Home

Als haar opa er niet was geweest, had ik ook niet bestaan

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

Als opmaat naar de herdenkingsdagen hebben veel Nederlanders uitgezocht hoe hun voorouders zich in de bezettingsjaren hebben gedragen. Een stoet van foute opa’s, oma’s en andere foute familieleden trok voorbij, maar gelukkig doken hier en daar ook verzetshelden op uit de grijze mist van het verleden.

Zelfs minister-president Dick Schoof bleek een opa te hebben die door de Duitsers was gefusilleerd. Een les wilde hij daar niet uit trekken, begrijpelijk, want tegelijkertijd leidt hij een kabinet dat zo hardvochtig is om kinderen van asielzoekers een reisje naar de Efteling te misgunnen. De schimmige figuur achter dat kleingeestige beleid is Geert Wilders, die ervoor pleitte de bus met de asielkinderen niet naar de Efteling te laten rijden, maar direct de grens over. Zo langzamerhand vraag ik mij af of we Geert Wilders zelf niet het land uit moeten zetten. Hij heeft Indische voorouders, dus misschien moeten wij hem per parachute boven Java droppen, voor mijn part met picknickmandje.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Dit jaar kregen mijn geliefde en ik de uitnodiging om 5 mei te vieren in Wijdenes, een plaats in Noord-Holland, direct gelegen aan de dijk van het IJsselmeer. Mijn vader heeft daar een paar jaar ondergedoken gezeten op de boerderij van Arie Schaap en Geertje Ruiter. Hij zat daar met twee andere Joden: de legendarische Sal Tas en Louis Kukenheim, eveneens een kleurrijk man. Na de oorlog promoveerde Kukenheim op de accent aigu in de Franse taal en toen hij geen cum laude kreeg, schreef hij nog een boek over de accent grave.

Later, bij een gezamenlijk bezoek aan een rood paleis in Parijs, werd Louis – aldus mijn vader – verliefd op een meisje dat een boek zat te lezen. ‘Een stripverhaal?’, vroeg Kukenheim. ‘Non monsieur, Georges Duhamel.’ Dat is een Franse Frederik van Eeden. Weer later werd Kukenheim rector magnificus in Leiden. Mijn vader heeft door hem goed Frans leren spreken.

In het buurthuis De Wiekslag te Wijdenes werden wij als een soort eregasten ontvangen. Zeker honderd dorpsbewoners zaten daar feestelijk achter koffie en gebak. Er was een diapresentatie over de verzetsgroep Sally, waarvan Arie Schaap een van leiders was. Met andere verzetsstrijders zorgde hij ervoor dat de nachtelijke wapendroppings van geallieerde vliegtuigen niet in vreemde handen kwamen. Daarbij vonden vuurgevechten plaats, en eenmaal moest een NSB’er worden geliquideerd, die de boel dreigde te verraden.

Als kind was ik een keer aanwezig op een verjaardag van boer Schaap. Ik herinner me dat we naar de plek op de dijk zijn gelopen waar ze de NSB’er hadden begraven. Zeventig jaar later zag ik een foto, waarop nabestaanden van de NSB’er vanaf diezelfde plek uitkijken over het IJsselmeer.

Na de koffie en gebak wandelden naar het monument dat is opgericht voor de voormalige boerderij van waaruit Sally opereerde. Toen we daar aankwamen, begon het fanfareorkest Ons Genoegen te spelen. Wij gingen zitten en luisterden naar een mooie toespraak over vrijheid en wat dat betekent voor nu. Daarna blies het orkest het Wilhelmus. Ik bleef zitten, omdat mijn vader ook altijd bleef zitten bij het Wilhelmus, maar ik nam wel mijn hoed af.

Na afloop van de ceremonie kwam een mij onbekende vrouw naar mij toe, ongeveer van mijn leeftijd. Zij stelde zich voor als Gerie Schaap, haar grootvader was Arie Schaap. Ik omhelsde haar, want ik begreep onmiddellijk dat als haar opa er niet was geweest, ik ook niet had bestaan. Ze stelde ook haar dochter Esther aan ons voor.

‘Zo’, zei ze toen, ‘jij bent dus de zoon van Jaap.’

‘Hoezo? Ik ken geen Jaap’.

‘Ach, natuurlijk. Jaap, zo heette je vader hier in de oorlog.’

Dat wist ik niet, dat heeft hij mij nooit verteld. Nog diezelfde avond stuurde Gerie mij het artikel over zijn onderduiktijd, dat hij had geschreven voor Het Parool. Samen met mijn moeder, die in Noord-Holland actief was als koerierster, zijn zij direct na de bevrijding bij die krant terechtgekomen – mijn vader als journalist, mijn moeder als stenotypiste. Logisch dat ik zijn stuk in de archieven niet was tegengekomen, want hij had het uitsluitend ondertekend met: ‘Jaap’.

Ik was dus de zoon van Jaap. De naam komt van Jacob(us), wat de betekenis heeft van: ‘hij zal beschermen’. Het was Jaap die zijn broer Esau bij hun geboorte bij de hiel greep. Jaap Schaap, Jaap Pam, of alleen maar Jaap. Ik vind Jaap een prachtnaam, maar ik ben natuurlijk niet objectief.

In het stuk schrijft Jaap onder meer dat Arie en Geertje Schaap ook na de oorlog nog sliepen in de pyjama’s van parachutestof die met de wapendroppings naar beneden waren gekomen. En dan dromen zij weleens over ‘die bange tijd, waarin een kleine man een held kon zijn’.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next