De overheid wil dat Nederlanders zichzelf 72 uur kunnen redden in geval van nood. Deze vier preppers hadden die aansporing niet nodig. ‘Of het nou voor stroomuitval of een natuurramp is, preppen hoort inmiddels bij mijn dagelijks leven.’
‘Ons huis was vroeger een slagerij. De oude koelcel gebruik ik nu als voorraadkamer. Met normale porties kunnen we als gezin een halfjaar vooruit. De hond heeft zijn eigen voorraad brokjes.
Daarnaast hebben we twee waterfilters om regenwater of water uit de IJssel te zuiveren, een uitgebreide EHBO-doos met medicatie voor een paar maanden en draagbare gasstellen en -tanks voor als de gastoevoer staakt. Voor mijn verjaardag kreeg ik een noodradio.
Toch noem ik mezelf niet graag een ‘prepper’ – tot voor kort wist ik niet eens wat het was. ‘Preppen’ is me met de paplepel ingegoten. Mijn opa, de vader van mijn moeder, heeft in de oorlog in het kamp gezeten. Na de oorlog sloeg hij kilo’s houdbaar en gevriesdroogd eten in. Mijn moeder deed hetzelfde. Met dat voorbeeld ben ik opgegroeid.
Ik vind het fijn om voorbereid te zijn, ik denk dat terreurgroepen mogelijk met technologie gaan aanvallen; ddos-aanvallen, ransomware, enzovoorts.
Toen de coronapandemie uitbrak en mensen in paniek wc-papier insloegen, vond ik dat een irrationele paniekreactie. Kennelijk was de grootste angst dat je creatief moest worden met je toiletbezoek. Hetzelfde geldt voor mensen die broodbakmixen insloegen terwijl ze niet weten hoe ze een brood moeten bakken. Koop dan brood om in te vriezen. Ik verklaarde die mensen voor gek, maar mijn man zei: zij zijn niet raar, wat wij doen is raar.
Het advies was: ga zo min mogelijk de deur uit. Dat namen wij heel serieus. Ik hoefde zelden naar de supermarkt, we aten vooral uit onze minisupermarkt. Intussen schreef ik een boek met tips om te preppen voor noodsituaties. Online kreeg ik veel bijval op het boek, ‘preppers’ verklaarden me voor gek omdat de meesten hun voorraad geheimhouden uit angst voor diefstal als de pleuris uitbreekt. Sommigen verzwijgen het zelfs voor hun eigen familie.
Ik heb een ander uitgangspunt. Ik geloof nog steeds in de goedheid van de mens, in delen en elkaar helpen in tijden van crisis. Wat heb ik aan een volle voorraad als er buiten niemand meer is? Het is handig om te weten wat de mensen om jou heen kunnen betekenen.
Mijn man en ik vullen elkaar goed aan. Hij kan, anders dan ik, goed moestuinieren en heeft een volkstuin met courgettes, frambozenstruiken en aardbeienplantjes. Onze kinderen – we hebben een zoon van 13 en een dochter van 10 – vinden zo’n gigantische voorraadkast wel ‘chill’. Als ze zin hebben in knakworsten, zijn die er altijd.
Na de pandemie moest ik mijn voorraad weer aanvullen. Dat doe ik met 1+1-aanbiedingen. Iedere week blader ik door weekfolders en koop ik groot in. Geen boodschappenkarren vol met producten die ik niet nodig heb, ik koop alleen wat we lekker vinden.
Preppen geeft me een gevoel van zelfvertrouwen. Ik hoef niet op de overheid of hulpinstanties te wachten in geval van nood, dan kan ik voor mezelf en mijn gezin zorgen. Iemand vroeg: maar wat ga je doen als je huis wordt gebombardeerd en je moet overleven in een bos? Nou, als het leven echt vreselijk wordt, dan hoeft het voor mij niet meer. Ik ga geen tent in mijn voortuin opzetten, daar ben ik te modern voor.
Voor wie denkt: ik moet iets doen, maar wat? Koop geen kant-en-klaar-pakket. Daar zitten vaak spullen in die je al hebt, zoals een zaklamp of waxinelichtjes. Bestel twee of drie dingen die je denkt te kunnen gebruiken in noodsituaties. Niet iedereen hoeft voor een halfjaar te preppen. Maar hoe mooi zou het zijn als meer mensen kunnen zeggen: maak je over mij maar geen zorgen, de eerste 72 uur. Zo kunnen hulpdiensten zich richten op kwetsbaren: ouderen, zieken, kinderen. Voorbereid zijn is ook een vorm van solidariteit.’
‘Ik ga regelmatig een paar dagen het bos in. Even kijken hoe fit ik ben: kan ik die rugzak nog aan, hoeveel kilometer haal ik, herken ik de eetbare planten nog? En ook handig om te checken of mijn waterfilter het nog doet. Kennis is macht, maar je moet het ook in de praktijk kunnen brengen.
Ik doe een zelfverdedigingssport, heb een opvouwbaar zonnepaneel, een heleboel blikvoer, een magnesiumstaaf waarmee ik vuur kan maken, een kompas, powerbank, portofoons, EHBO-kit, tekentangen, thermodekens en ga zo maar door.
Soms ga ik ook ‘bushcraften’ in het buitenland. Het enige wat ik dan meeneem is een mes. Ik maak mijn eigen slaapplek en filter drinkwater met een zwaartekrachtfilter van houtskool, fijn grind en zand. Zelfs stromend water uit een bergbeekje moet je filteren of koken – je weet nooit of er stroomopwaarts net een eland heeft staan schijten.
Voeding vind ik door te jagen op dieren en het eten van planten. Ik ben voorbereid op noodsituaties, maar ik ben niet angstig. Positief zelfs. Ik denk niet dat op korte termijn oorlog uitbreekt, maar áls het gebeurt, ben ik voorbereid. Wordt het Rusland, China, solar flare, overstroming, inflatie, beleidsfalen, terroristen, uitslaande brand – geen idee. De regels voor overleven zijn in ieder scenario hetzelfde, als je maar in je eigen levensbehoeften kan voorzien.
Ik vind het fijn om onafhankelijk te zijn. Ik ben niet afhankelijk van een dak boven mijn hoofd, niet van supermarkten of andere leveranciers. Preppers zijn geen gekkies. Je bent pas gek als je afhankelijk bent van anderen. Iedereen zou een poosje in eigen onderhoud moeten kunnen voorzien. Als je naar de geschiedenis kijkt, is dat geen overbodige luxe. Het is ook mijn interesse; ik vind survivallen leuk en vind het heerlijk om in de natuur te zijn. Wat er ook gebeurt, ik kan in mijn primaire levensbehoeften voorzien.
Een paar jaar geleden richtte ik met een compagnon de Facebookgroep Preppers Nederland op. Gewoon, om informatie en leuke feitjes te delen. Het begon met dertig leden, inmiddels zijn we met 8.400. Het is een mooie mix van mensen: man, vrouw, jong, oud, links, rechts. Artsen, advocaten, huismoeders, politici, dierenartsen, ondernemers. Geen wappies, maar een weerspiegeling van de samenleving. De een denkt dat de dijken gaan doorbreken, de ander is voorbereid op een burgeroorlog of een volgende pandemie. Sommigen bouwen een reddingsvlot, anderen leren een vechtsport. Ik ben allround; voorbereid op alles.
We hebben een back-upgroep, voor het geval Zuckerberg ingrijpt. Dat is eerder gebeurd, toen iemand iets postte over Rusland. Ik kreeg toen een waarschuwing dat de groep mogelijk offline zou worden gehaald. Om die reden hebben we ook een Telegram- en WhatsApp-groep.
Mijn grootste avontuur was dat ik negen maanden in een bos heb gewoond, in het buitenland en Nederland. Ik heb daar zelfs de winter doorgebracht. Mijn lieve moedertje vond dat natuurlijk niet fijn en wilde me in huis nemen, maar ik zag het als een geweldige oefening. Inmiddels wenst ze me veel plezier als ik zeg dat ik het bos in ga. Ze weet dat het altijd goedkomt met me.’
‘Ik woonde net op mezelf, mijn preppers journey begon simpel: extra rijst, pasta, wat dekens voor de kou en flessen water. Mijn beste vriend had een enorme afkeer van preppers, dus ik hield het lange tijd voor mezelf. Nuchtere Nederlanders vinden het al snel overdreven. Helaas wordt de community vaak als gek neergezet. Preppers zijn over het algemeen relaxed en realistisch denkend. Wat betreft politiek ben ik neutraal: overheden doen hun ding en ik de mijne, zonder elkaar dwars te zitten. Het stroomnet hoeft niet expres platgelegd te worden, het kan ook gebeuren door werkzaamheden, een ongeluk of overbelasting door blikseminslag.
Geleidelijk groeide mijn voorbereiding. Ik kan het toilet vervangen als we geen stromend water meer hebben, met speciale plastic zakken en kattengrind. In plaats van een gigantische voorraadkast heb ik maaltijdvervangende poeders, ideaal voor beperkte ruimte. Inmiddels woon ik met vrouw en dochter in een flat. Ik ben minimalistisch in mijn aanpak. Alles wat je lichaam nodig heeft, zit in die poeders. Ik heb het een keer geproefd, het smaakt niet slecht.
Mijn vrouw en ik bereiden ons voor op langdurige stroomuitval, geen bevoorrading van winkels, onrust in de samenleving en overstromingen. Soms oefenen we met kamperen. Tijd aflezen van de zon. Slapen in de kou. Voor mijn werk rijd ik heel Europa door, ik neem altijd mijn slaapzak mee en heb in veel omgevingen geslapen.
Thuis hebben we inbraakwerende raamfolie. Onze deur is massief en voorzien van extra sloten. Op de muur in de woonkamer hangen sierstukken: een zwaard, een hellebaard – een middeleeuws stootwapen – en een kruisboog. Mooi, vind ik, en ik hoop ze nooit te hoeven gebruiken.
Een goede basis is voor mij het allerbelangrijkst. Een goed mes bijvoorbeeld, waarmee je alles kunt doen: vuur maken, dingen losmaken. En waterfilters. We hebben er vier. De regel is: één is geen. Als er één kapot gaat, sta je met lege handen.
Als je je voorbereidt op een stroomuitval en overstromingen, ben je voor een groot deel ook voorbereid op wat er kan komen in oorlogstijd. Maar tegen gewapende soldaten kun je als burger weinig beginnen, dus je voorbereiding heeft zijn grenzen. Ik verdiep me graag in politiek en religie – het christendom, jodendom, zelfs het satanisme. Het helpt me beter te begrijpen hoe mensen denken en wat ze kunnen doen in crisissituaties. Iedere dag lees ik de krant. Als ik me verveel, ga ik op internet rondstruinen: hoe bouw ik een nucleaire reactor? Niet dat ik dat van plan ben, maar ik vind het gewoon interessant. Beter dan urenlang scrollen op TikTok.
Preppen is iets anders dan voorbereiden. Preppers zijn over het algemeen meer doorgeslagen dan de gemiddelde Nederlander, en wellicht geldt dat ook voor mij, maar dat vind ik prima. Mijn buren komen inmiddels bij mij voor tips. Preppen is niet voor iedereen, maar als je de eerste 72 uur zelfredzaam kunt zijn, ontlast je de hulpdiensten en sta je met meer zelfvertrouwen in de wedstrijd.
Sommige mensen preppen voor een zombie-apocalyps, maar dat is een kleine groep. Zolang je anderen er niet mee lastigvalt, zie ik er geen probleem in.
Ik wil mijn dochter basiskennis meegeven. Boogschieten – niet per se om te jagen, maar omdat het leuk én nuttig kan zijn. Kamperen, wandelen, de schermen uit. Pak een boek, lees een encyclopedie.
Sinds de dreiging van een derde wereldoorlog kijken mensen gelukkig anders naar preppers. Zelfs die ene vriend die het eerst onzin vond, ziet er nu de waarde van in.’
‘Ik keek naar Doomsday Preppers op National Geographic. Die zijn knetter, dacht ik. Een man had zestien gele schoolbussen ingegraven op zijn terrein en daar een ondergronds tunnelcomplex van gemaakt. Een vrouw was overtuigd dat er een pandemie zou komen en had liters desinfectiespray ingeslagen – achteraf had ze gelijk.
Na de aanslag op de luchthaven in Zaventem is het balletje voor mij gaan rollen. Ik wilde voorbereid zijn voor als het noodlot toeslaat. Niet zo losgeslagen als de Doomsday Preppers, ik begon met de basis: een gevulde voorraadkast, noodradio, kaarsen en een BOB-tas (Bug Out Bag met spullen om drie dagen te overleven, red.). Geleidelijk kwamen daar meer dingen bij. Op mijn wensenlijst staat nog een zonnepaneel. En nog meer gadgets zonder stroom. Mijn hoop is uiteraard dat ik prep voor niets, maar dat is niet realistisch. Sla een willekeurig geschiedenisboek open en je kunt lezen waarom. Daarom ben ik ook heel algemeen voorbereid en niet op iets specifieks, omdat je moeilijk kunt voorspellen wat het is.
Of het nou voor stroomuitval of een natuurramp is, preppen hoort inmiddels bij mijn dagelijks leven. Niet dat ik 24/7 gewapend achter mijn soepblikken sta te oefenen voor het einde der tijden, maar ik ben iedere dag bezig met moestuinieren, onze legkippen, naaien, haken, boogschieten en wildplukken. Mijn kinderen van 18, 13, 11, 10 en 7 leer ik welke planten, dieren en paddenstoelen je kunt eten. Mijn dochter zit op boogschieten. Ik maak ze niet bang, je moet gewoon kind kunnen zijn, maar ik zorg wel dat ze basiskennis in huis hebben en intussen zorg ik op de achtergrond dat we zijn voorbereid.
In onze tuin heeft alles een functie. Alles is eetbaar, zelfs de bloemen. Regelmatig eten we sla met viooltjes, dat vinden de kinderen geweldig. Soms gaan we op paddenstoelenjacht in het bos.
Vroeger was het normaal om veel van de natuur te weten, om zelfredzaam te zijn. Iedereen had een moestuin, daar wás de tuin voor. Nu is die dichtgeplaveid met een fancy dure tegel. We komen steeds verder van de natuur te staan, zijn afhankelijk geworden van technische snufjes. Thuis maak ik koffie met een percolator en mix ik met een ouderwetse garde. Ik probeer zo min mogelijk afhankelijk te zijn van stroom. Dat is mijn grootste zorg: dat ze geen bom op ons gooien, maar ‘alleen maar’ even de elektriciteit uitzetten. Onschuldig, want dan maken ze geen slachtoffers, toch? Maar zoiets kan rampzalige gevolgen hebben.
Ik probeer me goed in te lezen. Het nieuws op tv kijk ik niet meer, dat vind ik vaak eenzijdig en sturend. Online lees ik het nieuws via vele bronnen om zo hopelijk het dichtst bij de waarheid te komen, maar het is nooit 100 procent zeker of iets echt waar is, helemaal niet met de huidige vooruitgang in AI.
Je moet je gezond verstand gebruiken. Leuk dat de overheid adviseert om 3 liter water per persoon in huis te hebben, maar als je moet evacueren is dat niet te doen. Ik heb daarom waterfilters, maar óók chloortabletten en ik weet hoe ik ze moet gebruiken. In een noodsituatie heb je geen tijd om je in te lezen.
Mijn man was in het begin huiverig. Toen ik met mondkapjes kwam aanzetten, zei hij: moet dat nou? Dat hoor je veel in preppers-land: de ene partner wil zich voorbereiden, de ander ziet er vaak het nut niet van in. Na corona is dat bij ons veranderd. Inmiddels heeft hij ook reserveschoenen, water en een dekentje in zijn auto voor het geval er bijvoorbeeld een EMP (elektromagnetische puls, een plotselinge uitbarsting van elektromagnetische straling die elektronische apparaten en systemen ernstig verstoort, red.) plaatsvindt en hij anders niet meer thuis kan komen.
Preppen is voor mij hetzelfde als een auto- of inboedelverzekering. Eigenlijk prept iedereen wel een beetje. Met een doosje paracetamol in je badkamerkast, een paraplu in de kofferbak, een mueslireep in de tas.
Als mijn kinderen uitvliegen, hoop ik dat ze ook gaan preppen. Als housewarminggift geef ik ze een noodpakket.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant