Midden in een handbalwestrijd staat Kaj Geenen vaak meerdere keren op zijn handen. De gymnastische intermezzo’s zien er spectaculair uit, maar dat is niet waarom hij het doet. ‘Op deze manier heb ik meer mogelijkheden om te scoren.’
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Handballer Kaj Geenen wil het na enig aandringen best toegeven: het ziet er spectaculair uit wat hij doet. Het valt meteen op, hij krijgt er veel reacties op en ja, hij vindt het zelf ook cool. ‘Maar dat is een extraatje, ik doe dit echt omdat het voor mij het beste werkt.’
Bij handbal gaat het spel zo snel heen en weer dat het vaak amper te volgen is, maar de gymnastische intermezzo’s van Geenen (22) zijn moeilijk te missen. Als de hoekspeler op doel schiet, verandert het veld onder zijn voeten vaak voor even in een turnvloer. Zijn oefening eindigt hij met een handstand, waarmee hij zichzelf weer terug het spel in lanceert.
‘Ik denk er zelf eigenlijk niet meer over na’, zegt de Limburger. ‘Het is een automatisme geworden. Schieten, landen en meteen door in die handstand. Daarmee duw ik mezelf omhoog, weer op mijn benen en snel terug.’
De international speelt deze week met Nederland twee cruciale interlands. De wedstrijden tegen Oekraïne (donderdag) en Kosovo (zondag) bepalen of het team zich plaatst voor het EK. Als Geenen daarin veel op zijn handen staat, is dat voor hem een goed teken, want dan heeft hij veel gespeeld en vaak op doel geschoten.
Zijn handstand doet een klein beetje denken aan de voetballer Hugo Sánchez, die decennia geleden zijn goals voor Real Madrid en Mexico vierde met een salto. Maar voor de Limburger is het geen bijzondere manier van juichen, de acrobatiek maakt deel uit van de actie. Hij doet het ook als hij niet heeft gescoord, het is niet voor de sier, maar functioneel.
‘Dit is voor mij de snelste manier om weer terug in het spel te komen’, legt hij uit. Juist omdat het bij handbal zo snel heen en weer gaat, is het belangrijk om zo snel mogelijk weer op de been te zijn om te kunnen helpen in de verdediging. En er is nog een pluspunt. ‘Op deze manier heb ik meer mogelijkheden om te scoren.’
Het heeft te maken met de bijzondere positie van hoekspelers, aan de randen van het veld. Van daaruit is het lastiger om te scoren, maar daar staat iets tegenover: als hoekspelers eenmaal een stap hebben genomen, moeten verdedigers aan de kant. Zo komen ze meer dan de andere spelers een-tegen-een te staan tegenover de keeper.
De kunst is dan om de hoek van waaruit ze moeten schieten zo groot mogelijk te maken. Hoe langer het ‘zweefmoment’, hoe beter dat lukt en hoe meer opties ze hebben om de keeper te misleiden. ‘Ik kan bijna wachten met schieten tot ik op de grond lig’, zegt Geenen met enige trots over zijn kat-en-muisspel met de doelman.
De Nederlander is natuurlijk niet de enige hoekspeler die dat probeert, ook anderen wachten zo lang mogelijk. Ook zij landen daarom vaak niet op hun voeten, veel spelers rollen door, sommigen doen daarna een koprol. Anderen schuiven als een pinguïn met hun buik over de vloer.
‘Dat doe ik soms’, zegt Bobby Schagen, de aanvoerder van het Nederlands team, die in de rechterhoek staat. ‘Maar meestal stort ik gewoon ter aarde.’
Daarna moeten ze weer opkrabbelen. Geenen is bijna uniek in zijn keuze voor een handstand. Waarom is dat nou nodig? ‘Ik ben wat langer dan de meeste hoekspelers’, zegt hij. ‘Veel hoeken kunnen zich makkelijker compacter maken, het lukt ze vaak om vanuit het doorrollen heel snel weer op te staan. Ik vind dat lastiger.’
De handballer heeft één handstandvoorbeeld en niet de minste ook. Ook de Deense wereldkampioen Emil Jakobsen veert op deze manier vaak weer op, al gooit hij zijn benen wat minder hoog de lucht in. ‘Hij is ook relatief lang en ik zag hem dat doen. Toen ben ik een beetje gaan uitzoeken of het bij mij ook zou werken.’
Eerst deed hij het alleen op trainingen. In wedstrijden durfde hij het lang niet, ook omdat hij zich wilde concentreren op het belangrijkste: doelpunten maken. Maar langzaamaan werd het een gewoonte en sinds hij in Duitsland speelt, is het vaste prik. De afgelopen twee jaar speelde hij bij VfL Lübeck-Schwartau op het tweede Duitse niveau. Vanaf volgend seizoen mag hij het proberen in de sterkste competitie ter wereld, want onlangs tekende hij een contract bij HSV in de Bundesliga.
De ene actie lukt natuurlijk wat beter dan de andere, en niet iedere handstand is altijd even recht, maar het is nog nooit echt misgegaan. Handbal is een blessuregevoelige sport, maar Geenen is ervan overtuigd dat dit minder kans op letsel geeft. Door zijn manier van landen breekt hij zijn val, zo spaart hij juist de kwetsbare knieën en enkels.
‘En dat extra sprongetje heb ik helemaal zelf in de hand. Dat zie ik niet zo snel fout gaan, dat heb ik nu al zo vaak gedaan.’
Een beetje oppassen voor andere spelers moet hij wel. Hoekspelers hebben wel wat ruimte omdat ze bij het schieten de cirkel in springen en daarin staat meestal alleen de keeper. Maar een enkele keer nadert hij een andere speler en moet hij zich inhouden. Het risico dat hij met zijn benen de onderkin van een tegenstander raakt, wil hij niet lopen.
‘Dat voel ik wel aan’, relativeert hij. ‘Ik merk het als er iemand achter me zit. Dan rem ik af en sta ik gewoon op.’ Want dat kan hij natuurlijk ook nog steeds, gewoon opstaan. ‘Maar dit is nu mijn stijl en vooral een extra handigheid. Het is voor mij minder vermoeiend en zeker als ik heel veel schiet, is dat echt lekker meegenomen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant