Mahler-festival Vast publiek en nieuwe luisteraars stromen zaterdagavond toe bij het Mahler Paviljoen tijdens een livestream van Mahlers tweede symfonie.
Het is nogal een gebeurtenis, elf dagen achtereen Mahler in Amsterdam, alle symfonieën worden uitgevoerd in het Concertgebouw. De uitvoeringen worden op televisie uitgezonden. En voor wie niet een avond in het Concertgebouw kan of wil zitten, is er het Paviljoen. Dat is een gratis openluchttheater waar elke avond een livestream van het Concertgebouw op te zien is, met goed geluid. De livestream zou aanvankelijk op het Museumplein staan, tegenover het Concertgebouw. Maar omdat Ajax misschien op datzelfde plein gehuldigd moet worden, verhuisde het Paviljoen naar het Vondelpark. Dat leek een teleurstelling voor de concertgangers, maar de locatie werkt uitstekend.
Concertganger Charlotte Bruins Slot en haar schoonzus hebben een plekje bemachtigd op de tribune van het Mahler Paviljoen in het Vondelpark, Amsterdam. De schoonzus verwachtte de musici daar aan te treffen, onder het bladerdek. Maar nee, ze heeft zicht vergist. De twee hebben zich zaterdagavond – met meer dan vijftienhonderd mensen – verzameld om naar een scherm te kijken. Eén kilometer verderop, in het Concertgebouw, wordt de muziek gemaakt.
Bruins Slot gaat wel eens naar het Concertgebouw, vertelt ze. Dan zit ze op het podium, volgens haar zijn dat de goede plekken. Ze heeft nu geen kaartjes voor het Mahler Festival. Het was een beetje langs haar heen gegaan. Als ze wel in het Concertgebouw zit, kijkt ze graag naar de dirigent. Dan houdt ze de bewegingen in de gaten. Ze is benieuwd wat ze daar nu van meekrijgt. Ze is overigens niet in het bijzonder een Mahlerenthousiast, Mozart is haar favoriet.
In het Vondelpark wordt zaterdagavond gepicnickt, bier gedronken, wiet gerookt en gerolschaatst over de fietspaden. Maar in het tot de nok gevulde openluchttheater tussen de bomen gedraagt het publiek zich haast alsof ze ín het Concertgebouw zitten. Wanneer dirigent Iván Fischer opkomt, applaudisseert het paviljoenpubliek luid. Kort voordat hij Mahlers tweede symfonie in beweging zet, is het voor het eerst echt stil. Er is alleen wat geluid van vogels, en van een terras in de verte. Dan zwiept de dirigeerstok, en met het zwiepen van de stok zwiepen ook Fischers wangen, zijn lippen, zelfs zijn neus. Op het grote scherm is het goed te zien, misschien zelfs beter dan vanaf de podiumplek in de zaal waar Bruins Slot altijd zit.
Het geluid is góéd, zegt Mason Boudrye, een jonge Amerikaan uit New York. Hij heeft er voor gestudeerd, iets met klassieke muziek. Deze uitvoering van Mahlers tweede: fenomenaal, vindt Boudrye. Hij is met een vriend die niet naar muziek luistert („I know, how is that possible?”) net buiten het paviljoen gaan zitten. Daar zitten ook tientallen mensen, de symfonie is er goed te horen en wie tussen de tribunes door kijkt vangt ook van het scherm iets op. Die vriend van hem is onder de indruk, vertelt Boudrye. Zóveel mensen die een rol hebben in het stuk, en toch klinkt het als één.
En waar Boudrye ook blij mee is: het publiek is in samenstelling anders dan hoe het meestal is als hij in een concertzaal zit. Ja, best wat mensen „richting einde vijftig”, maar je ziet ook een hoop jonge verliefde stellen, gezinnen, mensen van allerlei achtergronden, mensen die toevallig langslopen en blijven staan, en honden. „Dat is zo belangrijk. Mensen hóéven niet naar klassieke muziek te luisteren, maar je wil dat mensen weten dat het bestáát. Want klassieke muziek is zo ontoegankelijk, historisch gezien.”
Maike Tenbusch, een jonge twintiger uit Dortmund bijvoorbeeld, kent Mahler wel van naam, want hij is beroemd. Maar ze luistert er nooit naar. Ze is nu toevallig in Amsterdam, want een goede vriend uit Rusland, die in Spanje woont, is hier een paar dagen. Ze zijn naar het Mahlerpaviljoen meegenomen door weer een andere vriend. Het is best spectaculair, vinden ze.
De symfonie loopt op zijn einde, wordt groter en groter en de muziek knalt haast het paviljoen uit. De twee vrienden luisteren naar van alles (indie, rock, punk, „heel veel trash”), maar haast nooit klassiek. Tenbusch signaleert een marketingprobleem: „Deze muziek is eigenlijk supercool. Maar de branding van klassiek is zo oud, zo zwaar. Misschien hebben ze een discobol nodig.”
Lees hier meer over Mahlers tweede symfonie, en al zijn andere symfonieën
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC