is hoofdredacteur van de Volkskrant.
De vakbond dreigt uiteen te vallen op een wel heel ongelukkig moment, met een kabinet dat lijdt aan bestuurlijke verlamming.
Van alle bestuurscrises die de afgelopen jaren in Nederland hebben gespeeld, is die bij vakbond FNV het ondoorgrondelijkst. Het afgelopen weekend kwam het interne conflict tot een climax toen het interim-bestuur, dat twee maanden geleden werd aangesteld om de crisis te bezweren en de weg vrij te maken voor een nieuw bestuur, gedwongen werd om af te treden.
Als een crisis zo diep is, dan is er vaak niet één oorzaak. Te vrezen valt dat ze een symptoom is van meerdere ziektes tegelijkertijd. Aan de oppervlakte lijkt het een strijd tussen de laatste FNV-voorzitter Tuur Elzinga en zijn uitdager Zakaria Boufangacha. Maar daaronder ligt nog een conflict tussen ledenparlement en bestuur en de FNV-medewerkers en vrijwilligers in verschillende sectoren.
De onmin wordt ongetwijfeld versterkt doordat de FNV in een identiteitscrisis zit. Het ledenaantal neemt af, de achterban vergrijst en de polder – het maatschappelijke middenveld waarin de vakbond decennialang een belangrijke rol speelde – is verzwakt. Moet de vakbond in de huidige wereld, met steeds scherpere tegenstellingen, een verbinder zijn? Of juist in de eerste plaats een fanatieke strijder tegen elke vorm van onrecht en ongelijkheid?
Het is voor het eerst dat de nieuwe bestuursstructuur, die in 2013 werd ingevoerd, serieus wordt getest, en de conclusie moet luiden dat ze voor de test is gezakt. Het ledenparlement dat het laatste woord heeft gekregen, blijkt geen gremium waar tegenstellingen en meningsverschillen op een gezonde manier worden uitgepraat, maar een gremium dat polarisatie juist aanwakkert. De FNV ontbeert overduidelijk een dempend, verzoenend orgaan.
Zelfs de onafhankelijke onderzoekers, die waren ingehuurd om de strijd tussen Boufangacha en Elzinga, en vooral de beschuldingen over grensoverschrijdend gedrag, tegen het licht te houden, raakten de draad kwijt. Er waren domweg te veel leugens in omloop, te veel valse beschuldigingen, er was te weinig houvast om tot glasheldere conclusies te komen. De FNV lijdt aan een zware vorm van de kwaal die de hele samenleving in haar greep heeft: door de oplopende polarisatie raakt een gedeelde werkelijkheid steeds meer uit zicht.
De crisis bij de vakbond komt op een zeer ongelukkig moment. Nu het kabinet lijdt aan bestuurlijke verlamming, snakt Nederland naar een krachtig maatschappelijk middenveld, dat oplossingen naar voren schuift die breed worden gedragen. Een van de laatste grote oplossingen die het middenveld voortbracht, het nieuwe pensioenstelsel, ligt nu onder vuur. Juist nu is er een vakbond nodig die in gesprek gaat met werknemers en gepensioneerden om bezwaren serieus te nemen en de onrust te bezweren.
Nu het centrale bestuur faalt, dreigt de vakbond uiteen te vallen. Een scenario waarbij de vakbond weer een vakcentrale wordt met een federale structuur, zoals tot 2013 het geval was, hangt in de lucht.
Te hopen valt dat iedereen bij de vakbond bij zinnen komt en inziet dat het nu het allerbelangrijkste is om de eenheid te bewaren. Vervolgens kan worden gewerkt aan een nieuwe structuur, die wel in staat is tegenstellingen te overbruggen. Dan pas kan de vakbond beslissingen nemen over de identiteit en de koers voor de komende jaren.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant