Dankzij een algoritme groeide de mysterieuze Derek Guy razendsnel uit tot een wereldwijde autoriteit op het gebied van mannenmode. Op X deelt hij zijn kennis en voorziet hij protserige kledingkeuzes van rechtse influencers van gefundeerde kritiek.
is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.
Mannen die weglopen met de Spaanse koning Felipe VI vanwege zijn superieure handgemaakte garderobe. Die je op borrels alles kunnen vertellen over de industriële neergang van de kasjmierproductie in Schotland, en die – na hun hele leven afgetrapte sneakers te hebben gedragen – ineens zweren bij schoenen van volnerfleer.
Grote kans dat dit mannen zijn die op het socialemediaplatform X volgers zijn van Derek Guy (@dieworkwear), een mysterieuze, maar invloedrijke arbiter van mannenmode. In de afgelopen drie jaar bracht hij grote groepen mannen bij wat stijlvol is en wat niet, wat het productieproces achter kwalitatief hoogwaardige pakken is en in welke historische context we bepaalde kledingstukken moeten plaatsen.
Inmiddels telt Guy op X meer dan 1,3 miljoen volgers. Maar hoe hij eruitziet, en of Derek Guy wel zijn echte naam is, dat is een goed bewaard geheim. Het weinige dat we wel weten is dat hij de zoon is van Vietnamese gastarbeiders, dat hij opgroeide in het Canadese Vancouver, over mannenmode schrijft voor uiteenlopende publicaties, van Politico en Esquire tot de site Put This On, en dat hij tegenwoordig woont in San Francisco, samen met zijn kat.
‘Ik ben erg gesteld op mijn privacy, zo ben ik altijd geweest’, verklaart Guy zijn teruggetrokkenheid tijdens een telefonisch interview. ‘Ik haat het om over mezelf te praten, en ik haat het om persoonlijke vragen te moeten beantwoorden. Ik heb gewoon niks interessants over mezelf te vertellen.’
Guy’s interesse in mode begon in de jaren negentig, toen hij als adolescent onder meer hiphopclubs bezocht. Daar waren veel jongeren die gekleed gingen in Ralph Lauren, een merk dat geassocieerd wordt met de rijke, witte bovenlaag van de samenleving. Maar deze jongeren (van kleur) maakten zich Ralph Lauren eigen door het in oversized maten te dragen. Guy, gefascineerd door hoe jongeren hun eigen identiteit in een wit statussymbool wisten te leggen, begon rond 2000 meer over Ralph Lauren uit te zoeken.
‘Ik leerde over tweed jasjes, chambray overhemden, Oxford-overhemden en waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Tweed jasjes werden bedacht aan de straat Saville Row in Londen, en Oxford-overhemden door het Amerikaanse merk Brooks Brothers. Chambray overhemden werden oorspronkelijk gedragen door Amerikaanse mariniers.’
In de jaren daarna bracht Guy veel tijd door op kledingfora waar vakmannen, van schoenmakers tot kleermakers, en publiek met specifieke kledingkennis alles doornamen wat mannenmode betreft. Met die verzamelde kennis begon Guy in 2011 op het platform Tumblr zijn eigen blog (Die, Work Wear). En ook op Twitter, met het account @dieworkwear, bouwde hij gestaag aan een reputatie als kenner en criticus van goede, minder goede en slechte mannenmode.
Bekend bij een groter publiek werd Guy ongeveer drie jaar geleden, nadat techmiljardair Elon Musk het socialemediaplatform Twitter overnam en het omdoopte tot X. Plotseling werd hij opgepikt door het algoritme en doken zijn berichten op in ieders tijdlijn, het overzicht aan berichten. Ook verscheen zijn account in de For You-tab, een lijst met aanbevolen X-gebruikers. Een verklaring voor deze royale behandeling door X heeft Guy niet, maar hij heeft wel een paar vermoedens.
Guy neemt als beginpunt een fittie die hij in oktober 2022 op X had met Dave Portnoy, een ondernemer en eigenaar van de populaire sportsite Barstool Sports. Portnoy presenteerde met veel bombarie een eigen horlogelijn onder de naam Brick, te koop voor 2.400 dollar per stuk. Guy keek eens goed naar de horloges en zag direct dat ze van belabberde kwaliteit waren, hooguit 42 dollar waard.
