Home

Dit was niet het moment voor oordelen, maar voor dankbaarheid en lekker gratis parkeren

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Ik stuurde de auto het terrein op en parkeerde hem in een van de vrije vakken. Vanaf hier was het nog een paar minuten lopen naar het café in de haven waar ze acceptabele cappuccino maakten. Het bord boven de parkeerautomaat gaf in vier talen aan dat we in het B-seizoen (van 1 april tot en met 31 mei) 0,70 euro per uur moesten betalen.

‘Ticket?’ Een man kwam me tegemoetlopen. Hij had – ik weet niet hoe ik dit netjes moet zeggen – het soort vierkante, samengeperste voorkomen van iemand die veel krachttraining combineert met nog meer vlees, wodka-Red Bull, rösti en een voorliefde voor tondeuses. ‘Ja’, zei ik, in de veronderstelling dat hij wilde weten of het hier betaald parkeren was.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

‘Nee’, zei hij in een mengeling van Duits en Engels, ‘ik heb 10 euro betaald voor een ticket voor de hele dag. Maar ik heb het niet meer nodig. Wil je mijn ticket?’

Nou ja. Natuurlijk wilde ik dat! ‘Wat zegt deze meneer?’, vroeg mijn dochter. Ik legde haar uit dat deze meneer ons zijn ticket wilde geven, zodat wij niet zelf een ticket hoefden te kopen. Supermeneer deze meneer. Beste Duitser ooit. Hij gebaarde me mee te lopen naar zijn auto, een zwarte terreinwagen van BMW. In ons kielzog volgde zijn vrouw, die een strakke legging droeg en er verder precies zo uitzag zoals je mag verwachten dat een partner van een gepensioneerde kooivechter eruitziet.

Maar dit was niet het moment voor oordelen, maar voor dankbaarheid en lekker gratis parkeren. De man opende het portier van zijn auto, greep naar het dashboard en pakte het kaartje. ‘Kijk’, zei hij en hij wees op het bedrag van 10 euro en de resterende parkeertijd. Dankbaar en met een grote glimlach op mijn gezicht nam ik het aan. Ik stond op het punt me om te draaien en terug te lopen toen hij zei: ‘Oké, 5 euro?’

Naïef, maar hier had ik niet op gerekend. Ik had ook helemaal geen 7,14 uur aan parkeertijd nodig. Ik wilde even een kop koffie drinken en daarna weer weg. Dat zou me maximaal 1,40 euro aan parkeergeld kosten. Dus nein danke, zou een normaal mens zeggen. Toch ging ik akkoord. Omdat ik geen zin had om te onderhandelen. Omdat nu afhaken gênant zou zijn (wat? ja, sorry). Omdat ik niet de hoon van de Duitse vleesman en zijn vrouw over me heen wilde hebben. Omdat ik ervan af wilde zijn.

Dus ik vroeg mijn oudste dochter haar spaargeld te pakken (ik had zelf geen contant geld bij me) en telde 5 euro aan muntjes uit. Nu had ik veel te veel betaald voor een parkeerticket. Van het geld van mijn dochter. Somber en schaamtevol vervolgde ik mijn weg naar dat klotecafé. De Duitser stapte in zijn auto, helemaal opgewekt. Toch weer ingetuind.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next