Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Hans Jansen (68) achterhaalde na 25 jaar onderzoek de dader van de moord op Milica van Doorn: ‘Totale euforie.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘De pastoor zag haar levenloos drijven in de vijver bij de kerk. Milica van Doorn is verkracht en vermoord op 7 juni 1992 in Zaandam. Ze was 19 jaar en net geslaagd voor haar havo-examen, maar ze heeft die uitslag niet meer meegemaakt.
‘Vijf jaar later werd ik op de zaak gezet. Ik maakte een overzicht van alle sporen waar we mogelijk nog daderinformatie uit konden halen: bloed, haren, messteken, kleding, een schoen, de riem en de spijkerbroek die duikers in de vijver hadden opgedoken. Maar het leidde niet tot een daderspoor; DNA-onderzoek was in 1997 nog lang niet zo ver als nu.
‘Peter R. de Vries wijdde zijn misdaadprogramma aan de moord, waardoor de zaak landelijke bekendheid kreeg. In overleg met ons legde hij vier Zaanse mannen met een zedenachtergrond aan de leugendetector. Ook heeft hij vijftigduizend flyers verstuurd met een oproep tot informatie. Dat leverde veel op, maar niet de gouden tip.
‘We voerden verschillende DNA-onderzoeken uit onder de lokale bevolking. Zo werd bijvoorbeeld een groep van 37 mannen met een zeden- of geweldsverleden opgeroepen om vrijwillig wangslijm af te staan. Daar zijn we maanden mee bezig geweest, maar de dader zat er niet tussen.
‘Dat is balen. Ik had veel contact met Milica’s ouders, je bouwt een band op. Het verdriet van die mensen grijpt je aan. Maar het geeft ook een enorme drive: ik ga er alles aan doen om deze zaak tot een goed einde te brengen.
‘Naast mijn gewone werk hield ik de ontwikkelingen op DNA-gebied goed bij. Ik had geregeld contact met het NFI, het forensisch instituut in Den Haag. Steeds als er nieuwe mogelijkheden waren, werd Milica’s sporenmateriaal opnieuw onderzocht. En steeds weer die teleurstelling.
‘Tot 2008: geavanceerder DNA-onderzoek toonde aan dat de dader uit Noord-Afrika of Turkije kwam. Dan denk je: yes, ik kan verder. In 2010 was er opnieuw een doorbraak: het moest een dader met Turkse voorouders zijn.
‘Door de geruchtmakende moordzaak-Marianne Vaatstra werd in 2012 de wet verruimd – mijn teamleider Rob en ik zijn nog naar het Kamerdebat geweest – waardoor grootschalig verwantschapsonderzoek mogelijk werd, ook onder mannen zonder criminele antecedenten. Eerder mocht dat niet.
‘We waren zo’n wangslijmonderzoek onder ruim zevenduizend Turkse mannen in de steigers aan het zetten, toen er wéér een tegenslag kwam: het Team Criminele Inlichtingen ontving informatie over twee compleet nieuwe verdachten in Turkije. Die moesten wij eerst helemaal uitrechercheren. Dat werd bemoeilijkt door de mislukte staatsgreep in 2016 in Turkije, waardoor we niet met de Turkse autoriteiten konden samenwerken. Na veel tijdverlies was de conclusie dat deze twee mannen niet de dader waren.
‘Ons team had inmiddels een aparte onderzoeksruimte gekregen waar we een complete Plaats Delict inrichtten: aan de wand hingen we alle onderzoeksfoto’s, sporenlijsten, uitslagen van het NFI en de getekende contouren van Milica’s lichaam waarop ik alle verwondingen schreef. We nodigden pathologen en andere deskundigen uit om een scherper beeld te krijgen van de modus operandi.
‘Met hulp van een daderprofiler (die patronen en gedrag van misdadigers bestudeert, red.) konden we het verwantschapsonderzoek beperken tot 133 Turkse mannen uit de Zaanse wijk Kogerveld. De meesten wilden graag meewerken: in Turkije is een zedendelict nog erger dan moord. Op twee na stond iedereen vrijwillig wangslijm af.
‘Op Sinterklaasavond 2017 werd ik hier thuis gebeld door Arnoud Kal van het NFI. Hij klonk geëmotioneerd en zei: ‘Ik heb een hit!’ Dat was een enorme schok. Eindelijk. Na 25 jaar! Ik reed meteen naar het bureau, startte mijn computer op en zag de naam die correspondeerde met het anonieme DNA-nummer waarover Arnoud beschikte. Vervolgens belde ik mijn teamchef: ‘Rob, er is een match!’ Hij kwam ook meteen naar onze werkplek. We vielen elkaar in de armen en stonden als kleine kinderen te janken. Dat is wat ik van deze zaak heb geleerd: bijt je vast in een onderzoek, laat niet los. Doorzetten loont.
‘Het DNA kwam van een volle broer van de dader. Een van de broers van deze DNA-donor woonde in Zaandam toen Milica werd vermoord. Die broer, Hüseyin A., had twee keer geweigerd mee te werken aan ons DNA-onderzoek.
‘We gingen hem schaduwen. Op een zaterdag reed een arrestatieteam hem klem en werd hij gearresteerd. Toen móést hij wangslijm afstaan. Met een collega ben ik zelf met dat reageerbuisje op een koude winterdag als een dolle naar het NFI gereden, hoewel er sneeuw lag. Arnoud stond op ons te wachten en zei: ‘Ik bel je morgenochtend.’
‘Die volgende ochtend zat ons hele team in spanning op zijn telefoontje te wachten. Rond 11 uur belde hij: ‘Ik heb een honderd procent match.’ Ik stak mijn armen in de lucht en riep:we hebben hem! Dat moment is bijna niet te beschrijven. Totale euforie. Kippenvel. Toch gelukt. We hebben in die 25 jaar veel ups en downs gekend, maar hij komt er niet mee weg. Gerechtigheid. Daar doe je het voor.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant