Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant
Een kwarteeuw geleden woonde ik in Roombeek, te Enschede. Het aantal mondiale dreigingen lag laag… Poetin was nog geen twee maanden president, hij deed nog denken aan… Dick Schoof. Te lande toonde Pim Fortuyn nog geen politieke ambities… Meer stront zat er kortom niet, zijnde de wereld, aan de knikker, hooguit een beetje… (Mooi gezegd…)
Wel was er… de Muur.
Nee, niet het wielertijdschrift, geheten De Muur… noch de Berlijnse of Chinese muur, … nee… deze geschiedenis gaat over de Blinde Muur die zich destijds meterslang aan de Tollenstraat verhief, in het oude Roombeek…
Dagelijks liep ik langs die blinde muur, op weg naar de buurtsuper (weggevaagd), of naar de Chinees, een hele kleine, slechts één tafel stond er (ook weggevaagd)… Als ik er at, ingeklemd tussen de gokkast en de toonbank, gaf de uitbater me ingekorte stokjes, echt waar… Niks vermoedend langs die blinde muur lopend, vermoedde ik er van alles achter, ongeveer zoals Tom Waits in zijn praatlied What’s He Building?… Met die paranoïde stem van hem, vermoedde ik dingen… what’s he building in there…? what the hell is he building in there…? laag, raspend, vandaar steeds die puntjes… zo liep ik … he has subscriptions to those magazines… he never waves when he get’s by… he’s hiding something from the rest of us… He has no dog, he has no friends… What’s he building in there?...
KABOEM.
Meteen Groenman aan de lijn, mijn oude chef bij de krant, ‘hoorde je dat, maatje? Hoorde jij die knal? Ben je dood? Bel me toch maar even terug. Ik ruik nieuws. Die knal is nieuws. We maken een extra editie, dat voel je wel!’
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik zat in Zaltbommel op een bruiloft van een der g’noten. Ook daarom betaal je contributie. Tijdens het diner belde ik met Landheer, mijn collega-reporter, hij stond Gerri Eickhof-achtig naast mijn verpleegstersflat, oplettend of de hens erin ging. Hing van de windrichting af.
Ging er niet in. (De hens.)
Toen ik thuiskwam, lag er op de parkeerplaats zo’n zeecontainer waarop Trump z’n tarieven loslaat. Het gigantische ding was door de ontploffing óver de flat heen gevlogen. Misschien was dit de enige keer in mijn leven dat ik mijn ogen niet geloofde. De kracht waarmee die vuurwerkzeecontainer over onze flat was heengeslingerd – onmogelijk, iemand had hem er met een hijskraan heengereden, Ralph Inbar bijvoorbeeld.
De dagen na de ramp, die kolossaal was, groter dan wanneer je erover leest, zijn raar. Wekenlang kon ik mijn flat niet in, wegens instortingsgevaar. Ik leefde in geleende kleren, sliep bij collega’s. Van de gemeente ontving ik, handje contantje 1.500 gulden – secundaire schadevergoeding. Te makkelijk verdiend, vond ik, het rokende slagveld overziend. ‘Meneer’, zei de ambtenaar toen ik ze terug kwam brengen, ‘u bent de eerste en waarschijnlijk de enige.’
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
In een van de ruïnes tegenover de vuurwerkhandel hadden vier studenten van een christelijke studentenvereniging gewoond, devote jongens die, zo verklaarden ze toen ik ze interviewde, de stad uit waren, die middag. Godzijdank wel.
‘Maar jongens’, vroeg ik, ‘heeft de ramp het geloof niet doen wankelen? Jullie hebben jaren tegen die blinde muur aan zitten kijken.’ Je kent in die gevallen het antwoord al, toch vraag je het.
Hadden ze heus wel over nagedacht, gaven ze toe. Maar nee, eerder integendeel. Het was geen toeval, hadden ze besloten, dat Gods vuurwerkwil zich voltrokken had op moederdag. Ze waren alle vier bij hun moeder geweest, waarin ze zijn hand herkenden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns