Home

Geen plofkip, maar wel zin in kippenvlees: waar moet je op letten? Wat is ‘goede kip’?

Van verse kip tot kipnuggets: kip is de vleessoort die het meest in de supermarkt is vertegenwoordigd. Maar hoe goed is die kip nou eigenlijk?

schrijft voor de Volkskrant over gezondheid, voeding en duurzaamheid.

Goede kip: is dat diervriendelijk gehouden kip, met een fatsoenlijk leven? Of duurzaam gehouden kip, met bijvoorbeeld lage uitstoot van schadelijke stoffen? Of is prijs bepalend voor goede kip? Of gezondheid?

‘Goede kip verenigt eigenlijk al deze aspecten,’ zegt Peter van Horne, econoom pluimveehouderij bij Wageningen Universiteit en Research. ‘Maar dat maakt het ook lastig. Zeker als je diervriendelijkheid onder duurzaamheid schaart, heeft dat bijvoorbeeld gevolgen voor zowel de prijs als de gezondheid.’

Scharrelkippen, vrije uitloop-kippen en biologische kippen hebben een behoorlijk leven. Maar zulke kippen zijn wel een stuk duurder en meestal niet duurzamer dan de reguliere kip, ook wel ‘plofkip’ genoemd.

Plofkippen? Maar die zijn er toch niet meer in Nederland? ‘Die zijn er zeker nog wel’, zegt Ingrid de Jong, senior onderzoeker pluimveewelzijn bij Wageningen Livestock Research. ‘Sterker nog: pakweg de helft van alle kippen die we in Nederland fokken, is nog ‘regulier’. Dat vlees zit allemaal in verwerkte producten of wordt geëxporteerd.’

Ultrasnelgroeiend ras

Reguliere vleeskuikens leven in een grote stal, meestal zonder daglicht, met zo’n twintig kuikens per vierkante meter. Ze zijn van een ultrasnelgroeiend ras dat vaak al na 35 dagen een slachtgewicht van circa 2,5 kilo bereikt. ‘Zulke ‘plofkippen’ zouden ook niet veel ouder kunnen worden, omdat ze dan door hun poten zakken’, zegt pluimveespecialist Lisanne Stadig van de Dierenbescherming. Sowieso hebben ‘reguliere’ kippen vaker gezondheidsproblemen, waardoor er meer antibiotica nodig zijn. Ook niet gezond voor ons, omdat het de kans op antibiotica-resistentie bij mensen vergroot.

‘Zulke kippen komen zelfs niet in aanmerking voor één ster van het Beter Leven-keurmerk’, zegt Stadig. Beter Leven is het keurmerk van de Dierenbescherming waarmee de diervriendelijkheid van landbouwdieren wordt beoordeeld. Eén ster is het minimum, drie sterren het maximum. ‘Kippen met één Beter Leven-ster hebben het al beter dan plofkippen’, vervolgt Stadig. ‘Ze zijn van een gezonder, langzamer groeiend ras en worden na minimaal 56 dagen geslacht. Zulke ‘scharrelkippen’ leven met tien kuikens per vierkante meter in een stal met daglicht en een overdekte uitloop. Twee en drie sterren-kippen zoals vrije uitloop, biologisch en de Franse Label Rouge leven langer, hebben veel meer ruimte en kunnen in de open lucht scharrelen.’

Bij de versafdeling zul je in Nederland geen plofkippen meer tegenkomen. Supermarkten spraken met elkaar af dat al hun verse vlees en kip een minimum van één Beter Leven-ster moet hebben. Uniek, volgens Van Horne. ‘Nederlandse supermarkten maakten als enige ter wereld zo’n grote sprong in dierenwelzijn.’ Toch eten we ongemerkt nog genoeg plofkip. Zoals diepvrieskip en sommige kip bij de slager of poelier. ‘Maar ook de kip in kant-en-klare kipproducten zoals saté, kipnuggets en andere kipsnacks, in kipproducten in de catering, ziekenhuizen en in fastfoodrestaurants is meestal plofkip’, zeggen De Jong en Van Horne. ‘Diepgevroren geïmporteerd uit Thailand of Brazilië, dat is goedkoper dan Nederlandse kip. Wij exporteren onze Nederlandse ‘reguliere’ kip weer naar landen als Engeland en Duitsland.’

Duurzame plofkip

Plofkip is dus bepaald niet diervriendelijk, maar scoort wel goed op duurzaamheid. Plofkippen gebruiken minder ruimte, leven korter, eten minder en zaken als stikstof- en ammoniakuitstoot en energieverbruik kunnen beter worden beheerst. Toch kunnen scharrelvleeskuikens een lagere klimaatimpact hebben dan reguliere vleeskuikens, blijkt uit een rapport van Wageningen Universiteit uit 2022. Ze krijgen namelijk minder soja in hun voer, waardoor de klimaatimpact van zo’n scharrelkuiken toch 3 procent lager is dan die van een snelgroeiend plofkuiken. Zuid-Amerikaanse soja zorgt onder andere voor grootschalige ontbossing. Als je dat niet meerekent, scoren scharrelkuikens juist 23 procent hoger. De keuze van het voer kan dus de klimaatimpact van vleeskuikens flink verminderen.

Er wordt wel geëxperimenteerd met ander voer. Zo krijgen de Franse Label Rouge-kippen (twee of drie Beter Leven-sterren) nauwelijks soja, maar lokaal geteeld graan. En het Nederlandse Oranjehoen (één Beter Leven-ster) krijgt helemaal geen soja, maar voer van lokale groenten- en bakkerijreststromen, wat ook voedselverspilling tegengaat. Zulke boerderijen beperken ook de uitstoot van schadelijke stoffen en zijn zelfs energieneutraal door gebruik van zonne- en windenergie. ‘Goede initiatieven, maar er zijn domweg niet voldoende reststromen voor alle vleeskuikens’, zegt Van Horne. ‘En lokaal geteeld graan is inderdaad duurzamer dan soja, maar ook duurder. Dergelijke diervriendelijke, duurzamere systemen werken bijvoorbeeld in Frankrijk wel, omdat Fransen meer gefocust zijn op kwaliteit dan op prijs: Label Rouge kippen worden vooral gekocht om hun smaak, en bij voorkeur als hele kip. In Nederland willen we geen vlees dat er nog uitziet als een dier, maar liever goedkope kipfilets. Daardoor kan bijvoorbeeld een biologische vleeskippenhouder de andere kipdelen vaak alleen voor een lagere prijs verkopen.’

Wat is dan de oplossing voor ‘goede kip’? Van Horne: ‘We zitten in een transitieperiode. Fastfood-restaurants moeten een omslag maken, maar er zou ook meer druk op de supermarkten moeten komen om verwerkte kipproducten met minstens één Beter Leven-ster te verkopen.’ Tegelijkertijd gaan steeds meer houderijen hun carbon footprint verminderen, zonnepanelen installeren en verantwoorde soja gebruiken. ‘Ik zie veel in initiatieven zoals van Albert Heijn met hun ‘Beter voor Kip, Natuur & Boer’-keurmerk’, zegt Van Horne. ‘Daarbij krijgen boeren een extra stimulans om zowel het dierenwelzijn als de milieu-impact te verbeteren.’ Tenslotte kan het volgens van Horne ook helpen om de soja in het voer door raapzaad- en zonnebloemschroot, bijproducten van raapzaad- en zonnebloemolie, te vervangen. ‘Maar ja, dan moeten Europese boeren wel zonnebloemen en raapzaad gaan telen. Nu zijn maïs en tarwe nog winstgevender.’


Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next