Home

Muzikant en omroepdirecteur Akwasi blijft optimistisch: ‘Haat en racisme... het gekke is dat het went’

Van haatberichten en bedreigingen tot bijval: Akwasi kreeg veel over zich heen na zijn speech over Zwarte Piet. Hij koestert geen wrok. ‘Laten we met woorden, daden en overtuiging de tijd tot leven wekken.’

is columnist en verslaggever bij de Volkskrant. Voor Volkskrant Magazine schrijft hij geregeld interviews.

Het kantoortje van Akwasi is ingericht met spullen waarover goed is nagedacht. Op de bank ligt een kussentje met het geborduurde opschrift ‘The revolution will not be televised’, een nummer van de activistische spokenwordartiest Gil Scott-Heron, uit 1971. In de kast staan een fotoboek van Martin Luther King en platenhoezen van Fela Kuti en Nina Simone. Aan de knalgele muren, rond een zwarte Smeg-ijskast die hoofdzakelijk is gevuld met blikjes Fernandes, hangen foto’s van zangeres Lauryn Hill en voetballer Patrick Kluivert, met daartussen een portret van Bart de Graaff, de in 2002 overleden oprichter van BNN.

‘Die heb ik altijd bewonderd’, zegt Akwasi. ‘Ik groeide op met zijn programma’s. Met de Teringtubbies en zo. Of die keer dat hij een baksteen tegen een tankstation gooide, en toen zelf aangifte ging doen. Ik was een jaar of 10 en vond het allemaal geweldig.’

Inmiddels staat Akwasi zelf aan het hoofd van een omroep die een eigenzinnige koers vaart. ‘Eigenlijk doe ik niet zoveel anders dan wat Bart de Graaff destijds deed. Ik ontwikkel programma’s; net als hij ben ik soms de presentator en soms, tegenwoordig veel vaker, de producent. Hij wilde een omroep beginnen voor een doelgroep die volgens hem niet werd bereikt, wij willen precies hetzelfde. Hij werd uitgelachen in het begin, wij ook.’

Ja, de parallellen zijn duidelijk. ‘Behalve dan’, zegt hij met een grijns, ‘dat ík het niet in mijn hoofd zou halen om ergens een baksteen tegen een ruit te gooien en dat te filmen. Ik weet inmiddels wat selectieve verontwaardiging betekent, wat een dubbele standaard is. Ik weet dat het voor mij niet handig is om zoiets te doen.’

De toon is gezet. Akwasi Owusu Ansah (37) is muzikant, schrijver, acteur, theatermaker, ondernemer en (mede)directeur van Omroep Zwart, maar de kans is groot dat u bij het zien van zijn foto ook denkt aan de toespraak die hij vijf jaar geleden hield tijdens een Black Lives Matter-demonstratie in Amsterdam. Hij zei toen dat hij Zwarte Piet op zijn gezicht zou trappen als hij hem tegenkwam.

Eén zinnetje uit een langer betoog, uitgesproken op een moment dat de halve wereld verbijsterd was over de moord op George Floyd. Eerst gebeurde er niets. Hij ontving veel lof voor zijn speech. Maar toen zijn uitspraak werd losgeknipt en als fragment werd rondgepompt, stak er een ongekende storm van verontwaardiging op in de rechtse politiek en media. Geert Wilders riep op om aangifte tegen Akwasi te doen wegens opruiing, waar tientallen keren gehoor aan werd gegeven.

Binnen de kortste keren was Akwasi een van de meest gehate personen van het land, jarenlang werd hij bedolven onder een stroom van haat en racisme. Hij werd bedreigd, zijn adres werd op internet gegooid, met een foto van zijn huis en al. Toen hij in de coronatijd kleinschalige optredens ging doen, moest er politiebewaking komen omdat zijn veiligheid in het geding was. Dat hij uiteindelijk in een brief aan het Openbaar Ministerie afstand nam van zijn woorden, maakte niet veel uit. Het frame was sterk. Voor velen was Akwasi het stereotype van de boze zwarte man.

Dat beeld contrasteert nogal met de man die in zijn kantoortje ontspannen een enorme papaya wegwerkt. ‘Ik moet goed eten, man. Daar begint het mee. Ik zit in het spitsuur van mijn leven, en ik moet het allemaal wel volhouden.’ Akwasi is open en innemend, en spreekt vol vuur over zijn ‘missie’ om Omroep Zwart tot een volwaardig onderdeel van het bestel te maken.

De gewraakte toespraak is alweer jaren geleden, maar hij weet dat we het onderwerp niet links kunnen laten liggen, al was het maar omdat het één rechtstreeks verbonden is met het ander. ‘Ik heb de data nog haarscherp in mijn hoofd. Op 1 juni 2020 sprak ik op de Dam, op 8 juni schreef ik het eerste manifest voor Omroep Zwart, op de 17de zat ik bij Gianni Lieuw-A-Soe om te vragen of hij medeoprichter wilde zijn, op de 24ste gingen we samen naar de notaris. En toen zijn we van start gegaan. De hele organisatie optuigen, vijftigduizend leden zien te krijgen; wat ons uiteindelijk in vijftig dagen is gelukt. Mede doordat ik ook heel veel goodwill had, van mijn eigen achterban en van mensen die vonden dat het belachelijk was hoe ik werd gedemoniseerd.’

Was het echt zo één op één?

‘Ja. Het plan voor een omroep kwam niet totaal uit de lucht vallen. Eigenlijk stond het al een jaar of vijftien op mijn bucketlist. Gianni en ik hebben allebei affiniteit met televisie. Hij is van huis uit danser en zat een keer in So You Think You Can Dance, ik heb ooit meegedaan aan het programma Puberruil. We kenden elkaar al langer en hadden het er ook weleens over gehad om samen iets op te starten. Maar voor mij was dit wel hét moment.

‘Iedereen sprak over me, niemand sprak met me. Zelf wist ik dat ik nog niet eens een kevertje kwaad zou doen, toch werd ik weggezet als de ultieme Nemesis van Nederland. Vanuit de journalistiek werd er een beeld geschapen dat zo anders was dan hoe ik het zelf had beleefd. Online kreeg ik juist veel lof voor die speech, hij werd ontzettend vaak gedeeld. Maar in de reguliere media zag je alleen die 10 seconden. Het was vrij letterlijk een geval van: the revolution will not be televised. Dus ik dacht: volgens mij klopt dit niet, en ik ben zeker niet de enige die dat vindt. Volgens mij is het een kwestie van perspectief. En hoe mooi zou het zijn om hier een ander perspectief tegenover te kunnen zetten?’

Dat klinkt vrij pragmatisch. Ben je nooit helemaal down and out geweest?

‘Jawel hoor. Ik ben bang geweest, ook voor mijn gezin. En natuurlijk was er ook woede. Op het moment dat de bom echt barstte zat ik alleen in een hotelkamer. Ik was aan een nieuw boek aan het werken, dan trek ik me soms terug. Toen heb ik wel een paar keer keihard zitten janken. Maar eigenlijk eerder om de hoeveelheid liefde die ik ontving dan om de haatreacties. Want er waren ook heel veel mensen die lieten weten dat ze achter me stonden, en dat ontroerde me zo dat de tranen over mijn wangen biggelden.

‘Terwijl de haat en het racisme… het gekke is dat het uiteindelijk ook went. Na een tijdje ga je die berichten zien als een soort knip-en-plakwerk. Kijk, als iemand zegt dat racisme niet bestaat in Nederland, dan moet diegene mij bellen. En dan ga ik vragen: wie hou je voor de gek? Want echt, de shit die ik heb meegemaakt… Maar goed, je kunt daar heel bitter van worden, je kunt ook denken: hoe kan ik uitzoomen uit deze situatie? Hoe kan ik het draaien? Als het leven je citroenen geeft, moet je limonade maken. Het is een cliché, maar ik geloof daar echt in. Dus probeerde ik het maar buiten te sluiten en te denken: keep your eyes on the prize. Al ga je thuis in het donker zitten, met oortjes in, geblinddoekt bij wijze van spreken: eyes on the prize.’

De prijs: ‘Een omroep voor de buitenstaanders, voor gemarginaliseerde groepen die zichzelf niet terugzien op de Nederlandse radio en televisie. Onze missie is dat we nieuwe helden de kracht willen geven om recht te zetten wat scheef is. We heten Omroep Zwart, maar dat betekent niet dat wij ons specifiek richten op zwarte mensen. Wij zeggen: zwart is geen kleur, maar een gebrek aan licht. Wij willen dat licht laten schijnen. Andere perspectieven belichten, onvertelde verhalen vertellen. In de vier grote steden van Nederland heeft minstens de helft van de mensen een migratieachtergrond. Die culturen horen bij al het rijke en mooie wat ons land te bieden heeft en dat moet je gewoon laten zien.’

Vanzelf ging het niet, dat limonade maken. Akwasi besloot het te benaderen als een ‘topsporter’. Hij nam een personal trainer in de arm, sprak met een psycholoog en verslond een stapel boeken over management, leiderschap en persoonlijke ontwikkeling. Voor inspiratie en adviezen zocht hij contact met een aantal mensen van buiten zijn eigen kring, die hij inmiddels als ‘mentors’ beschouwt. Zoals schrijver Adriaan van Dis, die zegt dat hij door Akwasi ‘tot opa is verklaard’. En, later, de gerenommeerde organisatieadviseur Salem Samhoud, die hij had leren kennen via diens zoon.

Akwasi: ‘Ik zie mezelf als werk in uitvoering, daarom vind ik het belangrijk om me niet alleen te omringen met leeftijdsgenoten. Ik slurp graag de wijsheid op van mensen met meer levenservaring dan ik. Misschien komt het doordat ik ben opgegroeid zonder opa’s of oma’s, want die woonden in Ghana. Soms krijg je dan ook dingen te horen die je liever niet hoort. Dan moet je stilzitten en beseffen dat het voor je eigen bestwil is.’

Geef eens een voorbeeld.

‘Nou, ik kan heel koppig zijn. Het was voor mij een tijd van crisis en ik had aanvankelijk de neiging om te reageren op wat er allemaal over me werd gezegd. Salem leerde me dat ik niet overal een antwoord op hoefde te hebben. Dat het geen zin heeft en je doelen kan ondermijnen. Pick your battles, zei hij dan. Ik heb ook leren inzien dat die hele mediastorm niet om mij persoonlijk ging, maar om een concept dat toevallig Akwasi heette. Als iemand anders van kleur precies hetzelfde had gezegd, was de verontwaardiging waarschijnlijk net zo heftig geweest. En als een Emma Wortelboer of een Tim Hofman het had gezegd, was het misschien wel iets minder groot geworden.’ Met een veelbetekenende blik: ‘I guess we’ll never know.’

Hij is er opener door geworden, zegt hij. ‘Vroeger was ik echt een binnenvetter. Ik denk dat wat er op de Dam gebeurde ook wel kwam doordat ik zo ben. Dat er te veel lucht in de ballon zat, waardoor hij knapte. Dat de onderstroom ineens aan de oppervlakte kwam. Sindsdien heb ik echt beter leren praten over mijn emoties. Al komt dat ook voor een groot deel door mijn vrouw. En Adriaan (van Dis, red.) benadrukte steeds dat ik altijd moest blijven schrijven, hoe druk ik het ook zou krijgen met Omroep Zwart. Hij zei: niet schrijven is als niet douchen of je tanden niet poetsen. Dat vond ik mooi, ik heb het ter harte genomen. Schrijven is voor mij een geconcentreerde vorm van praten. Een uitlaatklep die ik echt nodig heb.’

Akwasi was 14 toen hij die uitlaatklep voor het eerst ontdekte, thuis in Osdorp, terwijl hij zat te msn’en met klasgenoten. ‘Een van hen stuurde me een petitie dat de negerzoen niet mocht verdwijnen. Voor de grap, zo van: wat vind je hiervan? Want daar was in die tijd ophef over. Zo kwam ik op een forum waar ik heel rustig zei: ik snap best dat mensen die naam beledigend vinden, van mij mag het wel veranderd worden. Binnen de kortste keren werd ik uitgescholden voor zwartjoekel en vloog het ‘heil Hitler’ me om de oren. Daarna was ik ineens geblokkeerd op die site, terwijl mijn klasgenoten er nog wel op kwamen. Toen werd ik zo boos dat ik vanuit het niets begon te schrijven. Mijn moeder riep me voor het eten, maar ik hoorde haar niet eens meer.’

De tekst groeide uit tot een theaterstuk, Negerzoenen, blanke vla en jodenkoeken. Van zijn 14de tot zijn 18de trad hij er regelmatig mee op, van Sittard tot Groningen, van het programma Cool Politics tot het Lowlands-festival. ‘Een supertoffe tijd. Ik moest altijd met de auto worden opgehaald. Voor het optreden sloeg ik in de plaatselijke supermarkt negerzoenen, vla en jodenkoeken in, en daar begon ik dan tijdens het stuk flink mee te smijten. Eén keer, in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, zat een dame in een hele mooie jurk helemaal onder de blanke vla. Was niet de bedoeling, ze vergaf het me meteen, maar iedereen wist op een gegeven moment wel: uh-oh, Akwasi komt eraan, het wordt weer een klerezooi.’

Achteraf gezien, zegt hij, was het de eerste keer dat hij zijn verontwaardiging omboog tot iets positiefs. Tot dan toe was Akwasi een ‘stille boy’ geweest, de middelste van vijf kinderen. Waar zijn behoefte om zich uit te spreken vandaan kwam, weet hij niet precies. Niet van zijn uit Ghana afkomstige ouders. ‘Zij hebben me heel goed opgevoed, normen en waarden bijgebracht, en daar ben ik ze ontzettend dankbaar voor, maar ze zijn van een generatie die doordrongen was van het idee dat je je plaats moet kennen. Eerste generatie immigranten, die gewoon hard werkten en liever niet opvielen.’

Wel herinnert hij zich nog scherp hoe kwaad zijn vader was toen hij niet werd toegelaten op de middelbare school waar al zijn witte vriendjes naartoe gingen, terwijl zijn Cito-scores even hoog waren. ‘Die school was vlak bij mijn huis, het was volkomen logisch dat ik daarnaartoe zou gaan. Maar ze zeiden dat ik een probleemgeval was, dat ik een slechte invloed had op mijn klasgenoten. En dus was ik veroordeeld tot een rondgang langs allerlei scholen, waar ik telkens weer werd afgewezen, tot ik uiteindelijk terechtkwam op de OSB in de Bijlmer – helemaal aan de andere kant van de stad. Ik moest daar zo lang voor reizen dat ik uiteindelijk maar bij mijn tante in de Bijlmer ben gaan wonen.’

Zat er een kern van waarheid in wat ze zeiden? Was je een rotzakje?

‘Volgens mij niet. Ik was eigenlijk best rustig. Ging iedere woensdag naar de bieb met mijn ouders, hield van lezen, hield van taal, werd blij van aardrijkskunde. Ik was niet de klasclown en ook geen stokertje. Maar ik kon wel ad rem zijn, en ik zei er wat van als er iets gebeurde dat in mijn ogen onrechtvaardig was. Dat had niet altijd te maken met huidskleur of afkomst. Toen een iel meisje uit mijn klas door een van mijn vrienden werd uitgemaakt voor anorexialijer, greep ik ook in. Stop daarmee, zei ik. Waarom ben je aan het pesten? En dan maakte het me niet uit dat die jongen daarna geen vriendje meer was.’

Dus je denkt dat het puur vanwege je huidskleur was dat je niet op die scholen werd toegelaten?

Weer die veelzeggende blik: ‘I guess we’ll never know, hè. Ik weet wel dat mijn vader vroeger tegen me zei: weet dat je anders bent dan de rest. Het is niet genoeg om je best te doen zoals Danny of Thomas dat doen, mijn twee hele goede witte vrienden uit die tijd. Nee: jij moet extra hard je best doen. Dat vond ik wrang, maar het maakte wel indruk. En ik denk dat ik dat altijd ben blijven doen.’

Zo werd Akwasi een hardwerkende Nederlander, met een sterke behoefte om zich op meerdere terreinen te laten gelden. Na zijn schooltijd richtte hij Zwart Licht op, een hiphopgroep met geëngageerde teksten en een explosieve livereputatie. Ook meldde hij zich aan bij de Toneelschool Maastricht. Met de nodige bluf, want eigenlijk moet je voor die opleiding een havodiploma hebben, hij had vmbo gedaan. In dezelfde week dat hij in Maastricht werd aangenomen, kreeg Zwart Licht een platencontract bij TopNotch. ‘Dus dat werd pendelen. ’s Avonds optreden, ’s ochtends slapen in de trein, soms in slaap vallen op school. De jongens van Zwart Licht waren er vanzelfsprekend niet zo blij mee dat ik er vaak niet was, maar ik wilde per se een opleiding afmaken waar ik trots op kon zijn. Dat is gelukt.’

Intussen tuigde hij zijn eerste bedrijf op. En toen hij doorkreeg dat er bij de platenmaatschappij flink wat geld aan de strijkstok bleef hangen, begon hij er zelf een: Neerlands Dope. ‘Daar had ik na een tijdje naast Zwart Licht ook andere artiesten onder contract. Ik vond het interessant om al doende van alles te leren. Over management, intellectueel eigendom en over hoe je de kracht van associatie kunt inzetten voor branded content en corporate sponsorships. Ik heb een mooie deal gesloten met Mini, ben ambassadeur geweest van Hennessy, heb dingen gedaan met Nike en Puma. Dat ging allemaal als een tierelier.’

Adriaan van Dis noemde jou ‘gewiekst in de beste zin van het woord’.

‘Haha. Ik ben blij met het laatste deel van die zin, maar ‘gewiekst’ heeft voor mij niet zo’n positieve connotatie. Ik zou mezelf ook niet snel een zakenman noemen, want dan zie ik toch een beetje een lul voor me. Misschien komt het doordat me tijdens die mediastorm ook werd verweten dat ik een beetje geld had verdiend en een huis had gekocht. Alsof je dan niet meer mag praten over sociale of maatschappelijke issues. Dat vind ik raar. Aan de andere kant: een van mijn voorbeelden is Oprah Winfrey, die behalve presentator ook gewoon een keiharde zakenvrouw is. Dus inderdaad: ik associeer me wel met zakenlieden. Noem me maar een zakenlied, dat klinkt wel tof.’

In juni bestaat Omroep Zwart vijf jaar, drie jaar geleden hadden ze hun eerste uitzending. Mede doordat ze op hetzelfde moment begonnen als Ongehoord Nederland was de verwachting dat ze een felle, activistische koers zouden varen. In plaats daarvan lijkt Omroep Zwart een rustiger pad te bewandelen en maakten ze vooral gedegen documentaires – over de nalatenschap van Nelson Mandela bijvoorbeeld, en over de ‘underground railroad’ in de VS, het geheime netwerk dat slaafgemaakten hielp te vluchten naar het noorden. Ook is er plaats voor de vrolijke en originele muziekquiz That’s My Jam, die door tv-recensent Angela de Jong werd geprezen als ‘verreweg het leukste nieuwe programma dat ik in jaren heb gezien’. Een enorme kijkcijferhit is het nog niet, maar de show is onlangs verhuisd naar de zaterdagavond, primetime – toch een kleine mijlpaal. De slogan waarmee de omroep adverteert is uitgesproken vriendelijk: ‘We zien elkaar’.

Was het een bewuste keuze om niet te fel en te opiniërend te zijn?

‘Nee hoor. Het klopt dat er werd gezegd dat we een tegenpool van Ongehoord Nederland zouden worden, maar wij zijn daar nooit mee bezig geweest. Wij hebben ons altijd volledig gefocust op wat wij zelf kunnen en willen doen. We moesten bouwen vanuit niets, hè.’

Adriaan van Dis zei dat hij jou heeft geadviseerd om op je eerste dag in Hilversum met een uitgestoken hand naar de burelen van Ongehoord Nederland te gaan, en te zeggen: ‘Wat geweldig dat dit land een omroepbestel heeft waarin plaats is voor ons beiden!’

Schaterend: ‘Jaaaaa, heb ik gedaan hoor. Die zin heb ik niet precies zo uitgesproken, maar ik heb Arnold Karskens recht in de ogen aangekeken en zijn hand geschud. Hoezeer ik het ook met iemand oneens ben, ik vind dat je altijd moet kunnen blijven praten. Nu ik heb meegemaakt hoe het is als iedereen over je praat, maar niemand mét je, vind ik dat alleen maar belangrijker. Ook in Hilversum werken veel mensen die er door de programma’s die ze hebben gemaakt aan hebben bijgedragen dat Nederland over me heen walste. Met hen mail en bel ik nu gewoon. Ik koester geen wrok, dat zou me ook alleen maar in de weg zitten bij het volbrengen van de missie.’

Voor Omroep Zwart breken cruciale maanden aan. Eind dit jaar loopt hun aspirantstatus af en moeten ze honderdduizend leden hebben om een vaste plek in het bestel te bemachtigen. ‘Anders zijn we de pineut en bestaan we straks niet meer – al heb ik begrepen dat er in de politiek nu wel wordt gesproken over de vraag of zo’n ledeneis nog van deze tijd is.’

Vanuit diezelfde politiek ligt de publieke omroep zwaar onder vuur en dreigen drastische bezuinigingen, maar Akwasi is niet iemand die lang stilstaat bij zaken waar hij toch niets aan kan veranderen. ‘We hebben nu 37 duizend leden, dus we moeten aan de bak. Er staat een campagne op stapel waar ik nog niets over kan zeggen, maar ik heb er vertrouwen in. Ik hoop dat mensen ons ook een beetje gaan zien als een goed doel dat ze graag willen steunen. En vanuit de bestuurskant hoop ik dat men ziet dat wij onderscheidend vermogen hebben. Pluriformiteit en diversiteit zijn moeilijke woorden voor: je moet er zijn voor iedereen. Dat staat gewoon in de mediawet hè, dat is waar je belasting voor betaalt. En dan hebben wij ook nog eens veel jonge makers en een relatief jong kijkerspubliek, terwijl dat bij andere omroepen juist vergrijst. Ik geef tegenwoordig best veel keynotes over Omroep Zwart en het verhaal eromheen, en dan krijg ik van collega-bestuurders vaak te horen: verrek, eigenlijk doen jullie wat wij ons jarenlang niet is gelukt.’

Je bedoelt het verhaal: we willen wel diversiteit, maar we kunnen de mensen niet vinden?

‘Ja. Bij ons melden mensen van kleur zichzelf aan, we hoeven niet echt te zoeken. Sommigen hebben eerst op andere plekken in het medialandschap gewerkt en zeggen: hier kan ik mezelf zijn, hier hoef ik geen masker op te zetten, hier heb ik niet het gevoel dat ik word ondervraagd. Ze voelen zich thuis, en dus comfortabel. Dan durf je je schoenen uit te doen en jezelf echt te laten zien. En dan komt je talent veel beter uit de verf.’

Zichtbaar trots vertelt hij over maakster Kelly-Qian van Binsbergen, die een Nipkowschijf-nominatie kreeg voor de serie De afhaalchinees, over de gevolgen van adoptie. ‘En gisteren heeft Bnnyhunna een Edison gewonnen! Hij was vroeger bassist in mijn band en is nu leider van de band die in That’s My Jam de kandidaten begeleidt. We hadden kunnen kiezen voor een band uit het reguliere tv-circuit, maar we dachten: is er niet iemand uit ons netwerk die de kans verdient? Zo’n prijs is een bevestiging dat hij op de right track zit, en dat doet me echt enorm goed.’

Twee weken later leidt Akwasi me rond in het nieuwe kantoor van Omroep Zwart, dat is gevestigd in het Zandkasteel in de Bijlmer, het oude hoofdkantoor van de ING. De snoeren liggen nog los op de vloer, de muren zijn kaal. Achter de bureaus zitten veelal jonge mensen in alle kleuren van de regenboog – al is wit zwaar in de minderheid. ‘Een inclusieve werkomgeving als deze is echt uniek in ons medialandschap’, zegt hij. ‘Het laat zien hoe het óók kan.’

Voor hem is er met de verhuizing een cirkel rond. Terug in de Bijlmer, op een steenworp van zijn oude school, niet ver van Kleiburg, de flat waar hij werd geboren. Op zijn 4de zag hij vanuit de woonkamer hoe een El Al-vliegtuig zich in de flat Kruitberg boorde. ‘Daar keken we recht op uit. De gordijnen waren open, er was voetbal op tv. Eerst hoorde ik een enorme knal, daarna zag ik de vlammen. Het is mijn vroegste herinnering, omdat ik zo jong was is die vervaagd. Mijn ouders zijn tegen mij nooit echt open geweest over de impact die het had.’

In 2022, dertig jaar na de ramp, maakte hij voor Omroep Zwart de documentaire Een gat in mijn hart. ‘Tijdens de research kwam ik erachter dat ik indertijd in een speciaal traumaklasje voor jonge kinderen had gezeten. Veel van hen hadden vriendjes of klasgenootjes verloren bij de ramp. Ik ook, maar dat wist ik helemaal niet. Ik ontmoette de juf die dat klasje destijds leidde, zij herkende me nog. ‘Jij was altijd zo stil’, zei ze. Ik heb ook mijn moeder geïnterviewd, we zijn samen terug naar Kleiburg gegaan. Zij vertelde dat ik in die tijd heel veel huilde en altijd bij hen in bed wilde slapen omdat ik bang was. Daar was ik echt even ontdaan van. Het gold voor veel mensen die we voor de documentaire hebben weten te traceren. De meesten zijn later de Bijlmer ontvlucht. Net als wij. Wij verhuisden naar Osdorp.’

Hij laat een boekje zien met een kindertekening die hij maakte in het klasje, van een brandend gebouw, een moeder en een slapende baby – zijn jongste broertje was drie maanden toen het gebeurde. ‘Het was een soort creatieve therapie. Eigenlijk de eerste keer dat ik zag hoe je met behulp van creativiteit iets kunt overwinnen, of het in elk geval een plek kunt geven. Voor die documentaire sprak ik ook met een psycholoog die destijds ter plaatse was geweest. Hij zei: een trauma gaat nooit weg, je moet ermee leren omgaan. Koester het gat in je hart. Dat was voor mij even slikken, natuurlijk dacht ik ook meteen terug aan wat er allemaal gebeurd is na mijn toespraak op de Dam.’

Het zal hem altijd blijven achtervolgen, denkt hij. Toen hij begin vorig jaar meedeed aan De slimste mens, zag de KRO-NCRV zich genoodzaakt om hun X-account stop te zetten omdat de veelal racistische haatberichten maar binnen bleven stromen. ‘Tegelijkertijd kreeg ik ook veel steun en spraken de oud-winnaars in een verklaring hun afschuw uit over al die reacties. Uiteindelijk denk ik maar: de goeden zijn met meer. Nog steeds wordt me regelmatig gevraagd: was die uitspraak nou zo slim? Was dat nou echt nodig? En natuurlijk: persoonlijk had ik het allemaal liever niet meegemaakt, maar in retrospectief kan ik zeggen dat ik blij ben dat het zo is gelopen. Anders was Omroep Zwart er niet geweest en waren er niet zoveel mensen naar me toe gekomen die zeggen: dankjewel, ik heb een stem gekregen. Misschien zijn we in Nederland ook wel ietsje verder dan vijf jaar geleden als het gaat over het bewustzijn rondom discriminatie, racisme en ongelijkheid. Dat hoop ik althans, en ik hoop ook dat ik daar een steentje aan heb bijgedragen.’

Je bent wel echt een bestuurder geworden, terwijl je een creatieveling was. Mis je het schrijven en de muziek niet?

‘Zeker wel. En misschien heb ik me daar een beetje op verkeken. Ik wilde een omroep beginnen. Het voelt bijna alsof die opdracht mij heeft gekozen, en niet andersom. Daar ligt mijn focus, om te zorgen dat Omroep Zwart tot in de gloria kan blijven bestaan. Tegelijkertijd is het ook belangrijk dat ik blijf helen. En dat doe ik door te schrijven en muziek te maken. Dus heb ik nu studiodagen ingepland en maak ik tijd om een boek af te ronden met brieven aan Anton de Kom – iemand die ook door Nederland werd uitgekotst en een opruier werd genoemd. Dat zijn voor mij interessante parallellen. Soms ga ik even zitten bij het standbeeld van De Kom, dat hier niet ver vandaan is. In het boek praat ik tegen hem, dat voelt ook als heling.’

Om het allemaal passend te krijgen doet Akwasi aan ‘timeboxing’. Wat dat is? ‘Timeboxing is dat je net zoveel waarde hecht aan je agenda als aan je moeder – dat hoorde ik ooit in een TED-talk. Eigenlijk betekent het gewoon dat je heel strak vooruitplant, de dagen in blokjes verdeelt en je je daar dan gedisciplineerd aan houdt. Wat moet er gebeuren? Hoeveel uur heb ik daarvoor nodig? Dat is dan één ‘box’. Ik zie tijd als een munteenheid, het vertegenwoordigt een waarde.’

Ook zijn gezin, met jonge kinderen van 2, 4 en 7, ziet hij als een bedrijf. ‘Dat heb ik weer uit andere boeken over zelfontwikkeling, Babymanagement voor mannen en Peutermanagement voor mannen. Ik ben de manager, mijn vrouw is de producent en de kinderen zijn de producten. Niet dat er bij ons een superstreng regime heerst, soms wisselen mijn vrouw en ik van rol, maar ik vind het een mooie, handige metafoor. Je hebt structuur nodig, routine, en dat kan ook op een speelse, luchtige manier. Wij gaan met z’n allen op tijd eten, dat is dan de plenaire vergadering. We nemen de week met elkaar door, bespreken de doelstellingen. Wie gaat de was doen, wie vouwt? Ik ben me ervan bewust dat dit systeem niet werkt voor iedereen, maar voor mij wel.’

Klinkt alsof er weinig tijd overblijft om een beetje te lanterfanten.

‘Dat kun je ook inplannen. Maar inderdaad: ik ben een strijder. Ik ben niet voor niets op deze aarde, ik ben hier ook niet voor altijd, dus ik probeer de wereld ietsje mooier achter te laten dan ik hem heb aangetroffen. Daarom heb ik ook een hekel aan de uitdrukking ‘de tijd doden’. Tijd spendeer je, tijd besteed je, tijd geef je. Er komt altijd een moment waarop je je tijd hard nodig gaat hebben. Voor een dierbare, misschien wel voor jezelf. Dus je gaat tijd niet doden. Kom op, laten we anders praten. Laten we met woorden, daden en overtuiging de tijd juist tot leven wekken.’

Cv Akwasi Owusu Ansah

6 maart 1988 Geboren in de Amsterdamse Bijlmer, verhuist op zijn 4de naar Osdorp.
2000-2004 Vmbo op OSB Scholengemeenschap.
2006 Deelnemer aan het tv-programma Puberruil.
2007 Richt hiphopgroep Zwart Licht op.
2008-2012 Theateropleiding aan de Toneelschool Maastricht richting Theatraal Performer.
2008 Zwart Licht tekent een platencontract bij TopNotch.
2009 Debuutalbum Bliksemschicht.
2010 Album No Juju.
2012 Album Leeroy Draait Door.
2013 Theaterprogramma Daar ergens, een ode aan het oeuvre van zanger/theatermaker Bram Vermeulen.
2014 Richt eigen platenlabel Neerlands Dope op, waarop o.a. ook het album Daar Ergens verschijnt.
2016 Richt productiebedrijf Need Vision op, waarvoor hij o.m. ReChill ontwikkelt, een meditatieprogramma voor kinderen.
2018 Publiceert poëziebundel Laten we het er maar niet over hebben.
2020 Soloalbum Sankofa.
2020 Spreekt tijdens het BLM-protest op de Dam.
2020 Oprichting Omroep Zwart.
2020 Ontvangt de Lifetime Achievement Award van de Ghanese ambassade.
2023 Geeft de Anton de Kom-lezing in het Verzetsmuseum Amsterdam.
2024 Reünieshows van Zwart Licht n.a.v het 15-jarig jubileum van hun album Bliksemschicht, o.m. in Paradiso, Amsterdam en op het Lowlands-festival.
2025 Publiceert het boek Brieven aan Anton de Kom en brengt nieuwe muziek uit, zowel solo als met Zwart Licht.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next