Film ‘American Psycho’ bestaat 25 jaar. De verfilming van de shockroman van Bret Easton Ellis maakte een cultureel fenomeen van Patrick Bateman. Maar hoe kon de film van de feministische Mary Harron van Bateman de ultieme sigma man maken?
De film is nog niet begonnen of de bloeddruppels spatten al op het scherm. Maar wacht. Ze zijn wel erg gestileerd. En ze vallen wel héél mooi synchroon met het ritme van de pizzicato’s op de soundtrack. Is dat ballet van spetters wel bloed? De ultieme vervreemding.
Het blijkt natuurlijk frambozensaus. Die wordt helemaal volgens de regels van de nouvelle cuisine van de jaren tachtig en negentig van de afgelopen eeuw met bestudeerde nonchalance op het bord gedrapeerd. Vijfentwintig jaar na dato zetten de openingsbeelden van Mary Harrons verfilming van American Psycho nog steeds perfect de toon: ze maakte geraffineerde satire van de gelijknamige shockroman van Bret Easton Ellis.
Bij Mary Harron en in de vertolking van Christian Bale werd hoofdpersoon Patrick Bateman de Dr. Jekyll/Mr. Hyde van het yuppentijdperk: overdag Wall Street-bankier, ’s nachts seriemoordenaar. Dat vat ook meteen de plot van American Psycho wel zo’n beetje samen: een accelererende parade van haat- en lustmoorden, wat betreft motief soms nauwelijks van elkaar te onderscheiden.
Zelfverklaard satiricus Easton Ellis vestigde zijn naam eind jaren tachtig met rusteloze zedenschetsen van de nieuwe rijken van Los Angeles en de New Yorkse Upper West Side. Zijn obsessie met Hollywood, geld en glamour en zijn tegelijkertijd afstandelijke en hyperbolische, en soms ronduit harteloze stijl vingen de tijdgeest. Met zijn derde roman, American Psycho (1991), ging hij volgens velen te ver: wezenloos, slecht geschreven en vooral te gewelddadig en misogyn om nog voor spot te kunnen doorgaan. Wat Harron met zijn boek deed, was visionair. Ze durfde het aan Ellis’ talige nihilisme om te zetten in ‘over the top’ en campy beelden. Ze stak de draak met American Psycho.
De nageschiedenis van de film maakte van hem in plaats van een meelijwekkende ‘creep’ gek genoeg ook een held. Net als bij andere millenniumfilms als Fight Club (1999) en The Matrix (1999) werden losse scènes, quotes en gezichtsuitdrukkingen uit American Psycho populair als internetmemes in de online manosphere. Dat is de sociale mediabubbel waar jonge mannen door extreemrechtse influencers en lifestylecoaches worden opgejut tot toxische masculiniteit, vrouwenhaat en zelfmedelijden. Het gaat dan om de groep die zich als ‘sigmaman’ identificeert – een positie tussen de alfa’s en de beta’s op de apenrots. Zij herkennen in Bateman een heroïsche hardwerkende eenling die zijn status ontleent aan het feit dat hij zich niks aantrekt van sociale normen.
Zoek #sigma op TikTok en met name Bales grijns is een iconisch beeld geworden. Bateman, zo signaleerde The Guardian terecht , representeert niet bepaald het eerste waar je bij zo’n eenzame wolf aan denkt: hij zet juist alles op alles om erbij te horen. Het ergste wat hem kan overkomen, is wanneer hij wordt aangezien voor een van de Allens, Davissen en Halberstams met wie hij rondhangt en concurreert, die hij haat omdat ze zo op hem lijken. Of hij op hen. Maar Bateman kon de über-sigma worden doordat hij met z’n maatpakken en platinum creditcards ook het toonbeeld was van dat andere cliché: de Wall Street-hustler, die geld verdiende door zich alleen aan z’n eigen wetten te houden.
Waar het in Dr. Jekyll en Mr. Hyde misschien nog ging om een zoektocht naar de ‘kwade natuur’ van de mens, portretteert Harron een personage dat niet eens vervreemd is geraakt van z’n natuur, hij heeft helemaal geen ‘natuur’ meer. Bateman verzekert al meteen aan het begin van de film in voice-over dat hij geen ‘ik’, geen binnenkant heeft. Hij is een en al buitenkant, en het kwaad is het laatste restje drek dat zich naar buiten perst. En daar kwam geen ander elixer aan te pas dan het groen van dollarbiljetten. Het ‘experiment’ dat Bateman ontmenselijkt, heet simpelweg: hyperkapitalisme.
Profetisch voor 2000: Batemans obsessie met Donald Trump. Hij denkt hem overal te zien. In de tijdlijn van de plot is dat de Trump van net na de publicatie van zijn besteller The Art of the Deal (1987). In de tijdlijn van de historische context van de film had hij eind 1999 net zijn eerste presidentiële campagne aangekondigd. Een fijn voorbeeld van hoe de film aan betekenis heeft gewonnen.
Dat juist de feministische filmmaker Mary Harron haar oog op het boek liet vallen wekte verbazing. Zij was destijds immers net gedebuteerd met I Shot Andy Warhol (1996), een in Cannes gelanceerde indiefilm waarin ze de radicaal feministische ‘mannenhaatster’ Valerie Solanas rehabiliteerde. Solanas verwierf in 1968 haar vijftien minuten faam met een mislukte moordaanslag op Pop Art-kunstenaar Andy Warhol.
Ook Harron kreeg aanvankelijk het verwijt een misogyne film te hebben gemaakt. Al snel volgde ook erkenning uit feministische hoek, waarin haar satire wel werd begrepen en werd gewaardeerd dat ze het geweld tegen de vrouwelijke slachtoffers niet (alleen maar) seksualiseerde of objectiveerde. Door middel van licht, stijl en verknipte camerahoeken maakte ze duidelijk dat ze Bateman niet glorifieerde maar bekritiseerde. Let maar eens op het angstzweet dat gedurende de film op zijn gezicht begint te parelen. Hij begint zo te glimmen, dat dit niets anders kan betekenen dan dat ze ons een spiegel voorhoudt.
In een interview met het ‘magazine’ van online filmplatform Letterboxd vertelde Harron recentelijk dat wat haar zo aansprak in het boek dat Easton Ellis als homoseksuele man, een parodie had geschreven op de vrouwenhaat, homofobie en ‘gay panic’ (gewelddadige angst om voor homoseksueel te worden aangezien van heteroseksuele mannen) die hij waarnam onder de ultramasculiene yuppen, Wall Street-bankiers en financiële nerds van de jaren tachtig.
In de film zien we dat bijvoorbeeld terug in de klassiek geworden scène met de visitekaartjes, waarin de jonge bankiers elkaar opgeilen met lettertypes en geschept papier. En in de stereotype ‘feminiene’ gezichtsverzorgingsrituelen van Bateman, om er maar zo jong en gezond mogelijk uit te blijven zien. Die aan narcisme grenzende obsessie met de eeuwige jeugd katapulteert de yuppen van Wall Street van toen natuurlijk meteen naar de Tech-bro’s van Silicon Valley van nu, die nog een stapje verder gaan met hun transhumanistische dromen waarin ze met behulp van technologie en implantaten onsterfelijk willen worden.
Nu de film z’n 25ste verjaardag viert kun je een paar dingen concluderen: zonder de film was ‘American Psycho’ geen cultureel begrip geworden, en de film heeft de tijdsgeest beter weerstaan dan de roman. Het boek is best wel taai. Maar de slaperige reclamestijl van de beelden, met hun steriele overbelichte interieurs aan de ene kant, en hun vervreemdende zweterige camerahoeken aan de andere, doet sterk denken aan Instagram-esthetiek en AI-beelden van nu: onwerkelijk.
Neem alleen al die grijns van Bateman – de film is een ode aan de ‘smirk’ – ziet die er niet uit alsof hij een extra rij tanden in z’n mond heeft? Te breed, te veel. Kortom, net alsof je favoriete afbeeldingengenerator er ook niet helemaal raad mee wist. Terwijl Bateman in de manosfeer met een al dan niet ironische en tegelijkertijd bewonderende knipoog wordt bekeken, is hij daarbuiten verworden tot kopie zonder origineel.
Thriller
American Psycho. Regie: Mary Harron. Met: Christian Bale, Chloë Sevigny, Reese Witherspoon, Jared Leto, Willem Dafoe, Josh Lucas, Justin Theroux. Lengte: 102 minuten. Te zien op: Prime Video.
Iconische hyperkapitalisten in Hollywood
Gewiekst en gehaat: Mr. Potter in Frank Capra’s It’s a Wonderful Life (1946)
De gewiekste bankier, sluwe zakenman en vrekkige huisjesmelker Mr. Potter (Lionel Barrymore) haalt iedereen het bloed onder de nagels vandaan in It’s a Wonderful Life. Hij is de „rijkste en gemeenste man” van het plaatsje Bedford Falls. Naast geld is hij ook uit op macht. Zijn doel is het stadje over te nemen en het dan Pottersville te noemen. Hij is inhalig, manipulatief, amoreel en denkt alleen aan zichzelf. Potter profiteerde van de economische crisis van begin jaren dertig en heeft daar geen wroeging over. Dat hij niet geliefd is deert hem niet: „Ik ben een oude man en de meeste mensen haten me. Maar ik mag hen ook niet, dus dat maakt alles weer goed.”
De film maakte veel los. In 1947 publiceerde de FBI een memo over communistische infiltratie in Hollywood. In een passage over It’s a Wonderful Life staat dat het „een oude communistische truc is om gefortuneerde mensen af te beelden als gemeen en verachtelijk.” (AW)
Gordon Gekko: Gewetenloze gladjakker in Wall Street (1987)
Wall Street (1987, de alternatieve titel was Gekko the Great) is vooral memorabel door de rol van Michael Douglas als de gewetenloze Gordon Gekko, een onscrupuleuze beurshandelaar die niet terugdeinst voor handel met voorkennis en vijandige overnames. Deze gladjakker wordt de duivelse leermeester van een jonge beursmakelaar (Charlie Sheen). Gekko’s fameuze woorden „Greed, for lack of a better word, is good” zitten in het collectieve geheugen, meestal ingekort tot „greed is good’’ (hebzucht is goed). Een leuk weetje is het gegeven dat Douglas zijn rol deels modelleerde naar Donald Trump, toen nog zakenman: Douglas bestudeerde enkele videobanden met Trump-interviews. Zijn gedenkwaardige schurkenrol leverde Douglas een Oscar op voor beste acteur. Stones moralistische boodschap was duidelijk niet aan jongeren besteed, die toen (en nu?) wilden zijn als de succesvolle en stinkend rijke Gordon Gekko, ook al eindigt hij in de cel. (AW)
Jordan Belfort, de hyena van Wall Street in The Wolf of Wall Street (2013)
Jordan Belfort schopte het vrij ver met zijn bedrijf waar louche nepmakelaars kleine investeerders ‘penny stocks’ aansmeerden, waardeloze aandelen waarvan Belfort de prijs klanten kunstmatig opdreef om ze daarna te lozen (‘pump and dump’). Toen hij tegen de lamp liep, lapte hij zijn medewerkers erbij en kwam er zelf zeer genadig vanaf.
Hij inspireerde twee films, waaronder The Wolf of Wall Street (2013). In die laatste film wordt hij vertolkt door Leonardo DiCaprio. Belfort is een schaamteloze egoïst met een „bijna mystieke drang tot consumeren”, zei DiCaprio in een interview met NRC. Regisseur Scorsese portretteert Belfort als een losgeslagen clown met trekjes van een sekteleider, vond DiCaprio. We zien hem een zaaltje toespreken. „The baddest motherfucker I ever met”, wordt hij ingeleid. De zaal ligt aan zijn voeten.Maar alles in proportie: Jordan Belfort is een aasgier die kleine sappelaars uitknijpt. Eerder de hyena dan de wolf van Wall Street. (CvZ)
Elizabeth Holmes, pathologische, maar verleidelijke leugenaar in The Dropout (2022)
De serie The Dropout vertelt een van de meest beruchte Silicon Valley-fraudezaken. Elizabeth Holmes claimde met haar start-up een apparaat te hebben ontwikkeld dat met slechts een druppel bloed talloze medische testen kon uitvoeren. Ze haalde honderden miljoenen op bij investeerders en was volgens Forbes in 2014 de jongste, vrouwelijke self-made miljonair ooit. Tot alles in elkaar stortte. Het toestel bleek de claims niet waar te kunnen maken.
De serie toont hoe ze – terwijl haar bedrijf een steeds grotere luchtbel wordt – zichzelf transformeert tot iemand die gezag afdwingt, met lagere stem en de juiste make-up. Hoe ze afstoot en tegelijkertijd verleidt. Holmes is en blijft een enigma – is ze echt een sociopaat of was ze verblind door ambitie? Nadat er al een eindeloze hoeveelheid artikelen, een boek, podcast, documentaires over Holmes waren verschenen, werd in 2022 ook The Dropout lovend ontvangen. Mede dankzij het geweldige spel van Amanda Seyfried. (SS)
De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films
Source: NRC