Van een kale kip kun je geen veren plukken, is het idee achter een nieuwe werkwijze van schuldhulpverleners. Daardoor zijn zo'n zesduizend mensen met een laag inkomen sinds afgelopen juli verlost van hun schulden zonder iets te hoeven betalen.
"We maken ons zorgen over mensen die zo'n laag inkomen hebben dat ze geen enkele ruimte overhebben om schulden af te lossen", zegt voorzitter Renate Richters van brancheorganisatie NVVK. Dankzij een werkwijze die afgelopen juli inging, hoeft deze groep niet altijd meer mee te betalen aan schuldeisers.
De NVVK gebruikt een nieuwe rekenmethode om te bepalen hoeveel iemand werkelijk nodig heeft om rond te komen en legt dat naast het inkomen. Daarmee laten de schuldhulpverleners het zogeheten sociaal minimum los. Dat is het strak afgestelde normbedrag dat de overheid bepaalt.
Van de mensen die zich bij de schuldhulpverlening melden, houdt ongeveer een derde niets over om schuldeisers terug te betalen. Zij hebben ook niet genoeg spaargeld of bijvoorbeeld een auto om te verkopen.
"Eerder vonden we dan dat we een schuldeiser toch iets moesten bieden en vroegen we degene met schulden om 50 euro per maand", vertelt een NVVK-woordvoerder. "Daar zijn we mee gestopt." Hij schat dat zo'n zesduizend mensen op deze manier van hun schuld af zijn gekomen. Zij krijgen begeleiding om te voorkomen dat ze weer in geldproblemen raken.
16 procent van de mensen zonder mogelijkheid om af te lossen heeft een betaalde baan, ziet NVVK. Zij hebben geen vermogen of bijvoorbeeld een auto om te verkopen en kunnen schuldeisers dus niet terugbetalen. Van alle hulpvragers heeft 43 procent werk. Bijna de helft ontvangt een uitkering.
"Het sociaal minimum is echt te laag", zegt de woordvoerder. Dat blijkt ook uit onderzoek naar het normbedrag waarvan huishoudens zouden moeten kunnen rondkomen. Het kabinet kan de situatie van armere huishoudens verbeteren door bijvoorbeeld toeslagen te verhogen. Nu zijn het de schuldeisers die de rekening betalen, constateert NVVK.
Gemiddeld hadden mensen in de schuldhulpverlening vorig jaar dertien verschillende schuldeisers. De meestgenoemde is de Belastingdienst, waar in de optelsom van NVVK ook de Dienst Toeslagen onder valt. Op de tweede plaats staan zorgverzekeraars, gevolgd door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), gemeenten en incasso-organisaties.
De gemiddelde schuld die mensen hadden opgebouwd toen ze bij schuldhulpverlening aanklopten, groeide vorig jaar met 10 procent naar 42.786 euro. Die ontwikkeling kun je in de onderstaande grafiek bekijken. "We verklaren dat deels doordat meer ondernemers een beroep doen op schuldhulp", zegt de woordvoerder. Zij kampen doorgaans met hogere schulden dan particulieren. "We zijn niet blij met deze stijging, omdat we er juist eerder bij willen zijn."
In de meeste gevallen hoeft iemand niet het hele bedrag terug te betalen aan schuldeisers, omdat dat geld er simpelweg niet is. Bijna drie kwart van de mensen die schuldhulp krijgen, moet achttien maanden lang afbetalen en daarna is het klaar.
Zowel het aantal hulpvragen als schuldregelingen bij schuldhulpverleners steeg in 2024. Gemeenten zoeken tegenwoordig eerder contact met inwoners die een rekening niet op tijd betalen. Dat verklaart mogelijk het grotere aantal hulpvragers. Vorig jaar kwamen er ruim 82.000 aanvragen binnen.
Het aantal schuldregelingen steeg naar ruim zeventienduizend. Aangezien uit eerder onderzoek van de NVVK bleek dat een derde van deze groep geen geld kon terugbetalen, schat de organisatie dat bijna zesduizend mensen van hun schulden zijn verlost. In het jaarverslag staat dat het om ruim driehonderd gaat, maar volgens de woordvoerder is dat cijfer vertekend. Doordat het om een nieuwe regeling gaat, is er sprake van onderrapportage.
Bijna de helft van de mensen met een schuldregeling is tussen de 26 en 45 jaar oud. Hieronder kun je zien hoe de groep verder is opgebouwd.
Source: Nu.nl economisch