Home

Was het wel verstandig om de Vijfde symfonie twee keer kort achter elkaar te spelen?

Mahler 5 door het Budapest Festival Orchestra o.l.v. Iván Fischer. Gehoord: 13/5, Concertgebouw Amsterdam. Terugkijken kan hier.

De trompettist zat al met zijn trompet tegen zijn lippen toen dirigent Iván Fischer zich omdraaide naar het orkest. Rood aangelopen en benauwd kijkend begint hij aan die oh zo belangrijke openingsnoten van de Vijfde symfonie. Ze gaan goed.

Dinsdagavond wordt een avond vol mooie momenten. Vooral uit de blazers: aan het einde van het eerste deel neemt de fluit prachtig het themaatje van de trompet over. In het derde deel mag de eerste hoornist vooraan zitten voor zijn solo-achtige delen, die hij laat klinken alsof ze uit een mystieke verte komen. De overgang naar het pizzicatomoment en ook naar het klarinetsolootje in dat deel is kippenvelopwekkend. Het bekende en geliefde vierde deel, het ‘Adagietto’, is vooral aan het begin prachtig.

Maar die mooie momenten vallen allemaal wel erg op – en eigenlijk wil je dat niet in die mate. Waar het NHK-symfonieorkest in de Derde tegenviel omdat de goed spelende musici als marionetten op een matige interpretatie van de dirigent reageerden, gebeurt hier het omgekeerde: Fischer dringt op allerlei dingen aan, maar niet alles klinkt.

Zacht is zacht en luid is luid, tempi zijn vlot, maar er zit aldoor een zekere afwachtende futloosheid in het spel – een overtuiging dat een ándere instrumentgroep nu wel even het ritmische en kleurende voortouw neemt. Solootjes klinken timide en duiken snel weer in het maaiveld. Er mist een zekere uitgesponnenheid en afwerking in de klank.

Is het orkest moe?

Fischer, die we hier vooral kennen als ‘honorair’ gastdirigent van het Concertgebouworkest, probeert bijvoorbeeld meerdere keren kracht uit de celli te zwaaien. In het laatste deel zozeer dat hij met de ellebogen wijd wild staat te maaien, een beetje zoals de gebarentolk in coronatijd ‘hamsteren’ uitdrukte. Had hij dat voor het KCO gedaan, dan waren je trommelvliezen waarschijnlijk gaan klapperen. Deze cellisten konden niet meer geven. Zo vliegen veel themaatjes zonder spotlight erop voorbij.

Komt het omdat het orkest de hele symfonie om vijf uur ’s middags ook al een keer heeft moeten spelen, als bijgeboekt programmaonderdeel? Het is met deze symptomen best aannemelijk dat het avondconcert beter had geklonken als de musici hun energie, concentratie en gezonde concertspanning niet door tweeën hadden hoeven delen.

Op elke andere dinsdagavond van het jaar had ik dit concert waarschijnlijk drieënhalf – afgerond vier ballen gegeven. Maar niet op het prestigieuze Mahlerfestival, waar het goedkoopste zevenderangs kaartje 65 euro kost, en het duurste 235 euro. Waar de zaal vol zit met speciaal naar Nederland afgereisde kenners en liefhebbers met de allerhoogste verwachtingen van de honderd jaar oude Mahlerreputatie van deze zaal. Op zo’n dinsdagavond moet je naar beneden afronden.

Source: NRC

Previous

Next