Bijna een kwart (22 procent) van de Nederlandse honingbijen heeft de afgelopen winter niet overleefd. Dat is een lichte toename vergeleken met de winter daarvoor, en het derde opeenvolgende jaar waarin de sterfte boven de 20 procent kwam. Deskundigen beschouwen een sterfte van 10 procent als natuurlijk.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Dat blijkt uit gegevens van de Wageningen Universiteit, die in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) jaarlijks enquêtes houdt onder imkers.
De data laten grote regionale verschillen zien. In de noordelijke provincies is de wintersterfte relatief laag, behalve in Groningen. In Noord-Brabant, Noord- en Zuid-Holland en vooral in Utrecht ligt de sterfte juist boven het landelijk gemiddelde. Het hoogst was de sterfte afgelopen winter in de provincie Utrecht (31,2 procent), het laagst in Flevoland (11,4 procent).
Over de oorzaken van de verhoogde sterfte tasten deskundigen al langere tijd in het duister. Ze noemen verschillende mogelijke verklaringen, die per jaar en locatie kunnen fluctueren. Zo is het verlies van de koningin tijdens de winter vrijwel altijd fataal voor het volk, constateert de Wageningen Universiteit. Ook combinaties met andere factoren – zoals een gebrek aan voedsel, ziektes en verzwakking voor de winter – dragen bij aan hogere sterfte.
Daarnaast vormen de varroamijt en verschillende bijenvirussen grote bedreigingen voor de bijengezondheid. Uit de gegevens van de universiteit blijkt dat 84,6 procent van de ruim drieduizend (ongeveer 30 procent van het totaal) deelnemende bijenhouders de mijt in de afgelopen winter heeft bestreden.
Mogelijk is ook de opkomst van de Aziatische hoornaar van invloed. De invasieve exoot jaagt op insecten als de honingbij om haar larven te voeden. De universiteit ziet in de onderzoeksresultaten een toename in de verspreiding van de hoornaar: vorig jaar meldde 13,2 procent van de bijenhouders een waarneming, voor afgelopen jaar was dat percentage gestegen naar 27,7 procent. Hoeveel invloed de hoornaar precies heeft op de omvang van de honingbijvolken, blijft nog onduidelijk.
De Nederlandse Bijenhoudersvereniging, een landelijke vereniging van meer dan 8.500 aangesloten imkers, maakt zich ‘grote zorgen’ over de sterfte.
De Bijenstichting, een organisatie die zich inzet voor de bescherming van bijen, opperde vorig jaar al andere mogelijke oorzaken van de sterfte. Naast klimaatverandering (waardoor sommige bloeiende planten verdwijnen en bijen minder makkelijk voedsel vinden) en verlies aan geschikte leefomgeving speelt het gebruik van bestrijdingsmiddelen mee.
Vorig jaar liet een imker van de stichting de honing onderzoeken van bijenvolken die met sterfte te maken hadden gekregen. Onder bijenvolken die zich voedden met hun eigen honing bleek de sterfte 30 procent hoger dan onder volken die met suiker werden gevoed.
Zes honingmonsters van drie verschillende locaties met dode bijen bleken gemiddeld 13 pesticiden te bevatten. In totaal werden in alle monsters 35 verschillende bestrijdingsmiddelen gevonden, waarvan er 11 niet zijn toegelaten in Nederland.
De gifresten konden niet afkomstig zijn van de imkers zelf, de getroffen volken stonden volgens de Bijenstichting ook niet in intensief landbouwgebied. ‘Er lijkt sprake van een deken van cocktails van pesticiden, verscholen in het stuifmeel van bloemen. Maar waar precies, dat moeten we verder uitzoeken’, luidde de conclusie.
Hoewel bijen belangrijke bestuivers zijn voor (80 procent van) fruit- en andere voedzame gewassen, is de honingbij niet alleen maar geliefd. De soort, die in volken leeft, verdrukt wilde bijen die veelal solitair leven. Doordat het houden van honingbijen steeds populairder wordt (het aantal bijenhouders ligt rond de elfduizend) heeft de wilde bij het steeds moeilijker gekregen.
Van de 360 verschillende bijensoorten in Nederland zijn er 34 verdwenen, de helft wordt bedreigd in het voortbestaan. Voor de jaarlijkse Nationale Bijentelling werden vorige maand bijna 80 duizend bijen geteld. De meest voorkomende was de honingbij (meer dan 14 duizend keer gemeld), gevolgd door de rosse metselbij en de gehoornde metselbij. Die laatste twee zijn soorten die gedijen bij klimaatverandering en de warmere steden die dat oplevert.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant