De Amerikaanse auteur Jonathan Haidt was in april in Nederland om zijn boek Generatie angststoornis te promoten, en mocht op allerhande plaatsen aanschuiven en erover vertellen, zoals bij talkshow Jinek. Waarom is zijn boek, over de schadelijke gevolgen die sociale media en smartphonegebruik zouden hebben voor jongeren, zo populair?
Ontwikkelingspsychologen stellen steeds weer vragen bij zijn boek. Slechts een klein gedeelte van de studies die hij aanhaalt in zijn boek gaan over sociale media, en als je in de details duikt, spreken veel van die studies zijn claims juist tegen. Zo toont één studie aan dat kinderen die veel op een scherm zitten, inderdaad vaker mentale problemen hebben. Maar de studie rekende daar ook tv-kijken en gamen onder – sociale media werden dus niet als bron van ellende aangewezen.
Daarbij; wat veroorzaakt wat? Misschien gaan vrolijke, gezonde kinderen buiten spelen of op voetbal of ballet, en zitten kinderen waarmee het niet goed gaat lethargisch te doomscrollen. Of misschien gebruiken ouders die om welke reden dan ook niet genoeg tijd hebben om met hun kinderen te spelen en te praten, schermen als een makkelijke zoethouder.
Over de auteur
Felienne Hermans is hoogleraar Informatica. In de maand mei is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dat Jonathan Haidt toch overal mag aanschuiven, komt omdat zijn boodschap fijn is. Het laat ouders namelijk bezorgd over de mentale gezondheid van kinderen weer opgelucht ademhalen; gewoon geen smartphone meer voor je kinderen kopen, et voilà!
Maar door die opluchting blijven belangrijke vragen onbenoemd. Bijvoorbeeld: voor wíé is een smartphone met daarop sociale media slecht? Er zijn kinderen voor wie de smartphones en sociale netwerken juist veiligheid en community bieden; lhbti-jongeren, mishandelde jongeren of jongeren die bijvoorbeeld een abortus of andere medische zorg nodig hebben die in veel landen controversieel, ontoegankelijk of verboden is.
Het idee dat sociale media en smartphones slecht zijn, is gekleurd door privilege, want voor sommige jongeren is het een reddingsboei. In onze wens om een oplossing te vinden voor een complex probleem gooien we dus de baby met het badwater weg, en doen we kwetsbare kinderen tekort.
Ten tweede richt de strijd tegen ‘de smartphone’ zich op de verkeerde dingen. We hebben het maar over een heel specifiek stukje van de smartphone-ervaring. Foto’s maken, muziek of podcasts luisteren, een cafeetje in de buurt zoeken – dat is allemaal niet slecht voor je mentale gezondheid. Is er dus iets mis met de smartphone zelf? Nee. Het gaat om het gif van sociale media, verspreid door de softwarebedrijven die deze maken.
Lees liever het boek Careless People van Sarah Wynn-Williams, een ex-werknemer van Facebook. Daarin beschrijft zij hoe Meta te werk gaat; bijvoorbeeld hoe 13- tot 17-jarigen die op Instagram een selfie verwijderen door het algoritme worden geclassificeerd om extra beauty-advertenties aan te tonen. Want een verwijderde selfie, betekent dat ze zich bij nader inzien blijkbaar niet zo knap voelen. Tijd dus voor een nieuw potje foundation!
Er zijn dus op deze aarde mensen die dit verzinnen, mensen die dit pitchen en – hiervoor schaam ik me diep als maker van software – mensen die codes typen à la ‘als meisje van 14 selfie verwijdert, dan extra advertenties voor make-up’. En dit heeft niks te maken met de smartphone. Het is niet eens een probleem van sociale media – algoritmes van vrije, open, sociale media zoals Mastodon, doen dit namelijk helemaal niet.
Het probleem is het hyperkapitalistische businessmodel van big tech, dat je zo lang mogelijk ‘aan de lijn’ wil houden en je zoveel mogelijk doelgerichte advertenties wil tonen. Een businessmodel dat dus ‘Tieners die zich waardeloos, onzeker, gestrest, verslagen, bang, dom of waardeloos voelen’ als categorie aanbiedt, die adverteerders vervolgens in kunnen kopen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns