Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft met ingang van dit jaar een artist in residence. Die mag een jaar lang betaald aan een kunstproject werken dat te maken moet hebben met het museum of zijn collectie. Hoe vind je je weg tussen de 1 miljoen objecten en zo veel disciplines? De Volkskrant volgt Aimée Zito Lema.
Er ligt een raadselachtig object op tafel in het atelier van het Rijksmuseum in Amsterdam waar metalen collectiestukken worden onderzocht en gerestaureerd. Kunstenaar Aimée Zito Lema zakt door haar knieën om het ding – klein en rond, licht gebogen en sterk gecorrodeerd – beter te kunnen bekijken. ‘Dat is een tinnen lepel’, legt metaalrestaurator Tamar Davidowitz haar nieuwe collega uit. ‘Die lag op de bodem van de oceaan, in een wrak van een VOC-schip. Hij lijkt misschien niet zo interessant, maar wacht maar tot je hem onder de microscoop legt.’
Zito Lema is dit jaar de eerste artist in residence van het Rijksmuseum, wat betekent dat zij een jaar lang geld en toegang tot alle bronnen van het museum krijgt om een kunstproject te realiseren. Dat mocht van alles zijn, als het maar te maken had met het Rijksmuseum als instituut of de museumcollectie: ongeveer 1 miljoen objecten (de meeste opgeslagen in een depot) die samen een overzicht geven van de Nederlandse kunst en geschiedenis. Zoals schilderijen, meubels, prenten, porselein, kleding, glazen kannen. En tinnen lepels dus.
Davidowitz pakt de lepel op, haar handen in blauwgroene handschoenen gestoken, en legt hem onder de Hirox-microscoop achter haar. Op het bijbehorende beeldscherm verschijnt een explosie van kleuren en korrelige vormen. ‘Kunstwerkjes van de natuur’, noemt Davidowitz de close-upbeelden van corrosie (de term voor de aantasting van een metaal door een chemische reactie met de omgeving).
‘Dit is waanzinnig beeld’, vindt Zito Lema. Ze pakt haar telefoon om het scherm te filmen. Tijdens haar bezoek aan het restauratieatelier filmt, fotografeert en noteert Zito Lema alles wat ze interessant vindt. De eerste periode van haar jaar als artist in residence is ze vooral bezig met informatie verzamelen, praten met medewerkers, rondlopen door de gebouwen, observeren. Die informatie gebruikt ze voor haar kunstproject.
In dat project richt Zito Lema zich op de restauratie van erfgoed. Restauratoren houden zich bezig met het repareren en conserveren van objecten, om die zo lang mogelijk te kunnen bewaren. Zito Lema loopt mee met ten minste één project in elk restauratieatelier van het Rijksmuseum. Het museum heeft restauratieateliers voor metaal, textiel, glas, keramiek, papier, hout – alle soorten materiaal waaruit collectiestukken kunnen zijn gemaakt – en een apart atelier voor schilderijen. Bij Davidowitz in het metaalatelier volgt Zito Lema een project rond vondsten uit VOC-scheepswrakken.
Dit is het eerste jaar dat het Rijksmuseum een artist in residence in dienst heeft. Zo’n samenwerking biedt het museum een nieuw perspectief op de eigen collectie. De oproep is bewust opengelaten voor allerlei soorten projecten. Uit de in totaal 265 ingediende voorstellen voor kunstprojecten werd dat van Zito Lema uitgekozen.
‘Hoe gaan we om met onze (gebroken) geschiedenissen?’, is de werktitel van Zito Lema’s project. De kunstenaar ziet de werkzaamheden van restauratoren niet alleen als een concrete handeling, maar ook als een symbolisch gebaar: restauratoren dragen zorg voor (de tastbare herinneringen aan) het verleden. Dat verleden is soms letterlijk ‘gebroken’ – een door corrosie aangetaste tinnen lepel – soms figuurlijk, en soms allebei: zo is die aangetaste lepel ook verbonden met de besmette geschiedenis van de VOC.
Zito Lema was al langer gefascineerd door restauratie. Die fascinatie begon toen een restaurator haar ooit vertelde dat papier een geheugen heeft. ‘Als papier bijvoorbeeld lang opgerold is geweest, is dat wel weer plat te krijgen, maar zou het, als het in water wordt gelegd, toch weer oprollen’, zegt ze. ‘Ik was direct geïnteresseerd.’
In Zito Lema’s werk – vaak installaties waarin fotografie, videokunst en sculptuur een belangrijke rol spelen – staan geschiedenis en het geheugen centraal. Ze groeide op in Argentinië, waar ze ervoer hoe het recente verleden van de dictatuur drukte op de samenleving en op haar familie. Daarover ging ze werk maken, met als belangrijkste vraag: wat geven we door van generatie op generatie?
Ook het Rijksmuseum houdt zich bezig met die vraag. Het museum behoudt en beheert zijn collectie, zodat die voor de toekomst bewaard blijft. En het vertelt er verhalen over, waarvan bezoekers kunnen leren. ‘Maar de verhalen die in het museum worden verteld zijn maar één manier om naar de geschiedenis te kijken’, aldus Zito Lema. ‘Er zijn ook andere, verborgen – en soms pijnlijke – verhalen aan die objecten verbonden.’
Op verzoek van Zito Lema heeft Davidowitz in het atelier voorwerpen uit VOC-scheepswrakken klaargelegd. ‘We hebben objecten uit negen VOC-wrakken in onze collectie’, zegt de restaurator. ‘Veel van die objecten komen uit de Hollandia, een schip dat in 1743 is gezonken, onderweg van Nederland naar Azië.’ Zito Lema knikt en schrijft mee in een groot, groen notitieboek.
Even later kijken de twee samen naar een boek over het schip. ‘Voeren hier ook slaafgemaakten mee aan boord?’, vraagt Zito Lema aan Davidowitz. Die denkt van niet: ‘Dat was zeldzaam op uitgaande VOC-schepen. Al zou het kunnen dat er een persoonlijke slaafgemaakte van iemand meevoer. Maar voor dat soort vragen kun je beter terecht bij onze conservator maritieme collecties.’ Zito Lema noteert zijn naam: ‘Dat wordt mijn volgende stap.’
Zito Lema wist al snel dat ze de scheepswrakvondsten in haar kunstproject wilde meenemen. ‘Maar doordat ik mij beperk tot objecten die dít jaar worden gerestaureerd, kom ik ook uit bij objecten die ik niet direct zelf zou hebben gekozen’, zegt ze. Zoals De Nachtwacht, waarvan de restauratie eind vorig jaar is begonnen. ‘Dat schilderij is zo iconisch, dat ik eerst niet van plan was om die restauratie te volgen. Ik heb besloten het toch te doen, omdat bijna alle schilderijenrestauratoren daar nu mee bezig zijn.’
De restauratie van De Nachtwacht gebeurt op zaal, in een geluidsdichte ruimte met wanden waar het publiek doorheen kan kijken. Laatst werd, in het bijzijn van Zito Lema, het vergeelde vernis van het doek gehaald. Voorzichtig behandelden de restauratoren het schilderij met speciale microvezeldoeken met daarop organische oplosmiddelen. Dat gebeurde met plastic sjablonen, waaruit delen van de voorstelling waren geknipt, zodat er op het schilderij geen zichtbare lijnen zouden komen. Die sjablonen liggen nu in Zito Lema’s atelier.
Haar atelier is een ruime studio in een voormalig pakhuis in Amsterdam. Een eigen werkruimte in het Rijksmuseum heeft Zito Lema niet, maar dat vindt ze wel fijn: ‘In het museum krijg ik veel input. Hier kan ik dat rustig verwerken en bedenken welke sporen ik verder wil volgen.’
Zo komt ze in haar atelier tot ideeën voor haar kunstproject. Ze heeft bedacht dat ze dit jaar drie werken wil gaan maken: een met fotografie, een met video en een met sculptuur als centrale component. In juli gaat ze bij het Europees Keramisch Werkcentrum zelf keramieken sculpturen maken. ‘Waarschijnlijk zal ik iets maken in klei, dat breken en weer in elkaar zetten aan de hand van restauratietechnieken.’ Zito Lema wijst naar de papieren die verspreid over haar tafel liggen: ‘Op die technieken ben ik nu hard aan het studeren.’
Naast haar studiemateriaal liggen geprinte foto’s van de zalen van het Rijksmuseum van voor de recente verbouwing. Op de foto zien we kussens en dekens op de vloer liggen: mensen zijn er aan het bivakkeren. ‘Dit was in 1983, toen de museumzalen werden bezet door kunstenaars als protest tegen de afschaffing van de Beeldende Kunstenaars Regeling.’
Ze wijst op een foto met daarop De Nachtwacht. Het koord voor het schilderij, dat normaal bezoekers op afstand moet houden, is gebruikt als een waslijn. Handdoeken van demonstrerende kunstenaars hangen erover uit. Voor het tafereel is een vrouw aan het dweilen. ‘Dat vind ik nou echt een topstuk’, zegt ze glimlachend over de foto.
Op haar computer zoekt ze naar beelden uit het digitale archief van het museum. In haar fotokunstwerk wil ze de foto’s van de demonstratie uit 1983 tonen naast foto’s van oude restauraties. ‘Ik vind dat daar een mooie parallel tussen zit. Restauraties zijn een vorm van zorgdragen voor kunst, maar die bezetting was dat ook: zonder inkomen zouden kunstenaars geen kunst meer kunnen maken.
‘Terwijl demonstranten acuut veranderingen willen, zijn restauratoren bezig met een lange tijdspanne: ze willen objecten van lang geleden behouden voor een verre toekomst. Het nu speelt daarin een relatief kleine rol. Ik wil juist ook het heden in mijn werk brengen. Misschien kan ik dat doen met geluiden, bijvoorbeeld van protesten of nieuwsberichten.’
In het restauratieatelier vertelde Davidowitz iets wat Zito Lema is bijgebleven. Namelijk dat, als je vanuit het materiaal zelf zou denken, metalen objecten wíllen corroderen. Want alle metalen, behalve de edele, worden onder hoge druk uit ertsen gehaald, en het kost meer energie van het materiaal om in die bewerkte staat van metaal te blijven dan om opnieuw verbindingen aan te gaan met de omringende elementen, bijvoorbeeld in de vorm van corrosie. ‘Dat vond ik een mooi gegeven’, zegt Zito Lema. ‘Dat objecten eigenlijk terug willen naar hun oorspronkelijke vorm. Terwijl wij die objecten juist willen behouden, omdat ze verhalen vertellen over onze geschiedenis.
‘Tegelijkertijd beseffen alle restauratoren die ik spreek dat met de tijd uiteindelijk alles vergaat. Ze kunnen alleen proberen het verval van objecten zo goed mogelijk te begrijpen, door veel materiaalonderzoek te doen, om die processen zo mogelijk te vertragen.’
Voor dat soort onderzoek gebruiken restauratoren de meest geavanceerde technologie. Met onder meer röntgenscans en microscopen kunnen ze beelden van objecten maken die met het blote oog niet zijn te zien, die onder meer tonen hoe het verval er op dat moment voorstaat. Juist die beelden, van de onzichtbare lagen van het materiaal, wil Zito Lema gebruiken in haar videokunstwerk. Zoals van de corrosie op de tinnen lepel, afkomstig uit het wrak van een schip dat ooit voer tussen Nederland en zijn gekoloniseerde gebieden.
Zito Lema: ‘Ik hoop dat mijn werk een andere kijk kan bieden op de museumcollectie en de verhalen die daarover worden verteld. Dat mensen, als ze naar mijn werk kijken, zich ook een andere manier van geschiedschrijving kunnen voorstellen, een waarin de onzichtbare verhalen een rol spelen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant