Nederland viert op 5 mei Bevrijdingsdag. Vandaag tachtig jaar geleden werden de laatste delen van ons land bevrijd van de Tweede Wereldoorlog, een proces dat al in 1944 was begonnen. Maar die bevrijding van Nederland was nooit een doel op zich voor de geallieerden.
Nederland wordt in veel etappes ontdaan van Duitse bezetting. Deze etappes zijn allemaal onderdeel van het grote militaire einddoel: nazi-Duitsland militair op de knieën krijgen en de oorlog zo snel mogelijk beëindigen.
De westelijke geallieerden zijn in dit geval de Amerikanen, de Britten en de Canadezen, aangevuld met kleinere legers uit bezette en voorheen bezette landen als Frankrijk. Ook soldaten uit Nederland vechten mee aan geallieerde zijde, al gaat het niet om grote aantallen.
Voordat de strijd de bepalende eindfase ingaat, spelen zich in het najaar van 1944 al twee grote slagen op Nederlands grondgebied af: Operatie Market Garden, uitmondend in de Slag om Arnhem, en de Slag om de Schelde. Ook hierbij is bevrijding van Nederland geen doel op zich, maar is ons land om geografische redenen het strijdtoneel.
Market Garden is een plan om de geallieerden in september 1944 over de grote rivieren te krijgen, met een omtrekkende beweging om de zogeheten Westwall. Deze verdedigingslinie loopt van de Zwitserse grens tot de Rijn net over de grens bij Arnhem. De Slag om de Schelde eind 1944 heeft als doel om de haven van Antwerpen bruikbaar te maken voor de bevoorrading van de geallieerde legers. Daarvoor moet de volledige Westerschelde worden vrijgemaakt van Duitse troepen. Volstrekt militaire doelen dus, met de bevrijding van zuidelijk Nederland tot gevolg.
Die situatie is begin maart 1945 nog vrijwel onveranderd. Met het Rode Sovjetleger dat richting de Duitse hoofdstad Berlijn oprukt, is het eindspel aanstaande. Berlijn halen is vanaf de invasie in Normandië in juni 1944 ook altijd het hoofddoel van de westelijke geallieerden. Eén natuurlijke barrière speelt echter een hoofdrol: de Rijn.
Aan de westkant van die Rijn staan begin maart 1945 drie geallieerde legergroepen klaar om de oversteek te maken. Net over de grens in Duitsland is dat de 21e legergroep, een combinatie van Canadezen, Britten en Amerikanen. Onder Keulen bevindt zich de grote Amerikaans twaalfde legergroep en verder naar het zuiden in de regio Mainz nog de zesde Amerikaans legergroep. Het zijn de drie geallieerde speerpunten die vroeg of laat het vanuit het oosten komende Sovjetleger zullen tegenkomen. In de loop van maart wordt de Rijn op drie plaatsen overgestoken.
Alles wat Duits is, zit nu tussen het Rode Leger en de geallieerden in. Op 'Heeresgruppe H' na, een grote Duitse legergroep die zich in het bezette Nederland ophoudt. Alles wat de geallieerden vanaf dit moment doen op Nederlands grondgebied is vooral gericht tegen deze eenheden van de ervaren Duitse generaal Johannes Blaskowitz.
De Amerikanen maken de oversteek zodra ze in de stad Remagen de enige nog intacte brug over de Rijn in handen hebben gekregen. Door snel te anticiperen weten ze in rap tempo troepen en tanks naar de overkant te krijgen om daar een bruggenhoofd te creëren. Niet veel later wordt de rivier ook overgestoken ten zuiden van Mainz.
Tijdens Operatie Plunder steken ook de Britten en Canadezen de rivier over, bij onder meer Wezel. Het doel van deze operatie is vooral de omsingeling van het industrieel belangrijke Ruhrgebied - een geslaagde operatie waarbij uiteindelijk enorme aantallen Duitse soldaten zich moeten overgeven.
De bevrijding van Oost-Nederland door voornamelijk de Canadezen is uiteindelijk vooral een flankoperatie. Na de omsingeling van het Ruhrgebied willen de Britten en Canadezen oprukken door het vlakke noorden van Duitsland.
De Canadezen stellen de westelijke flank veilig om zo een Duitse tegenaanval van Heeresgruppe H te voorkomen en bevrijden daarbij oostelijk Nederland, waaronder - na flinke gevechten - Groningen. Op 16 april bereiken ze de noordelijke Noordzeekust.
Heeresgruppe H wordt zo opgesloten in westelijk Nederland. Ondanks verzoeken vanuit de Nederlandse regering in ballingschap in Londen gaan de geallieerden niet verder dan dat. Er is geen noodzaak om de strijd aan te gaan met een leger dat al afgesloten is en bovendien achter linies verscholen zit. Als Duitsland militair volledig is verslagen, geven deze troepen zich vanzelf over, is de geallieerde gedachte. En dat blijkt begin mei 1945 ook het geval.
Maar voor het zover is, rukken de geallieerde legers eerst verder op door wat nog over is van nazi-Duitsland. Berlijn is dan door opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower al overgelaten aan de Sovjets, die dat deel van het oorspronkelijke Duitsland na de oorlog toch al in handen zouden krijgen. Eisenhower ziet in dat de Sovjetlegers eerder bij Berlijn zullen zijn en dat verder oprukken dus zinloos is.
Terwijl de eerste ontmoeting bij de Elbe op 25 april plaatsvindt en het restant van nazi-Duitsland in twee delen is opgesplitst, buigen de Amerikanen af naar het zuiden om een eventuele terugtrekking van nazilegers in de Alpen te voorkomen. Het scenario van een guerillaoorlog door fanatici dreigt, maar komt uiteindelijk nooit van de grond.
In een Berlijn dat niet meer uit de Sovjetgreep weet te ontsnappen, maakt Adolf Hitler op 30 april een einde aan zijn leven. De dood van de dictator lijkt het voor de Duitse legerleiding makkelijker te maken om op te geven. Zo wordt in Noord-Italië de Duitse capitulatie vrijwel direct na Hitlers dood bezegeld.
Op 4 mei geven alle troepen in Nederland, het noorden van Duitsland en Denemarken zich op de Lüneburger Heide over aan de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery. Een dag later volgt de overgave van alle troepen in het zuiden.
Generaal Blaskowitz tekent op 6 mei in Wageningen het capitulatiedocument dat hij samen met de Canadese generaal Charles Foulkes is overeengekomen. Het maakt voor de Canadezen de weg vrij om op 7 mei het westen van Nederland in te trekken. Na vijf jaar bezetting, verschrikkingen en honger in de laatste winter onder Duitse heerschappij kunnen de laatste van Hitlers troepen terug naar Duitsland worden getransporteerd.
Source: Nu.nl algemeen