is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant.
Wellicht tweette ze vanaf de veranda van haar tweede huis in Florida, het is immers twee weken meireces. Davenport, haar tweede thuis, ligt op een steenworp van een ongekende hoeveelheid pretparken. Disney World in Orlando is een kwartiertje, Legoland Florida een half uur en ook SeaWorld en Gatorland liggen binnen een half uur rijden. Mocht Marjolein Faber net zo gek zijn op pretparken als haar baas Geert Wilders, dan woont ze op de beste
plek ter wereld.
Zou ze het daarom ‘on-uit-leg-baar’ vinden dat een stel jonge asielzoekers uit Friesland een dagje naar de Efteling zou gaan? Komt het dan te dichtbij? Een snoepreisje op kosten van de belastingbetaler, dat moeten we niet willen, aldus Faber. Merkwaardig, want vrije tijd is zo’n beetje de essentie van het Nederlanderschap. Willen we nieuwkomers integreren, dan lijkt het mij zaak hen zo snel mogelijk te introduceren in onze decadente religie van vrije tijd en
vermaak.
Vrije tijd is ook de reden dat we met Marjolein Faber zitten. De afgelopen eeuw is het aantal werkuren drastisch afgenomen, vooral in welvarende landen. Een eeuw geleden was het gemiddelde aantal werkuren per jaar in westerse landen zo’n 3.200 uur. Dat is nu minder dan de helft. Nederlanders hebben de meeste vrije tijd van Europa; zo’n 47 uur per week. Veel meer dan er gewerkt wordt dus. Daarnaast zitten Nederlanders óók het meest, bijna 9 uur per dag, meer dan twee keer zoveel als het Europees gemiddelde. Drie keer raden met welk apparaat in de hand.
Maar ook wanneer we wél aan het werk zijn, voelen we tegenwoordig vaak minder relevantie. Want we werken niet alleen minder en minder, we zijn ook nog eens minder blij met ons werk. En wie weinig (zinvol) werk heeft, zal zich eerder gefrustreerd en nutteloos voelen en heeft bovendien meer tijd voor sociale media. En dan heb ik het nog niet eens over het groeiende leger pensionado’s.
In NRC werd vorige week de vertaling van een Amerikaans stuk doorgeplaatst, met als titel ‘het Westen verveelt zich dood’. De schrijver, Stuart Whatley, koppelt de enorme toename van vrije tijd en onbevredigend werk daarin aan de opkomst van domrechts. En rekent terecht af met misplaatst begrip voor de populistische stemmer: ‘Wie echt straatarm en wanhopig is, heeft tijd noch middelen om af te reizen naar partijbijeenkomsten of memecoins en ander waardeloze merchandising te kopen.’
Het lijkt mij zonneklaar dat niet alleen de verzorgingsstaat te lijden heeft onder onze nationale werkweigering, maar ook de democratie. Werk is nu eenmaal de belangrijkste zingever, een bron voor zelfvertrouwen en maatschappelijke relevantie. Zonder werk worden mensen wantrouwig, wraakzuchtig en haatdragend. En zoals Whatley zegt: ‘Als er één ding is dat de maatschappelijk meest schadelijke achterbannen van onze tijd verenigt, is het dat ze allemaal ‘erg online’ zijn.’ En om veel online te zijn, heb je veel vrije tijd nodig.
We lijden allemaal aan informationele zwaarlijvigheid, door filosoof Hans Schnitzler ‘infobesitas’ gedoopt. Lang werd gedacht dat het consumeren van veel meer informatie en meningen mensen een bredere blik op de wereld zou geven, maar het tegenovergestelde is waar. Meer vrije tijd, meer beschikbare informatie, meer schermtijd en meer mediaconsumptie maken ons dommer, ongelukkiger en verwarder.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant