Home

Eigenlijk moeten we afscheid nemen van het romantische ideaal in de liefde. En wat is dan het alternatief?

Door diepgewortelde culturele normen zijn de verwachtingen torenhoog als twee mensen besluiten zich aan elkaar te binden. Waarom klampen we ons nog steeds vast aan het romantisch ideaal, terwijl de realiteit een heel ander beeld laat zien?

Over een maand ben ik 35 jaar getrouwd. Op mijn 23ste antwoordde ik volmondig ja op de vraag of ik wilde beloven mijn echtgenoot trouw te blijven in goede en slechte tijden en alle plichten te vervullen die de wet aan de huwelijkse staat verbindt. Erop terugkijkend had ik geen idee waar ik ‘ja’ tegen zei. We waren verliefd, vonden het een lollig idee om te trouwen en we hadden zin in een feest.

De dag voor ons huwelijk vroeg mijn moeder wat de minder goede eigenschappen van mijn aanstaande waren en of ik erover had nagedacht of ik daar de rest van mijn leven mee kon leven. Die vraag had me een slechte nachtrust bezorgd. Uiteindelijk had ik de slaap kunnen vatten met de relativerende gedachte dat zolang er nog geen kinderen waren, we altijd weer uit elkaar konden gaan. Anderhalf jaar later werd onze oudste dochter geboren.

Als ik vertel hoelang Thomas en ik samen zijn, zijn de reacties steevast verbaasd. Alsof we een grootse prestatie hebben geleverd, het hoogste cijfer van de liefdesmeetlat hebben gehaald. Stellen die ook al decennia samen zijn, hebben de neiging om als bondgenoten onder elkaar vergenoegd te constateren dat wij het beste af zijn. ‘Het is zo heerlijk om opa en oma van je gezamenlijke kleinkinderen te zijn.’ Ik knik dan altijd instemmend. Of: ‘Wat hebben onze kinderen toch geboft dat hun ouders nooit gescheiden zijn.’ Ook dat beaam ik. Enigszins ongemakkelijk, omdat het zo neigt naar borstklopperij terwijl verreweg de meeste mensen in mijn omgeving zijn gescheiden of uit elkaar zijn gegaan.

De laatste der Mohikanen

Toen de kinderen klein waren, vond de eerste scheidingsgolf plaats in onze familie- en vriendenkring. Op het moment dat de kinderen het ouderlijk huis verlieten en het lege nest een opkomend fenomeen werd, vond er een tweede piek plaats. In onze familie heeft niemand met zijn of haar partner de eindstreep gehaald, in onze vriendenkring kunnen we de levenslange relaties op twee handen tellen. Het gevoel bekruipt me dikwijls dat ik een van de laatsten der Mohikanen ben.

We kennen de statistieken: ruim eenderde van alle huwelijken strandt, en als we daarbij ook nog eens alle samenwonenden optellen, gaat meer dan de helft van de relaties uit elkaar. Toch voeden we onze kinderen nog steeds op met het idee dat als ze later groot zijn, ze hun ‘ware’ liefde tegenkomen met wie ze hopelijk tot de dood hen scheidt zullen samenblijven.

Een levensopdracht zonder een bijster grote kans van slagen. Wat voor signaal geven we daarmee af als je kinderen gaan scheiden of single blijven? Jammer, we hadden het je zo gegund, maar je hebt het hoogst bereikbare ideaal, de levenslange liefde, niet gehaald. Het is je helaas niet gegeven het perfecte levenspad te bewandelen.

Ik schreef een boek om te onderzoeken waarom we ons nog steeds zo vastklampen aan het romantisch ideaal terwijl de realiteit een heel ander beeld laat zien. Een tiental deskundigen, onder wie wetenschappers, relatietherapeuten, een filosoof, een journalist en een psychiater komen aan het woord. Zonder uitzondering vertelden ze dat het niet zozeer in de natuur van de mens zit om je hele leven bij dezelfde persoon te blijven, maar in onze cultuur. Het huwelijk was ooit een zakelijke overeenkomst om geslachtsziekten buiten de deur te houden, duidelijkheid te scheppen over van wie de kinderen waren en de erfenis veilig te stellen. Vanaf de periode van de romantiek, einde 18de eeuw, zijn we het huwelijk en relaties gaan romantiseren: en ze leefden nog lang en gelukkig.

Hand in hand

Schrijver en journalist Corine Koole, die honderden mensen interviewde over de liefde, zegt dat als je mensen vraagt wat ze het liefst willen, ze altijd zeggen: ‘Samen oud worden.’ Het beeld van twee oude mensen hand in hand op een bankje die nog steeds verliefd naar elkaar kijken, dat willen we kennelijk allemaal. Koole relativeert: ‘Je wordt misschien allebei elk jaar een jaar ouder, maar niet allebei op dezelfde manier. Als je samen ouder wordt, krijgt de een dit gebrek en de ander dat gebrek. Samen oud worden is veel minder romantisch dan we denken.’

Cultuurwetenschapper Margriet van Heesch zegt dat onze cultuur doorwerkt in ons diepste wezen: ‘We hebben ons hele leven geleerd, door films, muziek en sprookjes, dat het ons diepste verlangen móét zijn om te eindigen met die ene figuur. Als je aan jonge mensen vraagt wat het ergste is dat hun kan overkomen als ze ouder worden, dan is het antwoord altijd: alleen blijven. Met alleen bedoelen ze zonder partner, niet zonder beste vriend, vriendin, zus, hond of kat. Met dieren kun je innige vriendschappen aangaan; dat wordt enorm onderschat. Zo wordt ook onderschat hoe belangrijk je buren en je vrienden zijn. Mensen denken dat ze alleen zijn als ze geen partner hebben, een overtuiging die sterk door culturele normen wordt bepaald.’

Door die diepgewortelde culturele norm zijn de verwachtingen torenhoog als twee mensen besluiten zich aan elkaar te binden. We beloven elkaar, of we dat nou met een boterbriefje bezegelen of niet, dat we altijd bij elkaar blijven. We hebben heel vaak, zeker in het begin van de relatie, tegen elkaar gezegd: Ik zal altijd van je houden, je bent de enige voor mij, je bent mijn grote liefde en ik zal je altijd trouw blijven.

Immuun

Terwijl we de kansberekening kennen, trappen we er massaal in. Koole merkt op dat we allemaal bang zijn om borstkanker te krijgen omdat de kans één op negen is dat je dat krijgt. ‘Waarom denken we dan dat we immuun zijn voor een scheiding terwijl de kans 50 procent is dat het ons overkomt?’, vraagt Koole zich af. ‘Ik vind het zo merkwaardig dat mensen daar niet al rekening mee houden op het moment dat ze trouwen.’

De kans dat je iemand hebt ontmoet op wie je niet alleen verliefd werd, maar die ook nog eens je hele leven bij je blijft passen is een kwestie van toeval. Ik ontmoette Thomas doordat ik als 22-jarige aan hem werd gekoppeld. Hij was niet de prins op het witte paard, hij was negentien jaar ouder en had al een kind van 9, maar ik werd smoorverliefd en daar was geen kruid tegen gewassen.

Dat ik nog steeds bij hem ben, vinden de deskundigen in mijn boek niet verrassend. We zijn beiden goed gehecht, hebben niet al te gecompliceerde karakters, zijn pragmatisch ingesteld en hadden van tevoren geen hoge verwachtingen. Onze relatie is goed, we hebben het hartstikke gezellig, maar het is geen romantisch sprookje. Op nummer één van de redenen dat mensen uit elkaar gaan staat ‘op elkaar uitgekeken zijn’.

Saaie pief

Ik snap het dat mensen in een vergelijkbare relatie als de mijne uit elkaar gaan omdat ze het saai vinden. Een goede vriendin verliet vorig jaar haar man, twee jaar nadat hun jongste kind het huis uit was gegaan. Ze zag zichzelf op de bank naast die saaie pief zitten en realiseerde zich dat ze misschien nog wel dertig jaar in het vooruitzicht had. Ze vond dat ze lang genoeg had gezorgd voor het gezin, was financieel onafhankelijk en nu brak een fase aan voor zichzelf.

Deze zogenoemde ‘grijze scheiding’ komt steeds vaker voor; het aantal mensen dat 25 jaar of langer samen is en uit elkaar gaat, is de laatste twintig jaar verdubbeld. Desondanks waren de opmerkingen in de vriendenkring niet van de lucht: mijn vriendin was egoïstisch, liet die arme man in zijn eentje achter, door haar was het hele gezin uit elkaar gevallen. Waarom oordelen we zo hard? Omdat ze zich niet aan de norm hield en niet op haar post bleef om de rit uit te zitten.

Nog strenger wordt geoordeeld over mensen die hun partner verlaten terwijl ze nog jonge kinderen hebben. ‘Ze scheiden tegenwoordig veel te snel’, hoor ik vaak zeggen. Dat is niet mijn ervaring. De mensen in mijn omgeving die besloten uit elkaar te gaan, deden daar juist heel lang over omdat ze gebukt gingen onder schuldgevoel.

Ze vinden dat ze hebben gefaald omdat het ze niet langer lukt – om wat voor reden dan ook – een liefdesrelatie voort te zetten met hun partner. De goegemeente staat al aan de zijlijn klaar om te roeptoeteren dat het zo zielig is voor de kinderen die het grootste slachtoffer zijn. Of scheiden per definitie slecht is voor kinderen, vroeg ik de deskundigen die ik voor mijn boek raadpleegde.

Gelukkig gescheiden

Volgens Pieternel Dijkstra, doctor in de sociale psychologie, creëer je door te scheiden een extra levensgebeurtenis voor kinderen. Een gezin valt uit elkaar, een kind krijgt twee huizen, moet pendelen tussen beide ouders. Dat kan stress opleveren. Dijkstra plaatst daarbij de kanttekening dat ook positieve gebeurtenissen stress kunnen opleveren, zoals een verhuizing of de geboorte van een broertje of zusje.

‘Het is het fijnst voor kinderen om gelukkig getrouwde ouders te hebben’, zegt relatiecoach Anne de Jong. ‘Daarna gelukkig gescheiden ouders, daarna ongelukkig getrouwde ouders en het ergste voor kinderen is ongelukkig gescheiden ouders.’

Kort samengevat: een vechtscheiding is een trauma, een harmonieuze scheiding is een levensgebeurtenis. In plaats van een mening hebben over ouders met kinderen die gaan scheiden omdat ze zich onttrekken aan de norm, zouden we misschien wat vaker kunnen applaudisseren voor al die ouders die na de breuk het co-ouderschap met elkaar aangaan zodat de kinderen hun beide ouders kunnen blijven zien, evenveel van beide ouders mogen houden en daardoor later niet hoeven te kampen met hechtingsstoornissen.

Omdat we vaker scheiden, onze levensverwachting toeneemt en jonge mensen er langer over doen om te gaan samenwonen, neemt het aantal vrijgezellen in rap tempo toe. In 2025 bestaat de helft van de huishoudens in Nederland uit alleenstaanden. Onze maatschappij is nog niet helemaal doordrongen van deze realiteit. Hoe vaak mensen mij niet vragen: ‘En, heeft je oudste dochter al een vriend?’ Hoewel ongetwijfeld goed bedoeld, voelt dat als een oordeel. Ze heeft een geweldige baan, een heel grote vriendenkring en een dynamisch en avontuurlijk leven.

Viering van vriendschappen

Volgens Margriet van Heesch leven wij in een couple culture: ‘Als je boven de 30 bent en single, moet je vragen beantwoorden of krijg je te maken met opmerkingen als: o, maar jij vindt nog wel iemand. Een koppel is een altijd-situatie, single zijn is een tijdelijke situatie. Als single moet je je verhouden tot dat stigma want wij leven in een westerse, door Netflix, HBO en Disney beïnvloede cultuur die gericht is op stellen.’

Van Heesch is niet zozeer van mening dat we het koppel moeten devalueren, maar vindt dat we alle andere relaties die we aangaan in het leven moeten herwaarderen. Van Heesch: ‘Vriendschappen duren vaak langer dan relaties. Laten we naast het traditionele huwelijk alsjeblieft ook een culturele viering instellen van vriendschappen, zusterschap en broederschap.’ Ik heb een vriendin die al dertig jaar elk jaar met haar drie oudere zussen een weekend weggaat om hun zussenband te vieren. Over twee jaar ken ik mijn beste vriend 25 jaar. Goed idee om daar een feestje van te maken.

Hoe ziet de toekomst van het romantisch ideaal eruit? Romantische idealen zijn de afwijzing van het echte leven, leerde ik tijdens mijn zoektocht. Het zijn verwachtingen die weinig te maken hebben met de realiteit. De werkelijkheid is dat alles wat niet binnen de norm past – single blijven, niet-hetero zijn, niet samenwonen, bewust kinderloos blijven, scheiden, het samenstellen van gezinnen of het openen van relaties – zal toenemen.

De toekomst is queer

De toekomst is queer. Van Heesch: ‘Wij leven gelukkig in een samenleving waarin hiervoor ruimte is. Mensen hebben meer kans op geluk als ze niet hoeven dealen met stigma’s en smerige emoties als schuldgevoel en schaamte.’ De media wekken de laatste jaren de indruk dat met name open relaties en polyamorie een enorme vlucht nemen, maar dat wordt niet met cijfers onderbouwd. Wel gaat het taboe eraf en wordt er meer over gesproken, vooral in de grootstedelijke bubbel. Het is aannemelijker dat de toekomst van romantische liefde in seriële monogamie ligt.

We blijven verliefd worden want dat zit – goddank – in onze natuur. En we blijven ook verlangen naar een partner, of naar iemand met wie we op intieme en vertrouwelijke basis omgaan. De kans dat je een stuk of drie langere relaties in je leven zult hebben, is groter dan de kans dat je je hele leven bij één persoon zult blijven. Misschien zijn die drie relaties stuk voor stuk wel intenser en liefdevoller dan één heel lange relatie.

Ik denk dat we de dwingende maatschappelijke norm van die levenslange liefde moeten vervangen door een andere opdracht: zie het beëindigden van een relatie niet als een mislukking. Het is een volstrekt natuurlijk gegeven dat relaties na een bepaalde tijd eindigen. Dat heeft niets met falen te maken, maar alles met de kleine kans dat je iemand ontmoet die voor een heel leven bij je blijft passen.

Als je me tien jaar geleden, onze kinderen waren toen begin twintig, had gezegd dat het gezin van twee van de vier kinderen uit elkaar zou vallen en dat eentje langdurig vrijgezel zou zijn, had ik dat geen vrolijk stemmend toekomstbeeld gevonden. Na het schrijven van mijn boek kijk ik er anders tegenaan. Hun geluk hangt niet af van een levenslange liefde. Hun geluk hangt af van de dingen die hun overkomen en de keuzes die ze maken. Ze zijn daarin vrij, ze hoeven niet te voldoen aan de verwachtingen van hun ouders of de maatschappij. Ze vervangen de norm door hun eigen vorm. En het belangrijkste is dat ze van zichzelf houden.

Levenslange liefde, Sprookjes bestaan niet verschijnt op 13 mei bij uitgeverij Unieboek Het Spectrum.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next