Nadat Guy zijn twijfels over de kwaliteit van de Brick-horloges op X deelde, kreeg hij onmiddellijk een woedende Portnoy op zijn dak.
Hoe durft Guy, een ‘nobody’, kritiek op hem te hebben, fulmineerde Portnoy in een acht minuten durend filmpje. Guy: ‘Ook zijn fans begonnen me te bestoken op X. Een van hen probeerde me klem te zetten door de vergelijking te maken met kasjmieren truien van Ralph Lauren, die worden toch ook voor veel meer geld verkocht dan ze eigenlijk kosten? Toen heb ik voor het eerst een draadje (een reeks opeenvolgende berichten, red.) gemaakt waarin ik gedetailleerd uitlegde wat er allemaal komt kijken bij het maken van een goede kasjmieren trui en waarom ze kosten wat ze kosten.’
De interactie met verontwaardigde Portnoy-fans bleef nog een tijd aanhouden, wat Guy een algoritmisch voordeel opleverde. Hoe meer reacties iemand op zijn berichten ontvangt, hoe groter de kans dat zijn account ook op andermans timeline voorbijkomt. Guy vermoedt dat deze plotse zichtbaarheid voor X – net overgenomen door Elon Musk, en op zoek naar manieren om de interactie op het platform omhoog te stuwen – reden was om hem aan de For You-tab toe te voegen.
Voor Guy was dit het moment om zich anders te gaan profileren op X. Tot dan toe had hij ongeveer 50.000 volgers, bijna allemaal goed ingevoerde kenners van mannenmode. Guy besloot de insidergrapjes over obscure Japanse merken als Kapital en Engineered Garments achter zich te laten en zijn snel groeiende publiek te onderwijzen over de finesses van mannenmode en vooroordelen over interesse in kleding – frivool, niet mannelijk – te slechten.
‘Ik begon steeds meer draadjes te schrijven voor een algemener publiek. Over hoeveel het kost om een T-shirt te maken in Amerika, over hoe je je het beste kunt kleden als je een groot postuur hebt. Daar kwamen dan weer reacties op als ‘wie kan dit wat schelen?’ of ‘wat oppervlakkig’, maar dat werkte in mijn voordeel, want dat betekende dat meer mensen mijn berichten zagen. Veel bleven dan hangen, en raakten bijvoorbeeld geïnteresseerd in mijn draadjes over handgemaakte pakken.’
We spreken Guy twee dagen na het Met Gala, de jaarlijkse hoogmis van de modewereld in New York, officieel bedoeld als benefietavond om geld in te zamelen voor het Costume Institute, een onderdeel van de Metropolitan Museum of Art dat historische kledingstukken conserveert en tentoonstelt.
Dit jaar had het Met Gala de bijzondere aandacht van Guy, omdat het de eerste keer sinds 2003 was dat het evenement in het teken van mannenmode stond. Een bijbehorende tentoonstelling in de Metropolitan Museum of Art (van 10 mei tot 26 oktober 2025) heeft als titel Superfine: Tailoring Black Style en belooft een ‘cultureel en historisch onderzoek naar 300 jaar Zwarte stijl vanuit het concept dandyisme’.
Op X zei Guy dat hij bang was dat het Met Gala online tot ‘slecht discours’ zou leiden. De obsessieve aandacht voor beroemdheden, en het schampere commentaar op de vaak uitzinnige kledingstukken (‘daarin kun je toch niet op je werk verschijnen!’), doen volgens Guy geen recht aan het vakmanschap van de modeontwerpers en kledingmakers.
‘Het commentaar op X op het Met Gala is vaak zo gemakzuchtig. Zo van: wie draagt dit nou, dit ziet er krankzinnig uit! Ook bestaat er het beeld dat beroemdheden voor het Met Gala heel dure kledingcreaties kopen om daarmee te pronken op de rode loper. Maar dat klopt niet. Het is een benefietgala om geld in te zamelen voor het Costume Institute. De aanwezige beroemdheden helpen het instituut door duizenden dollars te betalen voor een plek aan een dinertafel.
‘Ik tweet vaak over het werk van kleermakers op Saville Row (een straat in Londen die bekend is om zijn traditionele kleermakers, red.) en wat er komt kijken bij het maken van een pak, de constructie ervan. Als je dat al indrukwekkend vindt, dan kun je niets anders dan enorme eerbied hebben voor de kledingcreaties die op het Met Gala worden gedragen.’
Het is heerlijk scrollen door Guy’s tijdlijn. Zijn draadjes waarin hij productieprocessen behandelt, tonen ijverige vakmannen in de weer met lappen kostbare stof en naaigerei. Ze nemen maten op, knippen, stikken, meten opnieuw, en bouwen geduldig aan perfect gesneden pakken, glimmend schoeisel, de fijnste overhemden. Het resultaat is vaak niet goedkoop, maar door Guy’s uitleg begrijp je het vakmanschap dat erbij komt kijken, en waarom bepaalde esthetische keuzes gemaakt zijn.
Een andere reden voor Guy’s populariteit is dat hij niet schroomt om zich vanuit zijn expertise over mannenmode te mengen in verhitte politieke debatten. Hilarisch is zijn genadeloze kritiek op rechtse mannen met een erbarmelijke outfit. De misogyne influencer Andrew Tate, Trump-handlanger Roger Stone en de anti-woke zelfhulpgoeroe Jordan B. Peterson – allemaal kregen ze digitale kletsen om de oren (waarover later meer) vanwege het dragen van pretentieuze, maar weinig doordachte outfits.
De afgelopen weken stond zijn tijdlijn vol met scherpe kritiek op de importtarieven die de regering-Trump op Aziatische goederen heeft geheven.
‘Mensen in het Trump-kamp denken dat als we met importtarieven goedkope kleding weren uit China, Amerikanen kwalitatief betere, maar ook duurdere kleding zullen kopen die in Amerika is geproduceerd. Ten eerste: dat iets in Amerika is gemaakt betekent niet automatisch dat het goed is, en niet alles wat in China gemaakt wordt is slecht. De reden dat we goedkope, kwalitatief slechte kleding dragen, is dat mensen niet willen betalen voor kwaliteit. En dat zal zo blijven, ook als kleren in Amerika gemaakt worden. Als jij niet meer dan 10 dollar wilt betalen voor een T-shirt, dan heeft dat consequenties voor wat voor stof er gebruikt kan worden, wat voor stiksels.’
Kleding is een ‘sociale taal’, is een van Guy’s terugkerende analyses. Met onze kleren communiceren we altijd iets over wie we zijn, waar we wel of niet toe willen behoren. Maar door maatschappelijke ontwikkelingen zijn veel mannen de fijnzinnigheid van die taal verleerd. Met zijn X-account wil Guy mannen bij wie de interesse latent aanwezig is weer bekend maken met alle denkbare soorten stijlen, productieprocessen en (voor)oordelen over mannenmode.
‘Interesse in mannenmode was heel lang taboe in de westerse cultuur. Mode was het domein van vrouwen. Mannen moesten serieus zijn, gericht op werk en studie. Die houding werd alleen maar versterkt door de beruchte rechtszaak in 1895 tegen de Ierse schrijver Oscar Wilde, die vervolgd werd voor homoseksuele handelingen. Hij was flamboyant gekleed, en een scherpe en geestige orator, geïnteresseerd in literatuur en theater. Dat werden allemaal zaken waar heteroseksuele mannen van weg wilden blijven, uit angst om als te feminien of als homoseksueel te worden gezien.
‘Dat heeft nog heel lang een rol gespeeld in hoe mannen zich verhouden tot mode. In de jaren zestig schreef de Amerikaanse auteur Tom Wolfe nog een artikel (‘The Secret Vice’) over mode waarin hij stelt dat mannen in die tijd liever met een pornoblad werden gezien dan met een modeblad.’
Zo sterk is dat taboe op mannelijke interesse in mode allang niet meer, benadrukt Guy. Maar er valt nog een wereld te winnen, en in dat proces treedt Guy graag op als gids. Dat doet hij door toegankelijke taal te gebruiken, met aansprekende foto’s en filmpjes van prachtig geklede mannen uit alle windstreken. En ook door het genadeloos afserveren van pompeuze (rechtse) mannen, die kleding vooral als statussymbool gebruiken.
Zo besprak hij vorig jaar de stijl van Roger Stone, een spindoctor uit Republikeinse hoek, vaak gekleed in opvallende witte pakken met zichtbare bretels. Guy bekritiseerde Stone’s gebruik van bretels: die moeten nooit zichtbaar zijn en onder een getailleerd jasje gedragen worden. ‘Een verwaand hoopje stront’, noemde een gepikeerde Stone hem toen.
Ook Jordan B. Peterson, de Canadese zelfhulpgoeroe voor jonge mannen, is voor Guy geregeld mikpunt van spot. Sinds Peterson van obscure professor in Toronto veranderde in een wereldster, heeft hij zijn grauwe outfit ingeruild voor bontgekleurde pakken. ‘Realiseer mij opeens dat Kermit de Kikker zich traditioneler kleedt dan Jordan Peterson’, tweette Guy in 2023. Daarbij plaatste hij foto’s van Kermit de Kikker in smoking en gebreide truien naast beeld van Peterson in een onmogelijk blauw pak en blauwe gympen.
Het scherpst is Guy echter over de misogyne manfluencer Andrew Tate en zijn broer Tristan. De Tate-broers plaatsen op social media graag foto’s en filmpjes van zichzelf met dure sportauto’s, exclusieve handgemaakte pakken, sigaren en juwelen, om een imago van succes en hypermannelijkheid uit te stralen.
Het ironische is dat de ‘sociale taal’ die de Tate-broers via hun superstrakzittende pakken spreken allesbehalve masculien is. Weten de Tate-broers en hun volgers wel dat hun kleding ‘historisch gezien beschouwd worden als vrouwenkleding?’ vroeg Guy zich vorig jaar op X af bij foto’s van het duo in pakken die vooral bedoeld lijken om hun gespierde lijf te accentueren.
‘De discussie over gender is nu een van de hotste topics in Amerika en komt ook terug in kleding. Beroemdheden als Timothée Chalamet of Harry Styles breken met hun kledingkeuzes los uit traditionele rolpatronen, en dragen kleding die als vrouwelijk wordt gezien. Daartegen voeren mannen als Andrew Tate een backlash. Zij beweren dat zij er wél een mannelijke kledingstijl op nahouden. Maar het opmerkelijke is dat zij gekleed gaan in skinny kleding, die nog geen twintig jaar geleden als feminien gezien zou worden. Maar dat lijkt Andrew Tate niet door te hebben.’
Om jongemannen te behoeden voor verwrongen of rigide ideeën over mannenmode, zou de modejournalistiek zijn taak veel serieuzer moeten nemen, vindt Guy. Die is wat hem betreft te veel gericht op de laatste kledingcreaties waarin beroemdheden zijn gespot, en is veel minder servicejournalistiek gaan leveren. Er zijn volgens Guy maar weinig plekken waar mannen terecht kunnen voor praktisch kledingadvies en artikelen over de geschiedenis van bepaalde stijlen of stoffen.
‘In oude modebladen, zoals het blad Apparel Arts (werd later Esquire, red.) uit de jaren dertig van de vorige eeuw, ging het vaak over hoe je je het beste kunt kleden in een bepaald jaargetijde, over verschillende stoffen en hoe die behandeld moeten worden. Kledingmerken werden zelden genoemd, er kwamen ook geen beroemdheden aan te pas.
‘Met die modebladen in de hand konden lezers naar kleermakers en zich verder laten adviseren. Nu bestaan modebladen voor bijna tachtig procent uit advertorials, en misschien voor twintig procent uit tekst. En een groot deel van die twintig procent gaat dan ook nog eens over beroemdheden, en de kleren die ze voor een fotoshoot aangemeten hebben gekregen. Ik snap het ergens wel, advertorials zijn winstgevender, maar de adviserende functie van de modejournalistiek is daarmee wel bijna verdwenen.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant