Bij een brand in het Brabantse Dongen gingen zondagnacht duizenden zonnepanelen in vlammen op. Kilometers ver dwarrelden stukjes glas en coating neer op dorpen en weilanden. ‘Delen van zonnepanelen zijn het nieuwe asbest.’
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant. Reportage vanuit Dongen.
Terwijl de rook van de brand van anderhalve dag geleden onophoudelijk over hun ruggen trekt, vissen Anjo en Ben Gommers stukjes zonnepaneel uit hun land – flinterdunne glasscherven, scherpe, dunne glasdraden en verbrande coating die bij de minste aanraking verpulvert. Op hun knieën werken ze zich met elk een emmer naar voren over hun kort geleden met mais ingezaaide perceel. Waar het echtpaar is geweest, zijn de zonnepanelendeeltjes klein, het stuk dat ze nog moeten doen, ligt bezaaid met grote brokstukken.
Het afval komt van de daken van leerlooierij Ecco in het Brabantse Dongen waarvan zondagavond en -nacht de fabriekshal, het magazijn en aanpalende gebouwen vrijwel volledig zijn afgebrand. Gewonden zijn daarbij niet gevallen; omdat er maandag niet gewerkt werd, was er zondagavond geen ploeg om de productie voor te bereiden. De oorzaak van de brand wordt nog onderzocht.
Vier- à vijfduizend zonnepanelen lagen op het Deense bedrijf waar circa tweehonderd mensen werken. Door de intense hitte klapten de panelen uit elkaar en nam de wind de vederlichte delen mee. Tot acht kilometer verderop hebben inwoners van Rijen glasdeeltjes gevonden in straten, tuinen en speelplaatsen. Bij vliegbasis Gilze moest op 5 mei eerst de baan worden schoongeveegd vooraleer helikopters artiesten naar bevrijdingsconcerten konden brengen.
‘We zijn nog weken aan het rapen’, zegt Anjo Gommers met een lach, ‘goede bezigheidstherapie.’ Haar man is evenmin van plan zijn goede humeur – ‘het zonnetje schijnt’ – te laten vergallen door de rommel die onafzienbaar ligt op hun akker vlak bij de afgebrande leerlooierij. Dat de glasscherven gevaarlijk zijn, ‘zeker in grasland waar melkkoeien op grazen’, dat weet Ben Gommers wel. ‘Maar die coating? Ik weet niet of die giftig is.’
Niet giftig, zegt de gemeente. Wetenschappers zijn minder stellig. ‘Of de gebruikte folie om de zonnepanelen mee in te pakken, in verbrande toestand giftig is, hangt af van de gebruikte materialen’, stelt professor Arthur Weeber, als zonne-energiespecialist verbonden aan de TU Delft. ‘Het is meestal een stapeling van polymeren, plastics dus, en bij veel fabrikanten bevat die stapeling pfas. Wat daarvan na deze verbranding overblijft en wat de giftigheid dan nog is, kan ik zo niet zeggen.’
Zeker is dat het, zoals in Dongen, verbranden van grote aantallen zonnepanelen, die zich in kleine delen verspreiden over boerenland, vaker voor zal komen. Op steeds meer daken van bedrijven liggen immers panelen. Het kennisinstituut voor crisisbeheersing en brandweerzorg, NIPV, stelt dat branden waarbij resten van zonnepanelen in de omgeving worden verspreid ‘een blijvend fenomeen’ zijn. De organisatie telde er in 2023 zestien, vorig jaar negentien en dit jaar vijf, tot nu toe.
‘Verderop, in Etten-Leur, is het ook gebeurd’, weet boer Gommers. Na een brand in een hal van een logistiek bedrijf daar, twee jaar geleden, ‘regende het glasscherven’, aldus lokale media. Hoeveel mensen ik ook op mijn land zet, stelt Gommers, helemaal weg krijg je dit nooit. ‘Er bestaat een stofzuiger voor’, ziet zijn vrouw op haar telefoon, ‘o, die kost 4 duizend euro per hectare.’
Hij gaat ervan uit dat de verzekering van Ecco Leather de schade dekt. ‘Ik ben zelf ook verzekerd tegen schade die mijn zonnepanelen bij mijn buren veroorzaken.’ Het bedrijf waar de brand is geweest, is aansprakelijk voor de schade van de boeren, bevestigt een woordvoerder van het Verbond van Verzekeraars.
Dat het echtpaar aan de enorme klus is begonnen om het verbrande afval van hun land te halen, is misschien niet verstandig. Voor de verzekering en het bepalen van het schadebedrag is het belangrijk om vóór het opruimen eerst in kaart te brengen wat die schade precies is, legt Robbert van Dijk uit. Hij is van de VOAM, de vereniging van onderzoeks- en adviesbureaus op het gebied van asbest en andere milieugevaarlijke stoffen. ‘Eerste stap is: schadegebied afbakenen’, zegt Van Dijk, ‘vergelijkbaar met de aanpak na een brand waarbij asbest is vrijgekomen.’
In de verzekeringswereld geldt dan ook: zonnepanelendeeltjes zijn het nieuwe asbest. Verschil is dat asbest bodem en water verontreinigt en stukjes zonnepaneel alleen gevaarlijk zijn vanwege de scherpe randjes. Voor het opruimen ervan bestaan, in tegenstelling tot asbest, geen wettelijke regels.
Evenmin bestaan er procedures. Verzekeraars, onderzoekers, overheden en getroffen (boeren)bedrijven dreigen langs elkaar heen te werken. Onduidelijk is meestal wie na een brand verantwoordelijk is voor het opruimen van zonnepanelendeeltjes. Het NIPV komt daarom over twee maanden met een handreiking die duidelijk maakt welke taken en verantwoordelijkheden de betrokken partijen hebben bij de afwikkeling van de zonnepanelenbrand.
Daar gaat mijn buurman niet op wachten, zegt Gommers als hij naar diens stuk sappig grasland wijst. Bovenop het gras ligt coating, ín het gras glasscherven. ‘Die boer gaat dat spul niet uit het gras priegelen. Hij maait alles en gooit het weg. Kost geld, want dat gras is voer waar hij een alternatief voor moet kopen.’
Dan gaat Gommers weer op de knieën, pakt zijn emmer en neemt voorzichtig een flink stuk verbrande folie tussen duim en wijsvinger. Het verkruimelt in de emmer. Toen hij zondagavond aldoor berichten kreeg ‘Ecco staat in brand’, is hij toch maar gaan kijken of zijn land niet ook in de hens stond. Aan schade door zonnepanelendeeltjes dacht hij nog niet. Nu wel. ‘Een zonnepaneel is een mooi product, maar nu blijkt het een ramp.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant