Home

De tijd verstrijkt maar de aandacht neemt toe en toch drijft de Tweede Wereldoorlog weg

Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.

Tachtig is ook maar een getal, toch is het herdenken van de Tweede Wereldoorlog alomtegenwoordig, alsof de afstand tot de geschiedenis verkleint naarmate de tijd verstrijkt. Dorpen, steden en wijken richten exposities in en brengen theater, lezingen, stille tochten. In Volendam zingen de 3JS een ‘Stolpersteinelied’, scholen doen hun best, excuses worden aangeboden, kranten komen met verhalen, boeken verschijnen en documentaires – die op Videoland over Nederlandse kampbewakers in Auschwitz-Birkenau begint met een waarschuwing voor ‘schokkende beelden’. De radio zendt alweer een ‘debat’ uit over de vraag welke oorlogsdoden herdacht mogen worden en welke niet, een deel van de Tweede Kamer zinspeelt alvast op ongeregeldheden, gemeenten plaatsen voor de zekerheid mobiele veiligheidscamera’s.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

En ik loop door de Burgemeester van Baarstraat met twee vragen in mijn achterzak: is het herdenken van de Tweede Wereldoorlog belangrijk, en waarom?

Eenvoudige vragen inderdaad, zegt Klaas Smit in zijn redactiekantoor annex drukkerij annex pakketpunt waar de weekkrant Nieuw-Volendam wordt gemaakt – bijna iedereen op het dorp heeft een abonnement. ‘Maar het antwoord is eh... niet zo gemakkelijk.’ Nog steeds sturen lezers oorlogsverhalen in die onbekend bleven, zelf is hij ‘best intensief’ bezig met de geschiedenis. ‘Steeds weer als ik de beelden zie op televisie, het is gewoon zo... náár. Hoe het zó ver heeft kunnen komen, ik kan er niet bij. En het gebeurt vandaag nog steeds, dichtbij, zo’n Poetin, daar schort toch iets aan?’

Maar goed, hij is 72, ‘bij jongeren zie je wel dat ze veel minder weten’. Inderdaad: de jeugd in de Van Baarstraat heeft minder tot geen interesse. ‘Sowieso niet in geschiedenis’, zegt de jongen van de mediterrane verswinkel Mina, ‘het is te lang geleden.’ Hij is 18, ‘bij ons is het hard werken en klaar’.

De tijd verstrijkt, de aandacht neemt toe maar de oorlog drijft weg. De Nieuw-Volendam moest vorig jaar nog melden hoe een verzetsmonument in het dorp was beklad met een hakenkruis, SS- en white-powersymbolen. Klaas Smit zegt: ‘Allemaal op schoolreis naar Auschwitz, ik denk dat het helpt.’ Tegelijk lijkt de Tweede Wereldoorlog steeds meer op zichzelf te staan. Niet zomaar sluit de Duitse speelfilm Führer und Verführer’ af met woorden van Primo Levi: ‘Het is gebeurd, dus het kan weer gebeuren’.

Dit is het deel van Volendam zonder toeristen, daar is het dorp zichzelf, dit is gewoon een zonnige winkelstraat. Maar besmet: oorlogsburgemeester Clement van Baar was een pragmatisch collaborateur, na jaren van gevoelig debat en onderzoek besloot de gemeente de straatnaam te veranderen. Abel Bormans beschreef in de Volkskrant knap de complexiteit ervan, maar niet alleen de jeugd haalt haar schouders op.

Als ik eerlijk ben, zegt Marco, ‘doe ik alleen maar uit beleefdheid met die herdenking mee’. Ook hij bekeek de serie op Videoland over Nederlandse kampbewaarders – bijna iedereen die ik tref begint erover. ‘Natuurlijk vind ik het belangrijk, er zijn toen zo fucking veel mensen gestorven, maar het is ook lang geleden.’

Hij is tourmanager bij Volendam Music dat alle beroemdheden vertegenwoordigt, ook de 3JS, en kantoor houdt in de Van Baarstraat. Hij vloog met Nick en Simon mee langs bevrijdingsfestivals in een helikopter van de Luchtmacht. Leuk voor de jeugd, zegt Marco, ‘maar die komt toch vooral op de muziek af, niet voor niets boeken ze de allerbeste artiesten.’ Een gratis feest, en dit jaar ook nog eens een vrije dag.

Vlakbij zit meneer Veerman op zijn rollator het dorp te bekijken, en zegt: ‘De jeugd geeft geen flikker om de oorlog’. Hij is 85, was stratenmaker en bakker, en hoort van zijn kleinkinderen: de oorlog dat was vroeger, bap.

‘Natuurlijk, mij interesseerde het als kind ook niet, ik kom uit een arme tijd, ons gezin had twaalf kinderen. Pas later ben ik me erin gaan verdiepen. Maar de jeugd van nu is anders, die leeft in vrijheid en grote welvaart. Terwijl het zo dichtbij is. Heel Gaza gaat plat, daar worden mensen uitgemoord, dat is verdómme toch niet te geloven? Alle elementen zijn er weer, Poetin, Trump, gekken met macht.’

Inderdaad, zegt hij, het antwoord op de vraag waarom we nog zo uitgebreid herdenken, is niet gemakkelijk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next