Ook een historische buitenplaats aan de Vecht kun je delen als woning, bewezen twee families met vallen en opstaan. Na een halve eeuw samenwonen staat hun Herteveld nu te koop. ‘We hebben zelfs een ‘Kapucijner Opstand’ gehad.’
is redacteur economie van de Volkskrant en schrijft regelmatig over de woningmarkt.
Toen Barbara en Steven de Clercq buitenplaats Herteveld aan de Vecht voor het eerst bezochten, in 1975, samen met hun twee piepjonge dochters, keken ze wel even op van de slechte staat van de 17de-eeuwse woonstee. De voormalige muziekkamer, een zaal aan de voorzijde, was bijvoorbeeld gebruikt voor de zeilmakerij van een eerdere eigenaar. Steven de Clercq: ‘Het was een ongelooflijke klerezooi, een fabriek eigenlijk, met grote stopcontacten voor krachtstroom tegen de muren.’
Het landgoed stond te koop voor ruim 400 duizend gulden, omgerekend zo’n 200 duizend euro. Althans, dat gold voor het restant van het buiten. De orangerie en het koetshuis waren bijvoorbeeld al los verkocht. Maar het geheel, met de omringende tuin van bijna 7.000 vierkante meter, sprak tot de verbeelding.
Het grote huis bood bovendien nog een verrassing. Op de bovenverdiepingen woonden in elf kamers dertien huurders, onder wie studenten van de kunstacademie in Utrecht. Die waren ‘binnengehaald’ door de toenmalige eigenaar, een kunsthandelaar.
Barbara de Clercq-Brinkgreve (77, beeldhouwer) en Steven de Clercq (84, voormalig directeur Universiteitsmuseum Utrecht) bewonen Herteveld nu bijna vijftig jaar. Bijna die hele periode is dat samen met mede-eigenaren Suzette Boon-Langelaan (76, psychotherapeut) en Tom Boon (80, oud-hoogleraar urologie). Ieder bewoont een eigen helft van het huis. Boven hen wonen nog drie resterende huurders, nadat de brandweer de verhuur van de zolderruimten had verboden.
Maar Herteveld wachten grote veranderingen. Want beide echtparen zwaaien af, ieder naar een eigen woonhuis, in Maarssen en Utrecht. Maar ze denken wel dat hun ervaringen op Herteveld iets kunnen leren over woningdelen. Suzette Boon: ‘Het zou asociaal zijn zo’n groot huis alleen te bewonen. En woningdelen is echt leuk en gezellig, als je het goed organiseert.’
Barbara de Clercq: ‘We vonden de koop een geweldig avontuur, maar het was wel ongelooflijk veel geld. Ook daarom kochten we het samen, met een ander echtpaar.’
Steven de Clercq: ‘Dat we hier konden komen wonen, met onze ambtenarensalarissen, was ook echt dankzij onze huurders. En we dachten: als we failliet gaan aan dit huis, dan gaan we maar failliet.’
Barbara de Clercq: ‘Het was de tijd van de Club van Rome, die waarschuwde voor grenzen aan de groei van de economie en de bevolking. Je wilde ook zelf minder kinderen. Maar je wilde je kinderen juist weer wel in een groter verband laten opgroeien. Niet in een commune, maar wel in een soort leefgemeenschap.’
Steven de Clercq: ‘Het was zeer ongeorganiseerd, zeker in het begin.’
Barbara de Clercq: ‘Als je onze kinderen meetelt, woonden we toen met 22 mensen hier. Het was heel veel vergaderen, ook met de huurders. Het was de tijd van de democratisering. Wij wilden langzamerhand iets meer regels stellen, maar de huurders vonden dat ze overal recht op hadden: parkeren voor het huis, onze houtjes gebruiken voor de barbecue. Alles was van iedereen. Nou, daar hadden wij toch geen zin in. Het was best ingewikkeld om dat een beetje aan hun verstand te brengen.’
Suzette Boon: ‘Toen we de huurders eind jaren zeventig een huurcontract wilden geven, brak er een opstand uit. Een contract, dat vonden ze belachelijk. Dat was wel even penibel. Ze woonden toch vlak boven je hoofd. Dan voel je je even kwetsbaar.’
Barbara de Clercq: ‘Maar de mooie herinneringen overheersen. Ons huis was eigenlijk een soort dorp. Van de ene huurder leerden de kinderen trompet spelen, van een andere koekjes bakken. En soms stonden er wel veertig kinderen hier te zingen als Sinterklaas met een bootje over de Vecht aankwam.’
Steven de Clercq: ‘De Sint kon aanmeren aan onze waterstoep, zoals dat heet, de aanlegsteiger hier pal voor het huis.’
Barbara de Clercq: ‘Dan werd het verkeer tegengehouden en kon Sinterklaas zo oversteken en hup de poort door.’
Suzette Boon: ‘We hebben hier eindeloos veel huisconcerten georganiseerd. Vaak van hoog niveau, maar soms ook wat minder. Weten jullie nog, die dertig blazers? Dramatisch was dat.’
Barbara de Clercq: ‘Nou ja… Het was gewoon altijd leuk, met grote pannen soep en daarna wijn in de keuken.’
Suzette Boon: ‘Met de twee families aten we lange tijd vier keer per week samen.’
Tom Boon: ‘Tot de kinderen ouder werden en het lawaai ons wat te veel werd.’
Barbara de Clercq: ‘Tot de ‘Kapucijner Opstand’ eigenlijk. Suzette maakte altijd lange werkdagen. Als zij kookbeurt had, gooide ze snel wat in de pan. De pubers maakten duidelijk dat zij geen kapucijners meer wilden, maar pasta.’
Het echtpaar Boon arriveerde in 1978 op Herteveld, zo’n drie jaar na het gezin De Clercq, met hun twee zoons, een derde volgde later. Suzette Boon: ‘Wij hadden eerder een aantal jaren in Afrika in de bush gewoond, samen met een aantal nonnen. Tom werkte daar als tropenarts in een missiehospitaal. Dus we dachten: nou, met Barbara en Steven kunnen we dan ook wel aan. En het delen van dit huis bleek een enorme verrijking van ons leven.’
Steven de Clercq: ‘We zijn hier met een ander echtpaar begonnen, zonder iets vast te leggen. We dachten het wel eens te zijn over hoe we hier wilden leven.’
Steven de Clercq: ‘Uiteindelijk ging het niet helemaal goed. Toen hebben we gezegd: met onze volgende medebewoners gaan we het heel goed regelen.’
Tom Boon: ‘Je moet bijvoorbeeld duidelijk afspreken wat gezamenlijk is en wat private life. We hebben negen maanden overlegd. Wat gebeurt er bij een scheiding? Wat als je wilt verkopen? Dat soort vragen.’
Steven de Clercq: ‘Wat misschien nog ontbrak, was een bepaling wat je doet bij onmin. Dat je dan een mediator aanstelt, bijvoorbeeld. Ook een gezamenlijke missie zou je nog kunnen benoemen, zoals de zorg voor dit bijzondere erfgoed.’
Tom Boon: ‘Zulke afspraken geven rust en zekerheid. We hebben het document nooit meer uit de la gehaald. Je hebt weleens een discussie natuurlijk, maar het is altijd goed gekomen.’
Suzette Boon: ‘Ach, in elk huwelijk heb je weleens wat.’
Barbara de Clercq: ‘Het spannendst tussen ons was misschien wel de bouw van mijn atelier, op de plek van het bosje waar de kinderen hun vuurtjes stookten en hun boomhutten hadden. Als we het daarover niet eens waren geworden, dan was dat misschien een bom geweest, intermenselijk gezien. Maar ze hebben ze het mij gewoon gegund, midden jaren negentig. En nu zitten we hier nog altijd vreedzaam samen in deze prachtige tuin. Je moet een beetje inschikkelijk zijn. En niet te ingewikkeld doen.’
Barbara de Clercq: ‘We waren naïef en jong. Het was ook nog niet zo gewoon om allerlei constructies te bedenken voor het samenwonen.’
Het was een lange weg, dat wel. Steven de Clercq: ‘We zijn bijna een halve eeuw bezig geweest om het huis in goede staat te brengen, met respect voor het monumentale karakter ervan. Toen we hier kwamen wonen, hadden we aan onze kant alleen de zaal en de keuken. De eerste kamertjes voor de kinderen hebben we gemaakt in de zaal, met verhuisdozen.’
Suzette Boon: ‘Als er eens een huurder vertrok, konden we langzaam wat uitbreiden. Toen onze oudste 7 jaar was, kreeg hij zijn eigen kamer, tussen de huurders. Dat ging heel goed en gezellig.’
Barbara de Clercq: ‘Ook onze oudste kreeg zo de kamer boven onze slaapkamer. Heerlijk! Het geluid van je kind is toch je eigen geluid.’
Steven de Clercq: ‘Ja, want het is wat gehorig. Een vriendje van een huurster ging daar ’s nachts luidkeels sonnetten van Shakespeare declameren. Dat was geen pretje.’
Het werk aan het huis werd zo veel mogelijk zelf gedaan. Steven de Clercq: ‘We hebben bijvoorbeeld uren op onze knieën gezeten om honderdduizend nietjes uit de vloerdelen te halen, waarmee de zeilmaker zijn zeilen had vastgezet. Maar we gaven ook jaarlijks grote bedragen uit aan renovatie en restauratie. Een groot deel van de vloerbalken moest worden aangeheeld, bijvoorbeeld. Dat was een giga-operatie, tussen het wonen door.’
Barbara de Clercq: ‘Dat waren tijden van: kiezen op mekaar en doorzetten. Je moest wel.’
Tom Boon: ‘Voor dat soort dingen was soms wel een flinke extra financiële inleg nodig. Zoals vorig jaar voor de restauratie van de achtergevel. Dat is dan wel even slikken.’
De echtparen hebben het huis in de verkoop gezet. Ze gaan verhuizen, voor ‘wat minder onderhoud en minder verantwoordelijkheden, op onze leeftijd’. Ook de huurders zijn akkoord met een vertrek, van wie twee met een uitkoopsom.
Het zou mooi zijn als Herteveld weer in handen komt van woningdelers, vinden de eigenaren. Suzette Boon: ‘Er is natuurlijk enorme woningnood. Misschien kun je de verdeling nog iets zakelijker organiseren, bijvoorbeeld door splitsing in appartementen.’
Mogelijk gooit de vraagprijs van 3,5 miljoen euro wat betreft woningdelen roet in het eten. Een flinke korting voor geïnteresseerde samenwoners zit er niet in. Barbara de Clercq: ‘Dat kunnen wij ons niet permitteren.’
Suzette Boon: ‘We hebben niet de luxe om dergelijke wensen te hebben.’
Steven de Clercq: ‘Herteveld voelt een beetje als een levenswerk, maar je moet het ook weer loslaten.’
Suzette Boon: ‘Als ik hier dan ’s avonds door de tuin loop, denk ik weleens: waarom gaan we hier in godsnaam weg?’
Om woningdelen tot een succes te maken, is het essentieel om veel zaken goed te regelen, zegt Peter Bakker, bestuurslid van de Vereniging Gemeenschappelijk Wonen: van de financiering tot het gebruik van gemeenschappelijke ruimten. ‘Maak bijvoorbeeld duidelijke afspraken over de besluitvorming en de omgang met conflicten. Bepaal ook wat je wilt doen als een van de leden niet kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen. Of hoe je bij vertrek van bewoners hun opvolging regelt. Je zult dus veel moeten regelen, maar je voorkomt er ook veel problemen mee.’ Komende zaterdag is het ‘Gemeenschappelijkwonendag’, dat mede door VGW wordt georganiseerd. Woongemeenschappen in heel Nederland openen dan hun deuren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant