Home

Waarom prept de prepper? Toch niet alleen maar voor de fun?

Waarom spreekt, sinds de speech van Navo-topman Mark Rutte, de oproep tot het verzamelen van ingeblikt voedsel en drielaags wc-papier zo tot de verbeelding? In de beste aflevering van de hitserie The Last of Us zit het antwoord verstopt.

is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.

Opeens hadden we er een gespreksonderwerp bij. Op feestjes, op werkborrels, op kringverjaardagen. We praatten altijd al over de woningmarkt (moeilijk hè?) en erfpacht (zo onnodig!), over wie met wie was en waarom (in godsnaam). Over The Brutalist en over Sally Rooney.

Nu ging het over iets anders: hoeveel flessen water heb je in huis? Hoeveel batterijen? Heb je een radio?

Preppers zijn er altijd geweest, we zagen dan oogcontact mijdende mannen in legerkleding voor ons, op het meest afgelegen veldje van de camping. Maar toen Mark Rutte in zijn Navo-hoedanigheid vorig jaar december Nederland waarschuwde dat we niet klaar zijn ‘voor wat er de komende vier of vijf jaar op ons afkomt’, sprong preppen naar de mainstream. Rusland, China, de Republikeinen. We moesten ons mentaal voorbereiden op crisissituaties waarin ‘vitale processen’ in onze maatschappij kunnen uitvallen.

En wat Rutte in twaalf jaar premierschap niet lukte, lukte hem nu wel; hij sprak onze verbeelding aan. Door hem verkeerde je daarna in gesprekken die je de maanden hiervoor nou nooit had. Hoeveel liter drinkwater heb je in huis? Heb je een gasstel? Ingeblikte chili con carne is best oké, hoor. Weet je hoe je stroom kunt genereren? Hoe bouw je een kruisboog?

Het was ook vlak voor kerst. Verlanglijstjes konden nog herschreven worden. Prepshops meldden een vertienvoudiging van het aantal bestellingen. In de Volkskrant werd geschreven over de Utrechtse Prepshop wiens driehonderd met de hand oplaadbare radio’s in 24 uur na Ruttes speech waren uitverkocht: ‘Zelfs wij waren hier niet op geprepareerd’, zei de prepwinkeleigenaar. In boekhandels dook overal het SAS Surivalhandboek op, uitgegeven door nota bene de ANWB – een reserveband is niet voldoende. Komende maanden verschijnen er meer van zulke boeken, waaronder Paraat, ‘voorbereid, veerkrachtig, zelfredzaam wat er ook gebeurt’, van Marco Kroon, drager van de Militaire Willems-Orde.

Heb je geen waterzuiveringstabletten? Hoeveel wc-papier is genoeg wc-papier? Ja, maar wc-papier met hoeveel lagen dan? Maar drie lagen?

Gevaar is iets van buiten

De vraag is dan waarom dit zo resoneert. Voor een deel zal het oprecht zijn. Mensen willen zelf kunnen handelen als er iets aan de horizon dreigt. Sociologen maken onderscheid tussen risico en gevaar. Gevaar is iets van buiten, iets wat je niet onder controle hebt, en waar je dus geen verantwoordelijkheid voor draagt. Niemand geeft jou de schuld als je in een hittegolf terechtkomt.

Risico daarentegen komt voort uit besluitvorming – tegen risico kun je je indekken, en dus heb je er agency over. Mensen geven jou wel de schuld als je geen paar extra flessen water in huis hebt.

Onder politicologen wordt ondertussen gedebatteerd of preppen telt als een vorm van ‘impliciet activisme’: wie prept, spreekt daarmee wantrouwen over de toekomst uit en levert dus kritiek op ‘het systeem’. Wat dat systeem ook mag zijn, want zowel aan linker- als aan rechterzijde slaan mensen gasflessen in. Praten over preppen is een politiek statement.

Wat ook mee zal spelen is dat de verstoring van ‘vitale processen’, waar Rutte over sprak, zo behapbaar klinkt. Op de website van de Rijksoverheid staat het advies een noodpakket te verzorgen waarmee je ‘de eerste 72 uur na een ramp’ goed doorkomt. En het sleutelwoord daarin is natuurlijk ‘de eerste 72 uur’ – dat klinkt als een lang weekend. Even kamperen in eigen huis.

Of nog overzichtelijker: een paar uur winkelen. Want het preppen lijkt voor veel mensen een consumentistische activiteit te zijn, namelijk een verlanglijstje ingeblikt voedsel en knutselspullen bij elkaar kopen.

Uiteindelijk is nadenken over preppen een manier van nadenken over je huis en je leefomgeving. Het daagt je uit je leven te gamificeren, om de stad als hindernisbaan te zien en je dagdagelijkse dingen als opdrachten. Het heeft iets heel speels, het maakt de innerlijke padvinder in je wakker. Jij en je voorraadkast (en je gereedschapskist) tegen de wereld. Zolang de crisis hypothetisch is en zich aan die keurige 72 uur houdt, is preppen behoorlijk fun.

Volwaardige apocalyps

Natuurlijk wisten we dat al lang. De laatste twintig jaar kent een stabiele lijn van films, videogames en dramaseries die zich in post-apocalyptische settings afspelen, waarin de wereld vaker wel dan niet door zombiehordes is overlopen. Nu lijkt preppen om je voor te bereiden op een geopolitiek noodscenario iets anders dan nadenken over een volwaardige apocalyps, maar de twee zijn familie van elkaar. Ze spreken tot dezelfde verbeelding.

Vaak is preppen zelfs de belangrijkste taak van de personages. Jij als gamer moet naar een verlaten stad toe, moet voedsel, munitie of onderdelen verzamelen. Hele afleveringen van Apples hitserie Silo – waarin de overgebleven mensheid na een nucleaire ramp ondergronds in een silo leeft – gingen op aan verhaallijnen waarin de personages noodaggregaten repareerden.

Sterker nog, je merkte dat de geloofwaardigheid er – voor deze kijker tenminste – soms meer afhing van of het survivalaspect betrouwbaar overkwam, dan van hoe geloofwaardig die hele apocalyps was (zal wel). In de zombiefilm 28 Years Later – het vervolg op 28 Days Later en 28 Weeks Later, hij draait volgende maand in de bioscoop – hebben de overlevenden van een zombieëske apocalyps zich teruggetrokken op een eiland dat alleen via een lange brug te bereiken is. Slim. Geloofwaardig.

In The Last of Us, nu te zien op HBO Max, hebben de overlevenden zich teruggetrokken in een ommuurde stad, in een vallei, tussen de bergen. Niet slim. Ongeloofwaardig. De eerste keer dat je die stad ziet, weet je: kwestie van tijd voor een zombielawine op de stad afkomt.

Maar het eerste seizoen van The Last of Us kende wel het ultieme prepper-tv-moment. Vanaf de eerste aflevering was de serie een hit. Of eigenlijk was het dat daarvoor al. Kon niet missen: de verfilming van een intens populair videospel. Pedro Pascal in de hoofdrol. Bella Ramsey ernaast, een queer icoon voordat hen 20 was. Al twee jaar voordat de serie werd uitgezonden begon HBO met de promotie.

De eerste afleveringen waren meteen raak. Filmisch. Tragisch. Sinister. De wereld wordt onder de voet gelopen door een zombieuitbraak. Het resultaat van – en dit wordt verrassend voorstelbaar uitgelegd – een schimmelinfectie.

Baarden, tatoeages en brede kaken

De overblijvers clusteren samen. Alle overlevers lijken baarden en tatoeages te hebben, brede kaken, ruw haar. Weinig tweed jasjes en Robert Caro’s The Power Broker lezen. De post-apocalyps blijkt, helaas, een redelijk loaferloos tijdperk te zijn.

Pedro Pascal is de zwijgzame gids die Ramsey door het uitgestorven land naar wetenschappers moet brengen, omdat zij, uniek, resistent blijkt tegen de infectie. Zij is vrolijk, spottend – jong. Hij is de menselijke variant van een staalborstel.

Ze reizen door de VS, verzamelen voedsel en materialen uit de verlaten steden, proberen continu uit het zicht te blijven van potentiële zombies en potentiële overlevers – want andere mensen zijn er in deze wereld van eten of opgegeten worden niet bepaald vriendelijker op geworden.

Het zou sinister moeten zijn – maar wat is het mooi gefilmd. Wat is de natuur prachtig. Wat zegt het veel over de moderne, gehaaste, altijd verbonden, geürbaniseerde mens, dat weinig zo onze verbeelding aanspreekt als steden zonder mensen, snelwegen zonder auto’s, tankstations waar de woekerende natuur de industrie heeft overwonnen.

In aflevering 3, ‘Long long time’, ligt de focus niet op Ramsey en Pascal, maar op Bill. In een flashback zien we dat Bill zich onder zijn vloer heeft verstopt wanneer het leger zijn dorp evacueert. Zijn kelder staat vol met chemicaliën, met wapens en munitie. Met zijn geweer in de aanslag loopt hij zijn huis uit, om een wat diabolische, vrolijke blik in zijn ogen te krijgen als hij ziet dat iedereen weg is.

Lachen als een zombie

Daarna wacht hij geen moment: hij springt in zijn auto, pompt het tankstation halfleeg, plundert de ijzerwarenwinkel. Nog nooit is hij zo in zijn element geweest. Hij zaagt de bomen in zijn dorp om, legt een hekwerk aan, sluit beveiligingscamera’s aan. Hij zit tevreden te lachen als een zombie in een van zijn boobytraps loopt.

In zijn Podcast over media vertelde internetfiguur Alexander Klöpping dat hij een cursus preppen had gedaan. Hij dacht dat het zou gaan over hoe je moest overleven. Maar het ging, zei hij teleurgesteld, alleen maar over hoe je anderen moest helpen.

Een vriendin vertelde dat ze verbaasd was haar vriendinnen te horen over preppen. Ze waren van plan zich aan te sluiten bij prep-appgroepen in hun buurt. Ze zaten eraan te denken een cursus te doen, hoe te overleven in het geval van een vernietigende ramp.

De vriendin vroeg: ‘Kan ik ook een cursus doen hoe ik op de grond kan gaan liggen?’

Het is de verdienste van de schrijvers van The Last of Us dat ze Bills preppersgeluk van reliëf voorzien. Ineens staat er een hulpeloze man bij Bills hekwerk. Frank. Er zijn inmiddels een paar jaar voorbij, en Bill zit niet op gezelschap te wachten. Maar hij gunt Frank een maaltijd. Frank weet niet wat hij meemaakt – gebraden konijn! Geserveerd op een porseleinen bord. Met rode wijn. ‘Een man die weet dat je konijn serveert met een beaujolais!’, lacht Frank.

Bill – vuile trui, ruwe baard – zegt dat Frank hem er vast niet het type voor vindt. ‘Jawel hoor’, zegt die met een blik die iets verraadt (wat dan?).

Na het eten gaat Frank achter de piano zitten. Hij pingelt onhandig. Ik laat het wel zien, zegt Bill. En hij speelt Linda Ronstadts zoete, zoete jarenzeventighit Long, long time. Hij zingt er zelfs bij: ‘Love will abide/ take things in stride.

Frank legt zijn handen op Bills schouders en Bill lijkt ineens kleiner en banger en zachter dan ooit (dus dat!). Frank zoent hem. ‘Ga je maar douchen’, zegt hij tegen hem.

En daarna schieten we door de jaren. We zien ze verliefd. We zien ze ruzie maken als een oud echtpaar. Ze werken in de tuin, worden aangevallen door rovers – en slaan die aanval af –, ze ontvangen vrienden. Ze zijn gek op elkaar. Ze worden oud.

Fatale dosis slaapmiddelen

En dan zien we hoe broos Frank is. Duidelijk ziek. Hij vraagt om euthanasie. Nog een keer kookt Bill voor Frank, schenkt zijn wijnglas vol en doet er een fatale dosis slaapmiddelen in. Aan de manier waarop Bill zijn glas achterover gooit, snapt Frank dat óók Bill de slaapmiddelen heeft genomen. ‘Ik ben oud’, zegt Bill. ‘Ik ben tevreden. You were my purpose. En ze gaan samen hun nacht in.

Je moet een flinke scherf ijs in je borst hebben om het met droge ogen te zien. De week na de uitzending werd Linda Ronstadts muziek 4.900 procent meer beluisterd op Spotify dan ervoor.

You were my purpose. Jij was mijn reden. Dat is een liefdesverklaring. Maar het is ook een antwoord, op de vraag: waarom prept de prepper? Waarom overleeft de overlever?

Het antwoord staat precies haaks op de zo tot de verbeelding sprekende stijl van fijn verlaten steden, van solo je leven tot een avonturenpark maken, van 72 uur voor jezelf. Want in je eentje overleven, betekent niks.

Dat is wat de vriendin bedoelde toen ze zei het liefst een cursus te willen doe hoe op de grond te liggen. Ze bedoelde, denk ik: waarom zou ik in mijn eentje verder willen? De prepper prept voor anderen.

Het tweede seizoen van The Last of Us is nu te zien op HBO Max.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next