Home

De porseleinfabriek van Sèvres is als een tijdmachine: ‘Hier wordt magie bedreven’

In de porseleinfabriek van Sèvres wordt het presidentieel serviesgoed nog altijd met de hand gemaakt. Om die eeuwenoude kunstambachten te beschermen, is een nieuwe Franse overheidsinstelling in het leven geroepen. Want Frankrijk wil meer zijn dan ‘Chanel en Louis Vuitton’.

is correspondent Frankrijk van de Volkskrant. Ze doet verslag vanuit Sèvres.

Frankrijk is de ongekroonde koning van het conserveren. Alles wat je om je heen ziet, hoort of ruikt kan er patrimoine zijn: erfgoed, van de dorpskerk tot een daghap of het lokale dialect. En wat erfgoed heet, wordt in Frankrijk beschermd en gevierd.

Zo kan het dat een kolossale 19de-eeuwse stenen oven in Sèvres, even buiten Parijs, elke paar jaar opnieuw wordt aangestoken om met precies dezelfde technieken als destijds een porseleinen kunstwerk af te bakken. Dat proces is inmiddels zo zeldzaam dat het resultaat altijd spannend en onzeker is. ‘De crux is dat zo die savoir-faire, het vakmanschap van destijds, bewaard blijft’, legt handelsattaché Gabin Combus uit, die met communicatiecollega Eline Thirion-Berg een rondleiding geeft door de fabriek.

Bewaard voor wat of wie, zou je je kunnen afvragen. Maar dat is nogal een on-Franse gedachte. Nergens anders ter wereld wordt nog op deze manier porselein geproduceerd, en dat is ook helemaal niet de bedoeling. Het gaat hier om conserveren, omdat het nou eenmaal bijzonder vakmanschap betreft.

Monumentale ateliers

Alles wat in de porseleinfabriek van Sèvres wordt gemaakt, is grotendeels handgemaakt, zegt Combes. Niet alles wordt afgebakken in de 19de-eeuwse oven, maar voor een groot deel van de productie wordt nog steeds met technieken uit die tijd gewerkt. De ateliers zijn op zichzelf een monument; halverwege de 18de eeuw opgetrokken uit steen en metaal, op verzoek van Madame de Pompadour, de invloedrijke maîtresse van koning Lodewijk XV.

Parijs had toen een inhaalslag te maken. Porselein, dat eerst alleen in China en Japan gemaakt kon worden, werd populair onder Europese vorsten als prestigieus product, destijds ‘het witte goud’ genoemd. Maar Duitsland en Italië waren veel beter in het vervaardigen ervan. Uiteindelijk wist Sèvres met porselein wereldfaam te vergaren, en dat heeft het nog steeds. Hier wordt een van de grootste collecties keramiek ter wereld bewaard en is de kleur Sèvres-blauw, gemaakt met kobalt, ontwikkeld.

Nog steeds wordt het complete serviesgoed voor het Elysée in deze fabriek gemaakt, en ook de Franse premier eet van borden die hier met de hand zijn gemaakt. Bij elke ambassade van Frankrijk in het buitenland hoort een eigen servies. Combes: ‘Breekt er iets, dan gaat het terug naar Sèvres, waar de gouden details worden hergebruikt voor een nieuw gemaakt stuk porselein.’

De eeuwenoude kunstambachten – waarvan er in Sèvres dertig worden beoefend – staan onder druk. De productie is kostbaar en tijdrovend, in alles een tegenhanger van onze tijd van digitalisering, overconsumptie en wegwerpproducten. Om te voorkomen dat die beroepen uitsterven, werd onlangs een nieuwe Franse overheidsinstelling in het leven geroepen.

Staatsmeubilair

‘Ons doel is dat er in Frankrijk meer is dan alleen Chanel en LVMH’, verkondigde Hervé Lemoine, die de nieuwe instelling moet gaan leiden. Door de handen ineen te slaan tussen de porseleinfabriek in Sèvres en het Mobilier National, dat staatsmeubilair, tapijten en kant produceert, moeten de kunstambachten veilig worden gesteld voor de toekomst. Er komt ruim vier miljoen euro extra budget bij (daarmee komt het totaal uit op 51 miljoen), dat onder meer bestemd is voor onderwijs in de oude ambachten.

Wat die zeldzame beroepen ook vandaag de dag nog waardevol maakt, werd mooi zichtbaar bij de restauratie van de Notre-Dame, die in december vorig jaar na een megalomaan werderopbouwproject de deuren heropende – als nieuw, maar gerestaureerd volgens middeleeuwse technieken. Zo werd het houtsnijwerk met afgeronde bijlen gedaan, naar middeleeuws ontwerp. Bijna vergeten ambachten als de vitrailliste, de glas-in-loodkunstenaar, stonden plots weer in de schijnwerpers.

Behalve het staatsservies maken de honderdtwintig kunstenaars in Sèvres ook moderne kunstwerken, die aan particulieren worden verkocht. De van oorsprong koninklijke serviesfabriek wist de tand des tijds te doorstaan door zich altijd aan te passen aan de tijdsgeest. Daar zit ook een donkere kant aan, zegt Combes. ‘Uit zelfbehoud werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht voor de bezetter geproduceerd. De geschiedenis zie je terug in de productie: er is servies gemaakt met hakenkruisen.’

Bord van de keizer

Dat wordt nu niet meer gemaakt, maar de liefhebber kan hier wél het servies van keizer Napoleon nabestellen. Zelfs de mallen van toen zijn hier bewaard gebleven. In het atelier van Christel Potaufeu wordt net de laatste hand gelegd aan een dinerbord in de stijl van de keizer.

Al 36 jaar lang werkt ze hier als brunisseuse; met gereedschap gemaakt van verschillende steensoorten perst ze 24-karaats goud op zo’n manier samen dat het van mat naar glanzend verandert. ‘Hier wordt magie bedreven’, toont ze de gouden versiering op het porselein. Mat en glanzend goud wisselen elkaar af, waardoor in de fijne tekeningen reliëf ontstaat. ‘Goud met effect vind je alleen in Sèvres.’

Wie dit besteld heeft, kunnen ze niet zeggen, maar de klanten van de porseleinfabriek zijn zeer gecultiveerd, vermogend, of – meestal – beide, stelt handelsattaché Combes. ‘De prijs van een bord in de stijl van Napoleon ligt rond de 17- à 18 duizend euro’, zegt hij. Met een knipoog: ‘Dat is inderdaad iets heel anders dan de keramiek van Hermès.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next