Home

Ooit waren Shell, BP en Exxon durfals, nu halen ze hun neus op voor witte waterstof

is natuurkundige, oud-politicus en columnist van de Volkskrant.

In 1987 stak een nietsvermoedende werknemer van waterbedrijf Hydroma in het dorpje Bourakébougou in de binnenlanden van Mali even een sigaretje op tijdens het boren van een nieuwe waterput. Een explosie volgde. Verbouwereerd deden de ingenieurs van Hydroma onderzoek en ontdekten dat er in plaats van water vrijwel zuivere waterstof uit de waterput omhoog kwam. Tot op de dag van vandaag voorziet de unieke bron de 1.500 inwoners van het dorp van energie.

Waterstof is de heilige graal van de energietransitie. Het heeft een hogere energie-inhoud dan olie en gas en veroorzaakt bij verbranding geen CO2-uitstoot of andere vervuiling zoals zwavel- en stikstofoxiden. Het verbrandingsproduct van waterstof is water. En verder niks.

Als we het in grote hoeveelheden zouden hebben, zou het ingezet kunnen worden om staal te maken zonder de viezigheid, en vooral het klimaateffect, van de traditionele hoogovens gestookt op kolen. Het zou de hoge temperaturen kunnen leveren die nodig zijn bij het maken van glas, cement en talloze andere producten. Je zou er vliegtuigen, schepen of zware vrachtwagens mee kunnen laten vliegen, varen en rijden.

Maar waar halen we al die waterstof vandaan? Het komt – afgezien van die ene bron in Bourakébougou – niet uit de grond, zoals dat bij olie en gas wel het geval is. Fossiele brandstoffen zijn honderden miljoenen jaren geleden gevormd en in de diepe ondergrond bewaard gebleven. Waterstofmoleculen zijn echter zo licht en piepklein dat ze, als ze al ergens in de bodem gevormd kunnen worden (en dat kan: bijvoorbeeld als water met ijzerhoudend warm gesteente in aanraking komt), dan meestal al lang hun weg naar boven door de aardkorst gevonden hebben en in de atmosfeer vervlogen zijn.

Er bestaan dus helaas geen grote ‘waterstofreservoirs’, zo was lang de heersende opvatting. Wie waterstof wil gebruiken moet dat eerst uit aardgas maken, met bijbehorende CO2-uitstoot, of water met elektriciteit splitsen in waterstof en zuurstof. Dat laatste is wel schoon, mits de gebruikte elektriciteit duurzaam is, en de ontwikkelingen zijn beloftevol. Maar het blijft omslachtig en prijzig. En dus bleef men zoeken. Want er was toch die bron in Bourakébougou? Dan moeten er meer zijn.

Nieuw onderzoek naar de mechanismen achter ondergrondse waterstofproductie, en vooral naar de samenstelling van delen van de aardkorst, leverde nieuwe inzichten. Als er aardlagen zijn waar waterstof niet doorheen kan en daaronder wordt waterstof gevormd, dan blijft het wél zitten. Net als gewoon aardgas. Witte waterstof wordt deze energiebron genoemd.

Geologen van de gerenommeerde U.S. Geological Survey maakten een ruwe schatting en concludeerden dat meer dan 5 biljard (!) kilogram aan waterstof in de aardbodem opgeslagen zou kunnen zitten. Genoeg om de mensheid tienduizend jaar van energie te kunnen voorzien. Het was even wereldnieuws. Sceptici schudden echter het hoofd. Theoretische hoeveelheden klinken al snel spectaculair. Maar vind die waterstof maar eens in de praktijk. De woorden speld en hooiberg klonken veelvuldig.

Maar er zijn altijd durfals die het toch proberen. Kleine bedrijfjes en nieuwsgierige wetenschappers gingen op zoek. Met resultaat. Deze week meldde HyTerra in Kansas de vondst van 96 procent zuiver waterstofgas in een van zijn boorputten. Wetenschappers troffen in de Franse streek Lorraine een flink reservoir waterstof in de ondergrond. Het blijft echter bij enkele vondsten. Dat bewijst nog zeker niet het ongelijk van de sceptici. Daarvoor is veel meer nodig. Grote spelers die hun gewicht achter de zoektocht zetten bijvoorbeeld.

Waar zijn Shell, BP en Exxon? Ooit trokken zij eropuit om in de meest onherbergzame gebieden naar het zwarte goud te zoeken. De informatie waar ze zich op moesten baseren bij die zoektocht was spaarzamer dan wat we nu over witte waterstof weten. De kans op succes was kleiner.

Als de oliemultinationals hun enorme geologische dataset, hun supercomputers en hun boortechnieken zouden loslaten op de zoektocht naar witte waterstof, zouden zij het verschil kunnen maken. Ze halen er echter hun neus voor op. Wind en zon konden ze al niet aan, zo blijkt uit de smadelijke terugtrekking uit die sectoren. En nu laten ze ook het witte goud liggen. Ze richten zich louter nog op het vinden van het allerlaatste vat olie. Ik ben opgehouden boos op ze te zijn. Ik ben louter nog diep teleurgesteld.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next