Er zijn nauwelijks meer veteranen die de Sovjet-overwinning op de nazi’s in 1945 hebben meegemaakt, dus de herdenking in Moskou is een feest van gemengde gevoelens. Bij de officiële parade is daar weinig van te merken. ‘Het hele land steunt de speciale militaire operatie’, bazuint Poetin.
is correspondent Rusland van de Volkskrant. Hij woont sinds 1992 in Moskou.
‘Waar begint het Moederland...’ Uit de speakers voor het Bolsjojtheater schalt een lied dat alle Russen kennen. Sommige van de honderden Moskovieten op het plein zingen luidkeels mee met de zangeres wier stem weerkaatst tegen de gevel van het gebouw. Het koortje dat al een half uur in de luwte van de bloeiende seringen het eigen repertoire afwerkt, last maar even een pauze in. Hun accordeon is hier niet tegen opgewassen.
‘Ik kom hier al sinds 1984,’ zegt koorzanger Aleksandr Tsjoebarov. ‘Er is altijd wel de nodige tegenwerking geweest van de autoriteiten, eind jaren tachtig al. Helaas is er altijd die confrontatie tussen de populaire viering, van onderaf, met de officiële viering. Kennelijk moet er nu, omdat het tachtig jaar na de oorlog is, op elke straathoek van die luide muziek klinken. Dat vind ik jammer.’
De zangers pakken hun boeltje op en proberen het een eindje verder opnieuw, achter een stellage met rode vlaggen die de harde muziek van bij het theater enigszins dempt. Velen hen van hen komen hier al tientallen jaren, op iedere Dag van de Overwinning, waarop Rusland de overwinning op nazi-Duitsland herdenkt.
Tsjoebarovs vader was de oprichter van het koor, dat opereert onder de naam ‘Poisk’, ‘Zoektocht’. Die naam verwijst naar het oorspronkelijke idee voor de groep: het opsporen van oude, vergeten liedjes die aan het front werden gezongen.
Soms zijn het scabreuze variaties op Russische volksliedjes, waarin de Duitsers naar de hel worden gewenst. In het verleden moesten die teksten soms gekuist worden van de autoriteiten. ‘Zoals toen Gorbatsjov met zijn anti-alcoholcampagne kwam’, lacht Tsjoebarov. ‘Om over namen in de liedjes nog maar te zwijgen, zoals die van Stalin.’
Het plein voor het Bolsjojtheater is een van de plekken in Moskou waar op deze dag traditioneel veel oorlogsveteranen kwamen. Anderen gingen naar het Gorkipark, of naar het stadsdeel Sokolniki. Maar er zijn vrijwel geen Tweede Wereldoorlog-veteranen meer. De oudere mannen in militair tenue die hier nu rondlopen, hebben hun medailles na de oorlog verdiend.
‘Alles zat hier vol met veteranen. Die zijn er niet meer, wij zijn overgebleven’, zegt de 71-jarige Sergej Tsjaboerov. Hij zit op een van de bankjes op het plein en houdt drie foto’s van overleden veteranen omhoog. Chamzja Aljaoetdinov, de vader van zijn vrouw, overleed in 1986, zijn eigen vader Vladimir Tsjaboerov in 1989. De derde verbleekte foto toont de gesneuvelde opa van zijn vrouw, Andrej Kalasjnikov. ‘Ik kom hier elk jaar, weer of geen weer. Dit is voor mij een heilige feestdag, al vanaf mijn kindertijd’, zegt Tsjaboerov.
Eerder liep hij geregeld mee in de optochten van het Onsterfelijke Regiment, ooit een initiatief van een televisiezender in Tomsk dat door de Russische overheid is gekaapt. Daarbij liepen tienduizenden mensen door de straten van Moskou en andere steden met de portretten van oorlogsveteranen uit de eigen familie. Dit jaar is er geen optocht, maar zijn al die portretten te zien op elektronische reclameborden in de metro. ‘Deze foto’s ook,’ zegt Tsjaboerov. ‘Mijn zwager heeft ze ingestuurd.’
In de metro is het rustiger dan anders. Veel Moskovieten hebben de vrije dag aangegrepen om er een lang weekend van te maken op hun datsja. En er valt nog iets op. Al voordat de militaire parade begint om tien uur ‘s ochtend lokale tijd, zijn vanwege de veiligheidsmaatregelen zowel het mobiele internet als wifinetwerken platgelegd, wat meteen veel overlast veroorzaakt. Elektronisch betalen gaat niet meer in de winkel. Het ongemak duurt tot ruim nadat de laatste militairen het Rode Plein hebben verlaten. In de metro zitten veel passagiers – zonder telefoon – wat onwennig voor zich uit te staren.
De parade zelf biedt weinig verrassingen. In zijn korte toespraak verwijst Vladimir Poetin naar de strijd in Oekraïne, zonder het buurland met name te noemen. ‘Wij hebben de waarheid en rechtvaardigheid aan onze kant’, klinkt het fel. ‘Het hele land, de samenleving en het volk steunen de deelnemers aan de speciale militaire operatie.’
Door de deelname van veel buitenlandse troepen wordt er langer gemarcheerd dan gebruikelijk. Het deel met het militair materieel is relatief kort. Voor het eerst worden drones getoond, die worden ingezet tegen Oekraïne. En de vliegshow is, mogelijk om veiligheidsredenen, beperkt tot enkele gevechtsvliegtuigen die traditioneel een rookspoor achterlaten in de kleuren van de Russische vlag.
Bij het Bolsjojtheater, niet ver van het Rode Plein, lijkt de oorlog in Oekraïne ver weg. Een man draagt een gedicht voor van Aleksandr Poesjkin, ‘met het oog op de huidige situatie’, over de oorlog tegen Napoleon. ‘Oorspronkelijk is dit niet zomaar een plek waar mensen samenkomen’, zegt Aleksandr Tsjoevarov. Dit is de plek waar veteranen kwamen om hun strijdmakkers te zoeken. Ik ben zelf getuige geweest van dat soort ontmoetingen in de jaren tachtig. En als je ziet dat die borden steeds schaarser worden, dat de veteranen verdwijnen, dan is dit natuurlijk wel een feest met tranen in de ogen.’
Tsjoebarov ziet dat het karakter van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog verandert. ‘Ik zou niet willen spreken van een romantisering van de oorlog onder jongeren. Wij speelden als kind ook soldaatje. Maar wij deden dat toch zonder hoerageroep. Het besef wat oorlog echt is, is verdwenen.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant