Van spannend en dwingend samenspel tot een zachte, troostrijke stem: dit zijn de beste albums van dit moment.
Black Sherif buigt op Iron Boy (★★★★☆) meer af naar de Jamaicaanse dancehall. De synths die tussen de bassen en de beats dwarrelen zijn soms wat zoet, maar de vocalen grijpen de aandacht. De vaak spirituele teksten, gezongen in een mix van Engels en het Ghanese twi-accent, laten je luisteren. Lees de recensie.
Birdly Serenade (★★★★☆) is onderdeel van het prestigieuze Birdsong Project, dat muziek en gedichten uitbrengt waarin vogelenzang centraal staat. Het samenspel van Murrays verbluffende kwartet is nog spannender en dwingender geworden. Murrays toon is steeds prachtig en diep, zijn liefde voor freejazz wordt knap beteugeld door zijn drang om ook gewoon mooi te spelen. Lees de recensie.
Sweet Dreams, See You Tomorrow (★★★★☆) is prachtig, of de omfloerste omlijsting nou van een gitaar of een piano komt – en of er nou wel of geen knisperende geluidjes krioelen in het geluidsdecor. Ze heeft een zachte stem, die zo troostrijk is dat je de woorden niet hoeft te horen: je wilt gewoon dat ze zachtjes voor je zingt. Lees de recensie.
Djrum trekt op Under Tangled Silence (★★★★★) beeldschone elektronische muziek uit die piano, af en toe een schrijnende viool of een tingelende harp, plus uniek geprogrammeerde drummachines en synths. En deze bijzondere mix, die ergens tussen zenmeditatie en grotestadsverkeer in hangt, is zó knap in elkaar gedraaid dat je er een album lang in oplopende verwondering naar moet luisteren. Een album dat zo vernieuwend, avontuurlijk, toegankelijk én ontroerend tegelijk is, kom je niet vaak tegen.
En geheel onverwacht was daar wéér een album van Sault, het bejubelde Britse soulfunkcollectief dat er een handje van heeft om onaangekondigd muziekpareltjes te droppen. De altijd beheerste, subtiele blazersaccenten, de borrelende percussie; ze zijn op Ten (★★★★☆) opgehangen aan een kurkdroge organische groove getransplanteerd uit seventies-souljazz. Sault maakt de fijnzinnigste herinterpretaties van klassieke zwarte muziek. Lees de recensie.
De composities van de Britse Emma-Jean Thackray op Weirdo (★★★★☆) lijken net zoveel door de funk van George Clinton en de neosoul van Erykah Badu als door de jazz van Miles Davis beïnvloed. Je zou aan de opgewekte, door Rhodes-piano en synths gedreven sound ook niet kunnen opmaken dat Thackray de muziek componeerde en opnam toen ze psychisch in een diep dal zat. Lees de recensie.
Met het gitaargeluid op Skeletá (★★★★☆) lijkt Ghost meer dan voorheen te salueren naar de harige metal uit de jaren tachtig, toen Van Halen en Ozzy Osbourne óók verzorgde pop naar de hardrock brachten. Het maakt van Skeletá een plaat die hier en daar een rauwer randje had mogen krijgen, maar waar Ghost wel goed mee voor de dag komt in de arena’s. En waar je ook gewoon een goed weekendhumeur van krijgt. Lees de recensie.
Maartje Rammeloo zingt op Longing to Be Loved (★★★★☆) klassieke Broadwaynummers uit de eerste helft van de 20ste eeuw met warmte, kwetsbaarheid én een vleugje glamour. Rammeloo overtuigt met haar natuurlijke frasering en vertelkracht en ontroert als een verlaten vrouw, wandelend door een besneeuwd New York op zoek naar hoop. Lees de recensie.
Julien Baker en MacKenzie Scott (Torres) verrassen met een gezamenlijk countryalbum, Send a Prayer My Way (★★★★☆), waarop ze verhalen over de kerk, onderdrukking, verslavingen (Bottom of a Bottle) en geploeter in de liefde (Sugar in the Tank) zingen. Dat levert emotionele liedjes op waarin je pijn voelt, maar nooit verliezen ze hun gevoel voor zwartgallige humor. Lees de recensie.
De Noorse pianist Leif Ove Andsnes en het Norwegian Soloists’ Choir nemen je op Franz Liszt (★★★★☆) mee op een aangrijpende muzikale pelgrimstocht langs de belangrijkste scènes van lijden en dood van Jezus. Andsnes bewijst zijn pianistische fijngevoeligheid: zonder effectbejag spiegelt hij de sobere eenvoud van het strak zingende koor. Lees de recensie.
Het gekke met The Ex is dat je ze uit duizenden herkent, terwijl ze toch weer anders zijn dan bij hun vorige album, zeven jaar geleden. De wereld is veranderd sindsdien. The Ex is op If Your Mirror Breaks (★★★★☆) fier en strijdbaar, kaarsrecht overeind. Dat biedt op een wonderlijke manier troost. Lees de recensie.
Heel fraai hoe de dunne, prikkelende gitaarlijnen van Halvorson op Bone Bells (★★★★☆) zich verweven met het wijdlopige, maar altijd elegante pianospel van Courvoisier. Voorzichtig zoeken de twee steeds naar de juiste manier om elkaars stukken te verrijken. Soms laten ze noten samenvallen, om dan weer speels van elkaar weg te lopen. Lees de recensie.
Waar doorgaans een sluier van droefenis over de liedjes van Bon Iver hing, regeert op Sable, Fable (★★★★☆) de opgewektheid. Gebleven is de eigenzinnigheid waarmee hij zijn geraffineerde bouwwerkjes maakt. Bon Iver smijt weer met toetsenbrokken, stemflarden en gitaarriffs, maar laat alles op precies de juiste plek landen. Lees de recensie.
Bach: Hohe Messe (★★★★★) kent verbluffende passages in de koorzang. Een gloria schalt van harte, een osanna stuitert enthousiast. Bij Et incarnatus est, over de mysterieuze menswording van God, zweven de zangers haast sprakeloos voorbij. Open klank, gemoffelde klank, de kleurenwaaier van het ensemble Pygmalion is eindeloos. Lees de recensie.
Stochastic Drift (★★★★★) is een juweel en een album om je in te verliezen. Barkers techno is bedachtzamer dan voorheen, maar misschien ook daarom nog indringender. Wat een prachtig transparante en muzikaal geniale elektronische muziek. Lees de recensie.
Het mooist op Belonging (★★★★☆) is de behandeling van de ballads. Zoals Marsalis op sopraansax het bloedstollende titelnummer uitbouwt, is prachtig. Branford stuurt zijn kwartet van sereen tot explosief alle kanten op en bewijst zowel Jarrett als zichzelf een grote eer met deze zeer meeslepende albuminterpretatie. Lees de recensie.
DJ Koze stelt op Music Can Hear Us (★★★★☆) zijn collagekunst in dienst van de vocale gasten op zijn benevelde discofeestje. Damon Albarn treedt aan in Pure Love, waarbij de Blur-zanger zelf ook in de lach mag schieten om de teksten en om de kitscherige Spaanse gitaar die hem bijvalt. Knap hoe flamenco en Zuid-Afrikaanse amapiano hier met elkaar gemixt worden. Lees de recensie.
Who Believes in Angels? (★★★★☆) is het beste Elton John-album in jaren. Hij maakte het met Brandi Carlile, een van de betere country- en americanazangeressen van de laatste jaren. De twee vullen elkaar niet alleen mooi aan, ze halen duidelijk het beste in elkaar naar boven. Lees de recensie.
De vioolduo’s op Bartók & Berio: Duos for Two Violins (★★★★☆) zijn vindingrijke meesterwerken, het superieure spel van Maria Milstein en Mathieu van Bellen meer dan waardig. Het violistenechtpaar levert puur luistergenot in Bartóks werkliederen en springdansjes, geïnspireerd op volksmuziek uit allerlei streken. Nog indrukwekkender zijn de geanimeerde dialogen van Berio, waarin elke stembuiging subtiel en geheel natuurlijk is ingekleurd. Lees de recensie.
Op elk album komt het Amsterdamse Mich dichter bij een echt eigen sound. Op Chair (★★★★☆) hoor je nog altijd hun voorliefde voor de treurige wave uit de jaren tachtig, maar de zonnestralen worden nadrukkelijker binnengelaten. Lekker uptempo, bijna vrolijk walsend op mineurakkoorden, zo klinkt Mich op z’n best. Lees de recensie.
Zelf typeerde componist Boulez Livre pour quatuor als ‘sobere kaalheid en uitbundige weelderigheid’. Er zijn beeldschone momenten waarop Quatuor Diotima op Boulez - Livre pour quatuor (★★★★☆) speelt met de rust en balans van een koorddanser. In woeste stukken sleuren ze je mee als een wervelwind – dan klinken de fantasie en furie die Quatuor Diotima een van de flitsendste ensembles van het moment maakt. Lees de recensie.
De teksten van I Am Oak zijn op Time Drifts (★★★★☆) beschouwender van aard en zijn muziek is minder pastoraal gaan klinken dan op zijn vorige albums. De piano is vervangen door synths, en dat pakt eigenlijk uitstekend uit. Zeker in combinatie met de samenzang van Kuijken met Clasine Haringsma levert dat een ander, noem het rijker of in elk geval spannender geluid op. Lees de recensie.
Voordat toetsenist Vijay Iyer en trompettist Wadada Leo Smith Defiant Life (★★★★☆) opnamen, bespraken ze samen uitvoerig de zorgwekkende toestand in de wereld. Het is voor beiden zoeken naar straaltjes licht in soms apocalyptische soundscapes. Vooral als Iyer zijn elektronica inzet, hoor je het op de achtergrond flink donderen, terwijl Smith met lange wanhopige noten een uitweg zoekt. Lees de recensie.
Je moet erg je best doen om in de liedjes op Arcadia (★★★★☆) géén verwijzingen naar de politieke situatie in de VS te horen. De liedjes zijn verfijnd als altijd: Union Station blinkt graag uit in subtiliteit, en liever niet in de overdreven vingeracrobatiek die veel bluegrass teistert. Wat een perfectie. En wat een verheffende countrycomeback. Lees de recensie.
Op Beyond (★★★★☆) speelt de Britse trombonevirtuoos Peter Moore onder andere Stargazer, een zesdelig maar doorlopend geheel waarin Moore – met vlekkeloze articulatie – zijn instrument laat flitsen, fluisteren en zingen. Het ene moment is de solotrombone de man met de telescoop, de ‘Stargazer’, het volgende is hij samen met fonkelende echo’s uit het orkest de sterrenhemel die zich aan je openbaart wanneer je ogen aan het donker beginnen te wennen. Lees de recensie.
Meer muziek? Bekijk hier ons volledige archief van albumrecensies.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant