Home

Met een scherp oog wist regisseur Robert Benton (1932-2025) ‘de kleine dingen’ betekenis te geven

Met Kramer vs. Kramer – de vader én moeder van de echtscheidingsdrama’s – maakte Robert Benton een van de succesvolste films van de jaren zeventig. Toch bleef zijn zelfkritiek altijd groot. Zondag overleed hij op 92-jarige leeftijd.

schrijft voor de Volkskrant over film.

Halverwege de opnamen van Kramer vs. Kramer (1979) wist Robert Benton het zeker: de film was hopeloos slecht en hij zou nooit meer aan de bak komen. De zelftwijfel was zo sterk dat de regisseur zijn vrouw een geplande vakantie liet annuleren – die zouden ze toch niet kunnen betalen.

Het liep anders. Benton, die zondag op 92-jarige leeftijd overleed, maakte met Kramer vs. Kramer een van de succesvolste films van de jaren zeventig – de vader én moeder aller echtscheidingsdrama’s. In een tijd waarin blockbusters als Star Wars en Superman de dienst uitmaakten, werd een ontroerende, huiselijke film over een voogdijgeschil de best bezochte film in Amerika.

Kramer vs. Kramer won ook nog eens vijf Oscars. Benton vertelde later dat hij het meest zijn best had gedaan op de minst dramatische scènes, zoals die waarin vader Ted Kramer (Dustin Hoffman) ’s ochtends in de keuken zit met zijn zoontje. Zo’n ontbijtscène komt meerdere malen terug in de film, steeds net weer anders. Het maakt de ontwikkeling van Ted – van afwezige workaholic tot zorgzame vader – zonder veel woorden zichtbaar.

‘Een Franse film’ maken

Een scherp oog voor de betekenis van het alledaagse kenmerkt het werk van Benton, die elf speelfilms regisseerde en voor de meeste daarvan ook het scenario schreef. Hoewel hij dyslectisch was, begon hij zijn filmcarrière als scenarist, na een opleiding aan de kunstacademie en werk als artdirector in de journalistiek.

Al in zijn jeugd in Texas was hij regelmatig in de bioscoop te vinden. Eenmaal verhuisd naar New York ontdekte hij Europese films. Aan het begin van de jaren zestig schreef hij samen met David Newman – zijn collega bij het tijdschrift Esquire – het scenario voor een misdaadfilm, gebaseerd op de ware geschiedenis van twee populaire bankrovers: Bonnie and Clyde.

Benton wilde een ‘Franse film’ maken, naar het voorbeeld van de nouvelle vague van François Truffaut en Jean-Luc Godard. Als nieuwkomer in de filmindustrie was hij brutaal genoeg om Truffaut te benaderen als beoogd regisseur. De Fransman was geïnteresseerd, maar gaf het script door aan acteur en producent Warren Beatty.

Bonnie and Clyde (1967), uiteindelijk geregisseerd door Arthur Penn met hoofdrollen voor Beatty en Fay Dunaway, was een sensatie. Het harde geweld, de humor en de amorele hoofdpersonen stuitten op kritiek, maar het publiek stroomde toe. De film opende alle deuren in Hollywood voor Benton, die ook talent als regisseur bleek te hebben.

Vernietigende recensies

Tot zijn meest geliefde films behoren ook Places in the Heart (1984, met Sally Field), waarvoor hij twee Oscars won en een Zilveren Beer, en Nobody’s Fool (1994, met Paul Newman). Bentons latere werk was niet altijd succesvol: het gangsterdrama Billy Bathgate (1991) kreeg vernietigende recensies, net als zijn Philip Roth-verfilming The Human Stain (2003).

Toch bleef hij zelf zijn strengste criticus. Hij had niet zulke wijdlopige verhalen moeten vertellen, zei hij in een interview. ‘Ik ben een regisseur van kleine dingen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next