In Nederland gaan nergens zo veel bedrijven over de kop als in de industrie. De sector worstelt met hoge energieprijzen en buitenlandse concurrentie, waardoor steeds meer fabrieken moeten sluiten. De vrees is dat er meer klappen vallen.
Massaontslagen bij Tata Steel en Dow Chemicals, een groot aantal faillissementen en vier bedrijven die onlangs besloten hun fabrieken in het Rotterdamse havengebied te sluiten. Voor de Nederlandse industrie was er de afgelopen tijd weinig reden tot juichen.
Daar kwam eind vorige maand bij dat bandenproducent Vredestein zijn fabriek in Enschede sluit, terwijl Shell kritisch kijkt naar zijn chemieactiviteiten in Pernis. Tel daarbij op dat chemieconcern Sabic zijn fabriek in Geleen onder de loep neemt en het mag duidelijk zijn dat de industrie in de knel zit.
Dat bleek ook al uit cijfers van statistiekbureau CBS, die laten zien dat vooral raffinaderijen, chemische fabrieken en producenten van vervoermiddelen in de verdrukking zitten. Ze noteerden eind vorig jaar omzetdalingen van ruim 10 procent ten opzichte van een jaar eerder.
De sector is voor Nederland van groot belang. Er werken ruim 800.000 mensen en de industrie is goed voor zo'n 10 procent van de economie. Ook neemt de sector een groot deel van de export voor zijn rekening. Maar de problemen zijn talrijk. Bedrijven kampen onder meer met personeelstekorten, regeldruk, hoge loonkosten en grillig politiek beleid, zowel nationaal als internationaal.
Ook de inflatiegolf van 2022 en 2023 heeft de industrie geen goed gedaan, denkt Albert Jan Swart, sectoreconoom Industrie bij ABN AMRO. "De hogere prijzen maakten dat consumenten minder kochten en bedrijven dus ook minder orders kregen. Daarnaast gingen rentes omhoog."
In de industrie spelen rentes een grote rol omdat de sector zeer afhankelijk is van grote investeringen, bijvoorbeeld voor nieuwe fabrieken en machines. Bedrijven financieren die met leningen en die worden duurder als rentes oplopen, legt Swart uit.
Toch zijn de hoge energieprijzen de grootste steen des aanstoots. Bedrijven in Nederland betalen gemiddeld 95 euro voor een megawattuur stroom, tientallen euro's meer dan in omringende landen. Vooral bedrijfstakken die veel energie gebruiken, zoals staalproducenten en chemische bedrijven, hebben daar last van.
Dit komt onder meer doordat we in ons land hoge nettarieven hebben als gevolg van grote investeringen in het stroomnet. Verder is de stroomproductie in Nederland duurder dan in omringende landen, bijvoorbeeld doordat energiecentrales vaak gas gebruiken om stroom te produceren.
En daarmee is het problemenlijstje nog niet af, want concurrentie uit verre oorden doet ook pijn. Swart wijst op de faillissementen van enkele bedrijven die plastic recyclen. "Ze hebben te maken met concurrentie van Chinese bedrijven, die met goedkope Russische olie nieuw plastic kunnen maken tegen een lage prijs."
Ook chemiebedrijf Tronox kon niet langer opboksen tegen het buitenland en besloot daarom zijn fabriek in de Rotterdamse haven te sluiten. Deze en andere faillissementen in het havengebied bewogen havenbeheerder Port of Rotterdam ertoe om aan de bel te trekken bij de Nederlandse politiek. Die zou iets moeten doen aan de hoge kosten, vele regels en andere knelpunten zoals het stikstofprobleem.
De politiek is inmiddels in actie gekomen. Zo kunnen bedrijven langer korting krijgen op hun energierekening. Verder gaat er een streep door de voorgenomen plasticheffing en gaat de CO2-heffing niet verder omhoog. Toch zijn er twijfels of dat genoeg is. Zo hadden ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland gehoopt op meer maatregelen om de energierekening omlaag te krijgen.
Ook Swart houdt er rekening mee dat de problemen de komende tijd aanhouden. Daarbij wijst hij op een recente peiling van de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement. Daaruit bleek een daling van het aantal orders voor de industrie. Al sinds afgelopen zomer daalt de bedrijvigheid vrijwel elke maand, net als de werkgelegenheid.
Werkgeversvereniging AWVN ziet het ook niet snel beter gaan met de industrie. "We waarschuwen al meer dan een jaar voor deze problemen", zegt een woordvoerder. Naast hoge energiekosten, wijst de vereniging op het aanhoudende personeelstekort. "We hebben mensen uit het buitenland nodig, voor wie we gunstige regelingen moeten hebben." Dat regelingen voor expats in Nederland onder druk staan, helpt daar niet bij.
Verder is duidelijk overheidsbeleid volgens AWVN essentieel. "Als er geïnvesteerd moet worden, kijken bedrijven tien tot twintig jaar vooruit. Zij hebben zekerheid nodig. Daarmee creëer je een sterkere concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland. Als bedrijven onderzoeken in welk land ze willen investeren, moet dat altijd in het voordeel van Nederland uitvallen."
Source: Nu.nl economisch