Home

Opinie: ‘Volledige transparantie!’, eiste de niet-transparante overheid van de demonstranten

Het door het kabinet voorgestelde verbod op gezichtsbedekking bij demonstraties, verraadt het gebruik van camerabeelden, gezichtsherkenningstechnologie en registers. Maar hoe de overheid dergelijke technologie inzet, verhult ze zelf bewust.

Vorige maand maakte het kabinet bekend te werken aan een verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties. Het zou ‘te vaak’ gebeuren dat personen bewust het gezicht bedekken om een demonstratie te misbruiken voor relschoppen.

Ook moeten demonstranten die strafbare feiten plegen kunnen volgens dit plan worden aangepakt, om hen ‘op te kunnen sporen en te kunnen vervolgen’. Daartoe zou de Wet openbare manifestaties, op grond waarvan de burgemeester voorwaarden aan demonstraties kan stellen, moeten worden gewijzigd.

Over de auteur

Willem Jebbink is advocaat in Amsterdam.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Een verbod op vermomming tijdens demonstraties werd vorig jaar door hoogleraar algemene rechtswetenschap Jan Brouwer al symboolpolitiek genoemd. Burgemeesters hebben met de Wet openbare manifestaties al volop de mogelijkheid om een verbod op gezichtsherkenning op te leggen. Dat gebeurt in de praktijk ook regelmatig. Die wet functioneert al decennialang goed omdat deze ruimte laat iedere demonstratie op eigen bijzonderheden te beoordelen en dus maatwerk te leveren.

Volgens het voorstel kan de burgemeester een opheffing verlenen van het in te voeren verbod. Zo zou er ruimte blijven om anoniem te demonstreren tegen het regime van landen met een ‘lange arm’, zoals China en Iran.

Schending mensenrechten

Maar een basaal verbod zal leiden tot verstarring. Dat is problematisch, omdat de betogingsvrijheid als grondrecht, als individuele burgervrijheid, wordt beschermd door onze Grondwet en internationale mensenrechtenverdragen. Die status betekent dat de overheid hier maximale ruimte moet geven aan ons burgers, ofwel tolerantie moet betrachten. Ingrijpen in demonstraties mag alleen als dat strikt noodzakelijk is.

Onderdeel van deze bescherming is dat het burgers vrij staat te demonstreren op een wijze die ze zelf kiezen. Zo zullen burgers die vinden dat wij momenteel door clowns worden geregeerd, en die dat als groep symbolisch uiten, door de rechter geen strobreed in de weg worden gelegd. Wie tijdens een pro-Palestina-demonstratie het gezicht met een kaf­fi­ya bedekt, en de rechter uitlegt dat een van de traditionele draagwijzen gezichtsbedekkend is, mag niet worden beperkt in de uitingsvrijheid.

Het grootste struikelblok zit hem in de visie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat ook ingrijpen in ‘unlawful’ demonstratiegedrag op noodzaak moet worden beoordeeld. Het bestraffen van vreedzame demonstranten wegens het dragen van gezichtsbedekking, zal daarom door de rechter als een schending van de mensenrechten worden beoordeeld – áls er al rechtszaken van komen. Het ‘gewone’ verbod op gezichtsbedekking (‘het boerkaverbod’) uit 2019, bleek ook symboolwetgeving pur sang. Dat wordt niet gehandhaafd.

Vermomde ME’ers

Als we inzoomen op de redenen waarom de wet er volgens het kabinet toch moet komen, rijzen serieuze vragen. Volgens het gezonde boerenverstand is de redenering dat een verbod op gezichtsbedekking zou bijdragen aan de pakkans van relschoppers opmerkelijk. Die kunnen immers sowieso worden gearresteerd, vermomd of niet. De voorgestelde wet verraadt dus een aanpak waarin camerabeelden, gezichtsherkenningstechnologie en het aanleggen van registers tot bestraffende maatregelen leidt.

Of de Nederlandse overheid dergelijke technologie inzet, en in welke mate, is geheel in nevelen gehuld. Ook legt de politie op grond van mysterieuze informatie intimiderende huisbezoeken af aan individuele demonstranten. Verder zet de politie vreedzame demonstranten met het grootste gemak op de CTER-lijst (Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering), en deelt deze informatie vervolgens met buitenlandse overheden. Deze werkwijze van onze overheid is – alweer – een black box (dixit de Nationale Ombudsman).

Gebrek aan overheidstransparantie doet zich rondom demonstraties ook voor bij politiegeweld tegen demonstranten. De betogende burger die daardoor (ernstig) gewond raakt en aangifte wil doen, loopt tegen een muur van onwil op, zo legde BNNVara recent bloot. Zorgelijker is dat de overheid bewust verhindert dat leden van de Mobiele Eenheid individueel identificeerbaar zijn, zodat een aangifte of klacht bij voorbaat zal mislukken.

Deze vermomming verhindert de nodige controle op de politie en is zelfs in strijd met de mensenrechten. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moet een onderzoek naar wangedrag van de politie kunnen leiden tot identificatie van de verantwoordelijken. De overheid lapt deze regel al decennialang aan haar laars, ten koste van vreedzame demonstranten.

Het is cynisch dat een niet-transparante overheid het tegendeel van demonstranten verlangt. Om gestalte te geven aan een individueel burgerrecht zoals de betogingsvrijheid, dient de overheid ons burgers juist volop te beschermen en alert te zijn op beperkende maatregelen. Over misbruik gesproken.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next