De kleuren lijken gebleekt door de zon in deze koortsdroom-achtige film van de Ierse regisseur Lorcan Finnegan. Hij is een specialist is in het scheppen van bizarre omgevingen waarin zijn hoofdpersonages ten onder gaan.
Het personage van Nicolas Cage in The Surfer heeft geen naam. Op de aftiteling staat hij slechts vermeld als ‘The Surfer’ en daarmee weet de goede verstaander eigenlijk wel genoeg. Hoor hoe deze surfer ergens in het begin van deze zonnesteek van een film gelukzalig oreert over golven als niet te stoppen vorm van ‘pure energie’ en er lijkt maar één conclusie mogelijk: The Surfer is in de eerste plaats gemaakt om een nieuwe verdieping toe te voegen aan het rariteitenkabinet dat Cage de afgelopen decennia bij elkaar speelde.
De surfer arriveert in een zonovergoten Australisch kustplaatsje, waar hij de aankoop van het huis waar hij opgroeide probeert af te handelen. Terwijl zijn echtgenote op afstand aandringt op zijn handtekening onder de echtscheidingspapieren, hoopt hij met zijn meegereisde zoontje (‘The Kid’) een potje te surfen in de idyllische lokale baai. Maar daar maakt een agressief stel locals de dienst uit, sprekend in zinnen die de cultambities van de film verder blootleggen: ‘Don’t live here, don’t surf here.’ Hun leider is een goeroe-achtig figuur die het als zijn missie ziet om watjes tot echte mannen te kneden. Onze surfer kan weinig tegen ze uitrichten. De politie zit in hun zak.
Met zichtbaar genoegen schetst de film de contouren van een koortsdroom. Het kleurenpallet van de film oogt gebleekt door de zon. Op de soundtrack krioelt het van de tjirpende krekels, de lucht trilt van de hitte, zweet druipt bijkans van het witte doek. Korte beeldflitsen – een lijk in de golven – duiden op verder ontluikende gekte. Er zijn korte close-ups van mieren, een spin en een slang. Een stelletje ziet de surfer aan voor een dakloze. De makelaar doet opeens alsof hij hem niet kent.
De Ierse regisseur Lorcan Finnegan is een specialist in het tot leven roepen van bizarre omgevingen waarin hij zijn hoofdpersonages kopje onder laat gaan. Hij brak door met Vivarium (2019), waarin Jesse Eisenberg en Imogen Poots verdwalen in een horror-suburbia vol identieke straten en dito kant-en-klare huisjes die rechtstreeks uit het brein van surrealist René Magritte lijken ontsproten. Met The Surfer zoekt hij naar de overtreffende trap. Soms lijkt cultstatus iets te veel het hoofddoel, culminerend in een scène waarin Cage tegenover zo’n surfterrorist ‘eet de rat!’-brullend in de branding staat.
Maar The Surfer is, gaandeweg, ook sterk als tragedie over een man die zijn grip op de werkelijkheid verliest. Zó moet het ongeveer zijn om in een psychose te belanden.
Thriller
★★★★☆
Regie Lorcan Finnegan
Met Nicolas Cage, Julian McMahon, Finn Little, Rahel Romahn
101 min., in 66 zalen
Source: Volkskrant