Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Even twee dingen over zeekomkommers. Ten eerste de naam ‘zeekomkommer’. Vind ik een oneerbiedige en luie naam voor een dier – want dat is het; het is een dier dat leeft en beweegt. De Denen hebben het nog bonter gemaakt. Daar heet een zeekomkommer een søpølser, dat je vertaalt als ‘waterworst’. Stel je voor dat je een zeekomkommer bent, gewoon je ding doet op de bodem van de zee en dan boven het wateroppervlak iemand naar je ziet wijzen en hoort zeggen: ‘Kijk, een waterworst.’ Hóé noemde je me?!
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het tweede over zeekomkommers is dat ze als ze aangevallen worden, zo las ik, ‘al hun organen door de anus naar buiten gooien in een grote, kleverige brij die voor sommige dieren giftig is’. Een vrij dramatisch verdedigingsmechanisme, maar ook jaloersmakend. Stel je voor dat je bij een verkeersruzie van je fiets afstapt, wijdbeens gaat staan en je darmen vol in het gezicht knalt van degene die je afsneed.
Ik kom ze hier in Kroatië veelvuldig tegen, zeekomkommers. Het water van de Adriatische Zee is zo helder dat je, zelfs als je meters diep bent, nog goed kunt zien wat er allemaal op de bodem gebeurt. Veel kiezels, keien en rotsen, hier en daar een zee-egel, maar vooral heel veel zeekomkommers. Ze liggen daar te liggen, te wachten tot iemand zo onverstandig is ruzie met ze te zoeken. Ik wilde graag dichterbij de zeekomkommers komen en kocht bij de lokale Intersport een duikbril.
Die avond, na het eten, pakte ik hem uit en deed ik hem op. Het brilletje knelde, ik was even vergeten wat voor enorme harses ik heb. Het bandje wat groter maken hielp, maar toen diende zich een ander probleem aan. De brillenglazen – of hoe heet dat bij een duikbril – verdwenen volledig in mijn oogkassen. Want blijkbaar heb ik naast een enorme harses ook enorme oogkassen. Ze gaan heel diep. Het zijn daarom ook niet echt kassen meer, maar grotten. Alles van normaal formaat verdwijnt erin, zoals een zwembril. De glazen vallen niet op mijn oogkassen, zoals het hoort, maar over mijn oogbollen. Daardoor zag ik uit als een watermeloen met een zonnebankbrilletje.
‘Je hebt gewoon heel erg diepliggende ogen’, probeerde mijn vrouw me nog te troosten tussen het lachen door. Noem het maar gewoon. Als ik nu zou gaan zwemmen en in de buurt van een zeekomkommer zou komen, zou hij denken: wtf, mij ogenblikkelijk de anus toekeren en vol overgave zijn hele hebben en houden over me uitschijten. Dat is mij en de zeekomkommer gelukkig bespaard gebleven, omdat ik al na een paar dagen de duikbril kwijtraakte. Ik vermoed dat ik hem ergens heb laten liggen. Waarschijnlijk in een van mijn oogkassen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant