Marcel van Roosmalen, sinds maandag voor BNNVara weer op reportage om een ‘beeld van mensen en plekken in Nederland’ te schetsen, doet me als verslaggever denken aan een struinende sportvisser. Hij wacht niet op een klapstoel tot een voorntje zijn haak kust. Nee, langs de oever scharrelend trekt hij zijn lijn met kunstaas door het water, hopend op de bijtreflex van een flinke snoek. De lol zit in het tegenspartelen, het gevecht tussen mens en dier.
In de eerste uitzending van een nieuwe serie van acht gooide Van Roosmalen de hengel uit bij een studentendemonstratie op een plein in Nijmegen tegen onderwijsbezuinigingen. Naar bleek een ideale kweekvijver voor situationele ironie: geen gloeiende betogen en strijdlust met geheven vuist, maar gestamel en rituele huiver om voor de tv-camera te verschijnen. Een demonstrant bedacht zich halverwege een shot: liever niet in beeld. Een ander droeg een mondkapje, terwijl hij in zijn hand een patatje-met liet afkoelen: een hapje nemen kon alleen door het kapje op te tillen, en aldus zijn identiteit te openbaren.
Over de auteur
Arno Haijtema is redacteur van de Volkskrant en tv-recensent.
Van Roosmalen had vaker beet: zijn eerste gesprekspartner, een oudere man van de onderwijsbond AOb, gepokt en gemazeld in het actiewezen, verwees de reporter voor een toelichting meteen lafjes door naar de officiële woordvoerder. Het betoog van een jonge vrouw dat wat moeizaam op gang kwam, werd, als een goocheltruc, in één vloeiende beweging overgenomen door Alexandra van Huffelen. De bestuursvoorzitter van de Radboud Universiteit bewoog zich tussen de demonstranten als een vis in het water. Als gewezen politicus heeft ze te grondig mediatraining gehad om nog te happen op Van Roosmalens plagerijtjes.
Het lokaas van zijn licht sarcastische, sterk onderkoelde benadering werkt goed om het opgelegd pandoer bloot te leggen van zulke straf georganiseerde demonstraties. Hoogopgeleid en institutioneel Nederland kan zulke stroompulsjes prima hebben. Maar Van Roosmalens tweede repo over Nederlandse koopjesjagers bij supermarkt Kaufland, net over de Duitse grens, legde ook de makke van zijn aanpak bloot.
Nederlanders, niet de rijksten, trekken massaal over de grens omdat de boodschappen daar minder duur zijn dan in het door inflatie geteisterde vaderland. De een na de ander mocht voor de camera uitleggen wat hij ondanks een lange, dure autorit bespaarde. Altijd lachen natuurlijk om de Hollandse koopmansgeest betrapt te zien. De wagen volgeladen met, ongelogen, 150 flessen Coca Cola à € 1,19, besparing 300 euro.
Wat Van Roosmalens interviewtjes evenwel ook blootleggen, is dat hij voor zijn gesprekspartners geen wezenlijke interesse heeft. Als die niet worden bevraagd naar het waarom van hun koopgedrag, dienen ze slechts als clichés van verondersteld doorgeschoten consumentisme. Het geeft de interviewer een zweem van arrogantie. Niet met de hengel, maar met het schepnet kreeg hij een hele school spartelend op het droge. Niet zo spannend om naar te kijken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant