Home

8 mei begin het spectaculaire Mahler Festival. Hierbij vast een spoedcursus, in tien symfonieën

Donderdag 8 mei gaat het Mahler Festival van start, georganiseerd door het Amsterdamse Concertgebouw. Alle tien symfonieën van Gustav Mahler zullen te horen zijn. Waar moet je op letten? Of misschien beter: waar moet je beginnen? Een gids.

is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.

Eindelijk is het zover. Het Mahler Festival, dat twee keer moest worden uitgesteld in verband met de coronamaatregelen, komt er nu echt. Donderdag 8 mei begint het door het Amsterdamse Concertgebouw georganiseerde feest rondom componist Gustav Mahler (1860-1911), waarbij al zijn tien symfonieën zullen worden uitgevoerd.

Tot en met zondag 18 mei zullen de Berliner Philharmoniker, het Chicago Symphony Orchestra, het Boedapest Festivalorkest, het Nederlands Philharmonisch, het Japanse NHK Symphony Orchestra en natuurlijk het Concertgebouworkest te horen zijn. Daarnaast zijn er lezingen en kamermuziekconcerten en zullen de symfonieën live gestreamd worden op een groot scherm in het Vondelpark in Amsterdam, gratis toegankelijk.

Waar moet je op letten als je ze nog nooit hebt gehoord? Bij welke moet je überhaupt beginnen? Een spoedcursus symfonieën voor de Mahler-maagd.

1

Mahler werd geboren in Kaliště en groeide op in Jihlava (Iglau), allebei in het huidige Tsjechië, in een groot, Duitstalig Joods gezin. Als kleuter speelde hij alles na op zijn accordeonnetje en liep hij achter de fanfare aan.

Zijn tijdgenoten zouden hem in eerste instantie leren kennen als dirigent. Hij verwierf felbegeerde aanstellingen aan de Hofoper in Wenen – waarvoor hij zich tot het katholicisme bekeerde – en de Metropolitan Opera in New York. Componeren deed hij in de zomers, afgezonderd in een hutje aan een meer, als vakantiewerk. Waar hij zich als dirigent zo inspande voor opera, stortte hij zich als componist op het gewichtigste orkestrale genre: dat van de symfonie.

In zijn eersteling lijkt alle muziek die hij in zijn jeugd moet hebben gehoord samen te komen. Het begin is mysterieus, ijl. Het is zowel een ode aan de natuur – een wandeling door de heuvels waarin hij heeft gelopen – als aan de klankwereld van Centraal-Europa, met ook verwijzingen naar klezmer en Oostenrijkse volksmuziek. In het tweede deel kun je de melodie van Vader Jacob herkennen, maar dan in mineur, vermomd als dodenmars.

Soms schemert de invloed door van Anton Bruckner, maar Mahler is lyrischer; wendbaar, minder massief, de kleur van de klarinet is bij Mahler wat dominanter. Die lyriek komt ook doordat hij in de vroege symfonieën (eigen) liederen verwerkte, zoals in de Eerste zijn Ging heut’ Morgen über’s Feld (maar dan instrumentaal).

Mahler voltooide het stuk in 1888, zijn uiteindelijke vorm kreeg het in 1896 toen hij een deel (Blumine) schrapte. Van hoeveel componisten kun je zeggen dat hun eerste symfonie meteen zó goed was? Het is bovendien de beste Mahler om mee te beginnen.

2

De monumentale Tweede (voltooid in 1894) is van een andere orde. Een duister begin mondt uit in een begrafenismars. De symfonie, bijgenaamd Auferstehung, over het (weder)opstaan, kent onderhuidse woede, maar Mahler zet daar een vervreemdend scherzo tegenover (waarin hij wederom citeert uit eigen werk: zijn lied over Antonius van Padua die voor de vissen preekt), plus een langzaam tweede deel, een Ländler: een volksdans in drie-achtstemaat.

Mierzoet is het. Maar na de ernst van het voorgaande werkt het fantastisch, als een soort antidotum. Mahler katapulteert je naar een andere klankwereld. Hij wist altijd precies wat de luisteraar nodig had.

Leuk ook aan de Tweede is het gebruik van een Fernorchester: een tweede orkestje dat onzichtbaar is voor het publiek, een effect dat Mahler vaker gebruikte. En onvergetelijk is de onbegeleide inzet van het koor. Het is een van de vier symfonieën waarin Mahler stemmen voorschreef, een praktijk waarmee Beethoven was begonnen met zijn Negende symfonie.

3

De Derde (voltooid in 1896) is Mahlers langste. De duur kan oplopen tot wel 110 minuten. Je hoort haar wat minder vaak. Ze is duidelijk familie van de Tweede, zie de Derde als haar optimistische pendant, een midzomernachtdroom. Weer klinken er stemmen: een altsolist, een vrouwen- en een jongenskoor (in de huidige praktijk meestal een gemengd kinderkoor), dat liefelijk de beierende klokken imiteert.

4

Ook zijn Vierde symfonie (1900) zou aanspraak kunnen maken op de titel van ideale instap-Mahler. De symfonie heeft soms iets naïefs en is direct te herkennen aan de sleebellen en fluiten die het thema aankondigen.

Ook hier zorgt Mahler voor contrast met een macaber tweede deel, waarin de concertmeester mag soleren op een verstemde viool. In het slot valt alles op zijn plaats, want dan hoor je het lied waarnaar vooruitgewezen werd: het door een sopraan gezongen Das himmlische Leben, een vocale kindertekening van de hemel.

5

Toen Mahler zijn Vijfde schreef (voltooid in 1902, maar in zijn laatste levensjaar opnieuw georkestreerd), was hij wel weer even klaar met al die zang. Wie hier de shine pakt, is de trompettist, die het stuk mag openen met een solo in mineur, waarvan de ritmische verwantschap met Beethovens Vijfde er dik bovenop ligt.

Weer kiest Mahler voor een treurmars, toch lijkt met dit stuk een nieuwe periode aangebroken. Voel je in de voorgaande symfonieën nog een programma, een verhaal, hier is dat minder het geval. Daarnaast valt de Vijfde op door haar verfijnde contrapunt, de manier waarop verschillende melodische lijnen zich tot elkaar verhouden.

Overbekend is het vierde deel, het Adagietto, dat werd gebruikt voor de film Death in Venice van Luchino Visconti uit 1971. Het is Mahler op zijn sentimenteelst.

6

De Zesde (voltooid in 1905) verdient meer liefde. Musicologen prijzen de structuur (wat klassieker) en ideeën, maar voor het grote publiek is nummer zes misschien wat te militaristisch. Gek genoeg luidt de bijnaam De tragische. Hier geen wederopstanding, hier triomfeert de dood.

Toch is de Zesde ook vaak heel sfeervol. Hoor die bellen: Alpenkoeien in je concertzaal. En theater biedt het stuk ook: in het slotdeel schrijft Mahler een klap met een gigantische hamer voor.

Dat de Zesde historisch minder geliefd is, blijkt ook uit de cijfers van het Concertgebouworkest, dat Mahler al vroeg omarmde. Het speelde de Zesde 63 keer. Ter vergelijking: de Eerste stond 278 keer op de lessenaars.

7

De Zevende is fascinerend door haar klankkleuren. Twee van de vijf delen dragen de titel Nachtmusik. Voor het eerste zou Mahler zich hebben laten inspireren door Rembrandts Nachtwacht. In het tweede deel schrijft hij ook een klassieke gitaar en mandoline voor. Zelf zag hij het destijds als zijn beste werk.

8

Wanneer is een symfonie nog een symfonie? Bij de Achtste (1907) worden de grenzen wel heel erg opgerekt. Wat Mahler betreft moest een symfonie allesomvattend zijn, en ja, dat is de Achtste wel. Het stuk is enig in zijn soort: eigenlijk meer een cantate met twee tekstbronnen, de pinksterhymne Veni Creator Spiritus (in het Latijn) en een scène uit Goethes Faust (in het Duits). Over hoe je die twee zaken moet verbinden, breken Mahlerianen zich nog altijd het hoofd.

Wat bovenal opvalt, is de gigantische bezetting, met meerdere koren en zeven solisten, groot orkest, orgel, klokken, mandolines. Niet voor niets werd het stuk aanvankelijk als ‘Sinfonie der Tausend’ omschreven, alsof je er duizend instrumentalisten en zangers voor nodig hebt. Welnu: met een mannetje of vierhonderd lukt het ook wel.

De eerste keer dat je het stuk hoort, duizelt het je. Er gebeurt ook ‘verticaal’ veel: zo veel muzikale lijnen vechten om voorrang. Bij nadere bestudering valt op hoeveel kamermuziek erin zit.

Mijn liefde voor het stuk kwam ook pas toen ik het in 2018 mee mocht zingen als ‘embedded’ muziekjournalist bij het Groot Omroepkoor (waarvoor eeuwig dank). Geen stuk is zo extatisch als het Veni Creator. Je doet jezelf tekort als je geen poging doet om dit ooit live te horen.

9

De Negende, die afkwam in 1909, zou Mahlers laatste voltooide symfonie worden. Maar is het wel echt zijn Negende? Daarvoor schreef hij nog Das Lied von der Erde. Als de Achtste een symfonie is, waarom zou Das Lied (ook met zangers) dat dan niet zijn? Het getal negen was beladen voor Mahler (de erfenis van Beethoven), dus bewaarde hij het nummer voor een ander stuk. Als er symfonieëncycli worden geprogrammeerd, is Das Lied von der Erde vaak wel inbegrepen. Zo ook op het Mahler Festival.

Die Negende volgens Mahlers eigen telling is een weergaloos stuk, waar de invloed van de jongere generatie vernieuwende Weense componisten, zoals Arnold Schönberg (die door Mahler werd gesteund), doorklinkt. Helaas maakte Mahler zelf nooit een uitvoering mee. De finale, met al zijn modulaties, is zonder twijfel het mooiste wat hij heeft gemaakt.

‘Ersterbend’, staat er bij het slot: hij wilde een fade-out. De symfonie voelt als een afscheid van de harmonische structuren zoals iedereen die al eeuwen kende.

10

Nog dissonanter, bitser, is de Tiende symfonie, waar hij tot 1910 aan werkte. Ze kwam nooit af. Van de vijf delen is alleen het Adagio speelbaar. Musicologen hebben met wisselend succes pogingen gedaan om het stuk te voltooien in Mahlers geest.

Hij was iemand die veel wijzigde, wat hij met deze partituur ongetwijfeld ook zou hebben gedaan. Het stuk toont een glimp van wat voor revolutionairs hij nog had kunnen maken als hij niet was bezweken aan een infectie aan de hartklep. Mahler werd 50 jaar.

De avondconcerten van het Mahler Festival (8 t/m 18/5) zijn uitverkocht, voor de ochtend- en middagprogramma’s zijn nog enkele kaarten. Naast de livestreams in het Amsterdamse Vondelpark worden er ook concerten uitgezonden op NPO 2 Extra en NPO Klassiek (radio).

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next