De burger heeft geen inzicht in alle woningtransacties om de WOZ-waarde van een woning te bepalen, tenzij hij bereid is om per adres te betalen. Dat is vreemd, stelt Theo-Jan Renkema, want die waarde heeft directe financiële gevolgen.
De afgelopen periode viel bij miljoenen Nederlanders de jaarlijkse WOZ-beschikking op de mat. Voor de ene woningeigenaar een formaliteit, voor de ander een schok: hoe kan het dat de waarde van mijn huis ineens zoveel is gestegen? Of: waarom ligt mijn WOZ-waarde zoveel hoger dan die van de buren? De overheid baseert deze inschatting grotendeels op recente verkoopprijzen in de buurt. Maar daar zit precies het probleem: die prijzen zijn voor burgers niet vrij toegankelijk.
De overheid heeft via het Kadaster toegang tot alle woningtransacties en kan daardoor een goed onderbouwde WOZ-waarde bepalen. De burger daarentegen heeft geen inzicht in deze data, tenzij hij bereid is om per adres te betalen. Dit is een klassiek voorbeeld van wat in de economie bekend staat als ‘informatie-asymmetrie’: de ene partij (de overheid) beschikt over essentiële gegevens, terwijl de andere partij (de burger) in het duister tast.
Wie zijn WOZ-waarde wil controleren of wil inschatten of een bezwaar kans maakt, moet of op goed geluk procederen of zelf losse verkoopprijzen opvragen tegen betaling. Dat is vreemd, want de WOZ-waarde beïnvloedt niet alleen de gemeentelijke onroerendezaakbelasting (OZB), maar ook de inkomstenbelasting via het eigenwoningforfait en de erf- en schenkbelasting. De WOZ-waarde heeft dus directe financiële consequenties, maar de burger krijgt niet dezelfde informatiepositie als de overheid.
Over de auteur
Theo-Jan Renkema is praktijkhoogleraar Data Analyse bij het departement Accounting van Tilburg University.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Een stap in de goede richting is was de introductie van het het WOZ-waardeloket in 2016, waarin burgers gratis de WOZ-taxaties van alle woningen in Nederland kunnen inzien. Dit verhoogt de transparantie en maakt het eenvoudiger om te vergelijken met woningen in de buurt. Maar het loket biedt slechts de schattingen van de overheid – niet de onderliggende verkoopprijzen waarop deze zijn gebaseerd. Daarmee blijft de kern van het probleem bestaan: de woningeigenaar ziet niet de brondata waarmee die waarde tot stand is gekomen.
Tot voor kort speelden zogeheten no cure, no pay-bureaus hier slim op in. Zij dienden namens huiseigenaren bezwaar in tegen een te hoge WOZ-waarde en verdienden geld doordat gemeenten hen een proceskostenvergoeding moesten betalen bij een succesvolle bezwaarprocedure. Deze bureaus werden bekritiseerd omdat ze WOZ-bezwaren industrialiseerden tot een verdienmodel, maar wat onderbelicht blijft is dat ze tegelijk een gat vulden in het systeem. Ze maakten het eenvoudiger voor burgers om de asymmetrische informatie te bestrijden.
De overheid heeft nu een einde aan de industrialisatie van de WOZ-bezwaren gemaakt. De procesvergoeding die gemeenten moeten betalen aan dergelijke bureaus is bij wet flink verlaagd. Dit betekent dat veel bureaus hun verdienmodel kwijt zijn en minder bezwaren zullen indienen. Het gevolg? Voor de burger wordt het nóg moeilijker om bezwaar te maken tegen een mogelijk te hoge WOZ-waarde, omdat er minder bureaus zijn die burgers helpen en er veel meer gedoe is wat betreft de vergoeding. Waar de overheid eerst een correctiemechanisme (hoe imperfect ook) duldde, heeft ze dit nu lastiger gemaakt zonder het fundamentele probleem van de onderliggende ongelijkheid in informatiepositie op te lossen.
Het opmerkelijke is dat Nederland internationaal een uitzondering vormt. In veel andere landen – zoals Zweden en het Verenigd Koninkrijk – zijn verkoopprijzen gewoon openbaar of eenvoudig te achterhalen. In Nederland worden de verkoopprijzen echter behandeld als een product waar de overheid via het Kadaster aan verdient. Tegenstanders van openbaarmaking wijzen op privacy. Maar een verkoopprijs zegt niets over de persoon die verkoopt of koopt. Bovendien is het eigendom van huizen wél te achterhalen via het Kadaster. Het is dus een principiële keuze om juist de prijsinformatie af te schermen, terwijl deze cruciaal is voor een eerlijke belastingheffing.
Het zou dus logisch zijn om alle koopprijzen van woningen openbaar te maken. Dit zorgt ervoor dat iedereen – burgers en overheid – over dezelfde informatie beschikt. Hierdoor wordt de belastingheffing op basis van de WOZ-waarde transparanter: huiseigenaren kunnen zelf controleren of hun waardebepaling logisch is. En vooral van belang: het verdienmodel op publieke data verdwijnt.
De overheid moet geen drempels opwerpen voor toegang tot basisinformatie over de woningmarkt. Want zolang de onderliggende verkoopprijzen als basis voor de WOZ-belasting geheim blijven, blijft de heffing onnodig troebel. In een tijd waarin data steeds bepalender is voor beleid en besluitvorming, kan het niet zo zijn dat essentiële marktgegevens alleen beschikbaar zijn voor wie ervoor betaalt. Maak deze heffing eerlijk en open: publiceer alle koopprijzen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant