De twee minuten stilte op de Dam verliepen zondag rustig, al waren zorgen over hedendaagse oorlogen merkbaar – vooral buiten de toespraken om. ‘In een wereld vol oorlog verliezen mensen elkaar uit het oog.’
is binnenlandverslaggever van de Volkskrant.
Peter Assenberg (56) heeft zijn campingstoel meegenomen. Een uur voor aanvang van de Nationale Dodenherdenking zit hij klaar op de Dam, vlak bij het hek waarachter straks de kransen worden gelegd. De Vlaardinger zal aan zijn opa denken tijdens de twee minuten stilte, die was verzetsstrijder. ‘Als een van de eersten in Nederland.’ Hij overleed in een concentratiekamp – Assenberg heeft hem nooit gekend.
Wie of wat wordt herdacht tijdens de Nationale Dodenherdenking, was de dagen ervoor – net als in vele andere jaren – punt van discussie. ‘Nooit meer’ zeggen terwijl Nederland weigert Israël te veroordelen wegens de oorlog in Gaza, gaat er bij sommigen niet in. Onder meer Amnesty International en Human Rights Watch merken het geweld er aan als genocide en de oorlog leidde al tot een internationaal arrestatiebevel tegen de Israëlische premier Netanyahu vanwege oorlogsmisdaden.
Daarom organiseerde een groep oud-diplomaten en ambtenaren een alternatieve herdenking in Den Haag, waar alle slachtoffers werden herdacht van genocide, oorlog, vervolging en onderdrukking, ‘mede door toedoen of nalaten van de Nederlandse overheid’.
Mensen die 4 mei willen verbreden, moeten ‘zichzelf eens even recht in de ogen aankijken’, aldus Assenberg. ‘Want de aandacht vandaag moet uitgaan naar de mensen om wie het gaat: slachtoffers van oorlogen waar Nederlanders direct bij betrokken waren. Ik hoop dat mensen daar respect voor hebben, en de boel niet verstoren.’
Dat lukt grotendeels: met 16 duizend aanwezigen verlopen de twee minuten stilte kalm. Wel pakt de politie drie mensen op voor het verstoren van de herdenking, meldt ze achteraf. Wat zij precies hebben gedaan is onduidelijk; merkbaar was de verstoring voor de meeste mensen niet. Op beelden van de NOS is alleen te zien dat een van hen tijdens de aanhouding op het Damrak ‘Free Palestine’ roept.
Zijdelings wordt in toespraken en op de filmpjes van kransleggers verwezen naar ‘huidige oorlogen’ – namen van oorlogsgebieden als Gaza en Oekraïne klinken er niet. Volgens recent onderzoek van het Nationaal Comité 4 en 5 mei gaan de gedachten van veel mensen daar wel naar uit: hedendaagse conflicten en angst voor oorlog vormen een steeds belangrijker reden om te herdenken.
Marit (11), die zondag met haar ouders en zusje vanuit Fijnaart naar Amsterdam is gekomen, is ‘soms weleens bang dat de oorlog hierheen komt’. ‘Dan zie ik beelden op het Jeugdjournaal en spoken die ‘s avonds in bed door mijn hoofd.’
Eerder op de dag heeft burgemeester Femke Halsema in haar toespraak de selectieve mensenrechtenpolitiek van Nederland veroordeeld: ‘’Nooit meer’ is geen politieke slogan die soms wel en soms niet, voor sommige mensen wel, voor sommige mensen niet, en voor sommige volkeren wel, en voor sommige volkeren niet geldt. Moeders en kinderen sterven door bombardementen, die anderen voor het leven verminken en die gezinnen traumatiseren. Mensen lijden honger en steden en dorpen veranderen in ruïnes. En wij kijken toe.’
Op de Dam zijn sprekers minder kritisch – persoonlijke verhalen staan zondagavond centraal. Presentator en journalist Philip Freriks trapt af met de 4 mei-voordracht in de Nieuwe Kerk. In april 1945, Freriks was zelf nog maar net geboren, werd zijn broer Jantje geraakt door een ‘verdwaalde kogel’. ‘Hij zei nog: ‘Oma, ik ben getroffen’, en viel neer, op slag dood.’
Subtiel waarschuwt Freriks aan het einde van zijn verhaal voor de uitholling van de democratie: ‘Het schijnt dat we de afgelopen decennia vooral bezig zijn geweest met innen van het dividend van de vrede en winstwaarschuwingen gemakzuchtig hebben weggewuifd. Het ‘einde van de geschiedenis’ werd aangekondigd. De democratie met haar liberale rechtsregels had getriomfeerd. Klaar. Niet meer zeuren over de bruine spoken uit het verleden. En ach, is democratie niet een speeltje van de elite? Een interessant hersenspinsel, maar weinig efficiënt als je snel met resultaat wilt triomferen.’
Ook in de toespraak van premier Schoof lijken iets van zorgen over het heden door te schemeren, al blijven ze abstract. Zijn opa werd in de oorlog gefusilleerd om zijn verzetswerk, vertelt hij. Van zijn oma leerde hij als kind ‘met liefde en mededogen naar de ander te kijken, ook als die verschilde van hoe wijzelf waren’.
‘Zo eenvoudig als dat klinkt, was het niet, in die oorlogsjaren. En helaas weten we dat het ook vandaag niet eenvoudig is. In een wereld vol oorlog verliezen mensen elkaar uit het oog. Verliezen we mededogen, ook in Nederland. En op de donkerste momenten horen we de echo uit het verleden.’
Tientallen mensen draaien zich met hun rug naar hem toe tijdens zijn speech. Vlak erna roept iemand ‘Bloed aan je handen!’
Als het aan Assenberg, de man met de campingstoel ligt – ‘Wat Israël doet, keur ik absoluut af’ – krijgen de slachtoffers in Gaza een eigen herdenking, op een ander moment. ‘Misschien sta ik daar dan ook wel.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant