dat miste ik heel erg in de Israëlische en Arabische media, die alleen oog hadden voor het lijden van het eigen volk. Er zijn zeker publicaties die wel evenwichtig berichtgeven in Israël, zoals de krant Haaretz, maar die wordt door maar een klein deel van het volk gelezen.’
The Times of Israel of het AD?
‘Makkelijk. Het AD. Na mijn middelbare school begon ik aan de School voor Journalistiek met de droom om sportjournalist te worden. Maar in het derde jaar ging ik in het kader van mijn studie op reportagereis naar Israël om te schrijven over ultraorthodoxe joden die niet werken. Toen is het balletje gaan rollen en heb ik ervoor gekozen om specifiek over Israël te schrijven.
‘Later, nadat ik op de mediaredactie van NRC stage had gelopen, ben ik weer naar Israël gegaan en schreef ik met een medestudent een artikel over Israëliërs die vanwege de ultrarechtse regering van Netanyahu een tweede paspoort hadden aangevraagd in het buitenland om daarnaartoe te verhuizen. We hadden het overal gepitcht en uiteindelijk wilde het AD het wel hebben. Na dat stuk kon ik als freelancer in Israël aan de slag voor het AD en kort daarna vond 7 oktober plaats.
‘Het was krankzinnig. In de eerste week daarna schreef ik acht artikelen, ik had nog nooit zo’n productie gedraaid. Ik was 22. Het was voor iedereen een beangstigende tijd, niemand wist waar het gevaar vandaan kon komen, maar door het schrijven kon ik in een bepaalde werkmodus schieten. Welk artikel moet er komen, hoeveel woorden, welke foto’s kunnen daarbij. Heel veel mensen spreken over 7 oktober als een traumatische ervaring, maar ik ervaar dat niet zo, en dat komt door die werkmodus, ik was geconcentreerd op artikelen leveren.
‘Tegelijkertijd liep ik stage bij The Times of Israël, een Israëlische krant gericht op Engelstalige lezers. Mijn taak was heel simpel: ik moest de verhalen die de redacteuren van de krant schreven opmaken voor Instagram. Voor 7 oktober waren dat verhalen over van alles, maar daarna stond vooral het leed van Israëliërs centraal.
‘Ik besloot toen een stuk te schrijven over een Palestijnse journalist die het Israëlische leger beschuldigde van het doelbewust doden van Palestijnse journalisten. Een standaardartikel, met wederhoor van het leger, dat natuurlijk ontkende.
‘Toch werd het stuk geweigerd door The Times of Israel. ‘Armzalige journalistiek’ was het commentaar van een van de redacteuren. Terwijl hetzelfde verhaal uiteindelijk wel door grote Nederlandse kranten als Het Parool werd afgedrukt. Toen dacht ik: hier ga ik niet mee door, ik kan dit journalistiek niet verantwoorden, en ben ik alleen nog maar voor het AD gaan schrijven.
‘Ik denk dat er een bepaalde zelfcensuur in de Israëlische journalistiek zit. Sommige journalisten willen bewust de andere kant van het verhaal, het lijden in Gaza, niet zien. Ze maken deel uit van de Israëlische samenleving, hebben vaak in het Israëlische leger gediend. Het heeft ook te maken met toegang. Ik sprak Israëlische journalisten die zeiden: we hebben geen toegang tot Gaza, hoe moeten we de berichten vertrouwen die daarvandaan komen? Terwijl: je kunt zo de telefoon oppakken en iemand in Gaza bellen en informatie verifiëren.’
Eddo Rosenthal of Nasrah Habiballah?
‘Van Rosenthal (oud-NOS-correspondent met Joodse achtergrond, die tussen 1975 en 2007 in Israël werkte, red.) heb ik niet veel meegemaakt, hij is van ver voor mijn tijd. Maar ik haal hem wel aan in mijn boek. In 2007 reageerde hij in een Volkskrant-interview op de kritiek van een andere Israël-correspondent, Conny Mus, die stelde dat journalisten met een Joodse achtergrond te betrokken zijn bij Israël en daarom geen objectief verslag kunnen uitbrengen. Rosenthal vond dat onzin. ‘Dan zou een katholieke correspondent dus nooit het Vaticaan kunnen verslaan’, reageerde Rosenthal. ‘Je bent óf een goede journalist óf niet.’
‘Ik denk er ook zo over, en Nasrah Habiballah, die een Palestijnse achtergrond heeft, doet dat ook. Laatst werd ze in een podcast geïnterviewd en vroeg ze zich ook af waarom er altijd naar haar achtergrond gevraagd wordt. Er zijn zat andere journalisten in Nederland die over bepaalde facetten schrijven die met hun Nederlandse achtergrond te maken hebben, maar daar wordt nooit een probleem van gemaakt.
‘Het zou voor mij wel anders zijn als ik een Israëli trouw en kinderen krijg die in het Israëlisch leger moeten dienen. Ik zie niet voor me hoe ik dan nog objectief over het leger zou kunnen schrijven.’
Etnische zuivering of genocide?
‘Tja... Misschien moet je nu ook opschrijven dat er een hele lange stilte valt. Nou ja, als je kijkt vanuit wat er feitelijk bewezen kan worden in deze oorlog tussen Israël en Hamas, dan is etnische zuivering de meest veilige optie. Het oordeel genocide is nu nog aan de rechtspraak. Het is juridisch gezien voorbarig om te spreken van genocide. Je hebt namelijk het principe dat je onschuldig bent totdat het tegendeel is bewezen.
‘We zien natuurlijk constante evacuatieorders, hulpblokkades, geweld tegen onschuldige Palestijnen en onlangs ook het goedgekeurde plan om Palestijnen naar het zuiden van Gaza te verplaatsen. Niet alleen mensenrechtenorganisaties noemen zulke plannen en daden etnische zuivering, maar zelfs de voormalige Israëlische minister van Defensie, Moshe Ya’alon, omschreef vorig jaar de situatie in het noorden van Gaza als zodanig.’
Gilad Perez
Geboren op 20-09-2001 in Den Haag
2019: Christelijk Lyceum Delft
2019 - 2023: School voor de Journalistiek in Utrecht
2022: Stage bij NRC
2023: Stage bij The Times of Israel
2023 - heden: Correspondent in Israël voor het Algemeen Dagblad
2025: boek Hummus en Hamas: Een Marokkaans-Joodse vredesjournalist in oorlogstijd
Perez pendelt tussen Tel Aviv en Rotterdam.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant